Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76

BESCHEIDEN UIT DE ARCHIEVEN DER MARINE,

hunne volkomen equipages niet aan boord bij hun vertrek van Hellevoetsluys ; daar mankeeren thans meer als 50 koppen — verzoekt, daarin te voorzien.

171. Besluit van den Souvereinen Vorst.

16 Febr. 1814. ])

In aanmerking nemende, dat de gewezen kapitein^ ter zee CORNELIUS DE JONG laatst gecommandeerd hebbende 's Lands schip van Oorlog Cerberus, zich gedurende een reeks van Jaren, als een Officier van Eer en reputatie heeft gedragen, en Zijn Vaderland met getrouwheid, ijver en distinctie heeft gediend; aboleren wij en doen Wij te niete bij dezen (na ingenomen advies van den Eersten President van het Hoog Geregtshof der Vereenigde Nederlanden, en van Onzen Commissaris Generaal tot de Zaken van de Marine) al het gunt aan denzelven CORNELIUS DE JONG bij Sententie van den Hoogen Zeekrijgsraad in dato van den 2 5en Augustus 1800 tot delict is geïmputeerd ; — aboleren over zulks mede dezelve Sententie tegen denzelven gewezen, en stellen en restitueeren denzelven CORNELIUS DE JONG ieder tot zijnen goeden naam en faam en in den staat, waarin hij was, voor de Pronunciatie der voorschreven Sententie.

172. Roelof Witsen e. a. aan den Souvereinen Vorst.

10 Febr. 1814. 3)

Wij ondergetekende Schippers van Amsterdam, snellen tot Zijn Koninklijke Hoogheid, om ons aan te bieden om het Fort aan den Helder met deszelfs Vloot uit de Fransche hunne klauwen te rukken, ons zugtende vrienden en bemin-

v) Arch van het dept. van marine. — Het besluit werd genomen op een verzoekschrift van den kap. ter zee C. de jong aan den Souvereinen Vorst dd 30 Dec. 1813, waarin hij een middel vroeg om m zijn eer te worden hersteld. Bij onderscheidene besluiten in Februari, Maart en April d a v werden op dezelfde wijze in hun eer hersteld de navolgende commandanten van schepen der vloot, die den 3oen Aug. 1799 in de Zuiderzee aan de Engelschen was overgegeven: kap. ter zee Aeg. van Braam, Th. F. van der Capellen, j. Huys, D. H. Kolff, j. F. Eilbracht, W. H. van Senden en de kap.-luits. I. D. Schutter, 1. H. Waldeck j Rivery; benevens de gew. schout bij nacht j. L. Bosch (sententie'30 Nov. 1804). Ook de sententie tegen den schout bij nacht story, die inmiddels overleden was, gewezen, werd geaboleerd, „met alle aevolgen, welke dezelve voor de eer en nagedachtenis van den overledenen schout bij nacht Samuel Story zoude kunnen hebben . (Besl. Souv. Vorst 14 Juli 1814, No. 3).

2) Uit Amsterdam. — Arch. dept. van marine.

Sluiten