Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER MILITAIRE OFFICIEREN VAN DE ZEEMACHT. 59

ervaring van het verleden, m. a. w. men moet zijn toevlucht nemen tot de statistiek. Daartoe kan men de leden, die denzelfden ouderdom hebben — ongeacht of zij gehuwd, dan wel ongehuwd zijn — in groepen te zamen voegen. Eenige jaren achtereen kan men dan statistisch nagaan, hoeveel in die jaren alle leden van denzelfden leeftijd te zamen geldelijk opbrachten en daaruit is dan af te leiden de gemiddelde bijdrage, die te verwachten is van een lid dat den bedoelden leeftijd heeft. Zulks is nu voor alle leeftijden verricht en door toepassing van goede afrondingsmethoden, waren daaruit te verkrijgen zeer betrouwbare gemiddelde jaarlijksche bijdragen voor alle leeftijden.

Neemt men nu bijv. eens een lid in gedachte, dat op een bepaald tijdstip behoort tot de groep der dertigjarigen. Die dertigjarige betaalt dan gemiddeld de contributie, welke bij zijn leeftijd past. Over een jaar zal hij met een zekeren levenskans, een-en-dertig jaar oud zijn en dan komen op de o-emiddelde contributie, welke bij dien leeftijd past. En zoo gaat dat voort. Van dien dertigjarige is dus in de toekomst nog heel wat te wachten. Met de levenskansen, die de sterftetafel der zeeofficieren geeft, is theoretisch uit te rekenen wat nog gemiddeld van dien dertigjarige gedurende ziin toekomstig leven te wachten is. Op den aangenomen rentevoet kunnen al die toekomstige bijdragen gedisconteerd worden voor het bepaalde tijdstip dat wij aannamen. _ De som van al die gedisconteerde bijdragen zal een kapitaal voorstellen, dat op dat bepaalde tijdstip aangeeft, de contante waarde van hetgeen gemiddeld nog van een dertigjarig lid zal inkomen. Zulks is voor eiken leeftijd te berekenen en worden die contante waarden factoren van baten genoemd.

De deelgenooten van het ledenfonds kunnen echter later ook lasten veroorzaken, door weduwen en kinderen achter te laten. Zooals boven reeds werd gezegd moet voor iedere nieuwe weduwe, die ontstaat, dadelijk een kapitaal in de onderafdeeling Weduwenfonds worden gestort. Dit kapitaal kan somtijds zeer belangrijk zijn. Laat bijv. een Luitenant ter zee 2e klasse, die overlijdt een weduwe van 22 jaar achter, dan krijgt die weduwe slechts driehonderd gulden pensioen — de toelage laten wij er buiten — en tóch moet voor dat geringe pensioen, onmiddellijk een kapitaal groot ƒ 6742,26, als 't ware worden op zij gelegd. _

Om tot betrouwbare gegevens te komen, betreffende de lasten welke door de leden in de toekomst op het fonds zullen' worden gelegd, hernemen wij weder onze ledenoroepen, gerangschikt naar ouderdom en gaan daarna over

Sluiten