Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

575

Mis, oorspronkelijk voor de kerkelijke gedachtenisviering van Humbert I gecomponeerd, schijnt vooral voor kleine koorvereenigingen een zeer dankbaar werk te zijn. Na het slotkoor a-cappella is Sgambati door het publiek hartelijk gehuldigd. Steinbach leidde de uitvoering, ook van do E-mol-symphonie van Em. Moor; een allereerste uitvoering. Het is jammer, meent de „Kölnische", dat de componist zoo weinig eenheid in zijn werk bracht, en zoo onrustig, zoo kaleidoskoop-achtig schrijft. De instrumentatie verrasste dikwijls door eigenaardige klankmengeling.

Orieg, die in 20 jaren niet te Berlijn was, zal daar in April een concert van zijn werken dirigeeren.

Op het eerste der Gürzenich-concerten te Keulen is de Serenade van Reger voor orkest in vier deelen gecomponeerd, ten gehoore gebracht onder Steinbach's leiding. In afwijking van de Sinfonietta moet de instrumentatie dezer Serenade vrij eenvoudig zijn. De bijval was groot.

In de Groote Opera te Parijs is het nieuwe werk van Massenet „Ariane" met warmte ontvangen. De hoofdpartijen waren in handen van Bréval, Grandjean, Arbel, Delmas.

Aan wijlen den componist E. T. A. Hoffmann wordt langzaam-aan meer aandacht geschonken. Nu komt uit Kassei bericht, dat daar en te Wildungen de ouvertures van Hoffmann's opera's „Liebe und Eifersucht" en „Undine" voor 't eerst zijn uitgevoerd. De muziek vond er veel bijval.

MEDEDEELINGEN VAN ALLERLEI AARD.

Briefwisseling van Johannes Brahms. De „Deutsche Brahms-Geselschaft" heeft een aanvang gemaakt met het publiceeren van eene correspondentie die Brahms met een aantal groote tijdgenooten onderhield, gedurende tal van jaren. In de voorrede wordt er op gewezen dat Brahms met Joachim langer dan veertig jaar correspondeerde en dat Brahms, die in den omgang weinig toegankelijk of mededeelzaam was, zich in zijn brieven op de roerendste en hartelijkste wijze heeft geuit.

Eerst worden de brieven medegedeeld die de meester met den componist Heinrich von Herzogenberg en zijne vrouw Elisabeth wisselde. Zij zijn uitgegeven door Max Kalbeek, en werpen een helder licht op de muzikale toestanden van die periode te Weenen, waar de vriendschap ontstond. Kalbeek verklaart ook hoe het komt dat de brieven, die Brahms in een opwelling van ontstemming wilde vernietigd hebben, voor het nageslacht bewaard zijn gebleven.

In een brief, in 1891 in de maand Mei aan zijn uitgever Simrock geschreven, die Brahms als zijn uiterste wilsbeschikking bedoelde, doch die later bleek geen rechtswaarde te hebben en dus voor ongeldig moest worden verklaard, had hij bestemd dat alle brieven die in zijn woning werden gevonden, voor zoo verre ze niet aan de schrijvers konden worden teruggezonden, zonder eenig voorbehoud moesten worden vernietigd. De executeur Dr. Josef Beitz te Weenen heeft daar echter geen gevolg aan gegeven, en in vereeniging met Dr. Erich von Hornborstel heeft hij alle krachten ingespannen, gedurende het langdurig proces met de erfgenamen, om de brieven voor vernietiging te behoeden, waartoe nog andere invloedrijke persoonlijkheden te Weenen hebben medegewerkt.

Sluiten