Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN HEER KNIPHORST.

149

verzamelklasse, voor het aanleeren der algemeene zeemans- en militaire eigenschappen medegerekend, zal voor vele kwaliteiten een korteren tijd voldoende zijn. De volle 4 jaren zijn waarschijnlijk alleen noodig voor monteurs, geschut- en torpedomakers.

Wat de kosten betreft, vrij zeker zullen deze hooger zijn dan die der nu bestaande opleidingen. Maar men krijgt dan ook beter waar voor zijn geld, in dit geval grondiger vakkennis. Bovendien kan men op de spaarpremiën der matrozen K. D. besparen. Waar toch de vakkennis geheel of gedeeltelijk in de plaats komt van de premiën bij het verlaten van den dienst zou men deze kunnen verkleinen door te bepalen, dat een matroos K. D. ambachtsman voor elk jaar zijner opleiding laat ons zeggen ƒ 100.— betaalt, af te trekken van de spaarpremie als vastgesteld in Art. 13 der regeling matrozen K. D.

Bovendien zou met het oog op het sociale belang, n.1. het mogelijk maken van goed ambachtsonderwijs aan jongelui, die er anders van verstoken zouden blijven, een subsidie van Binnenlandsche Zaken aan de Marine-ambachtsschool zeer wel te verdedigen zijn.

Hier komt ook nog bij, dat door het vervallen van een groot deel der nu bestaande onderofficiers-betrekkingen, een aanmerkelijke besparing op tractementen en pensioenen kan worden verkregen. Deze besparing vooral moet niet onderschat worden.

De heer K. schijnt eenigszins te schrikken van dergelijke onderofficiersarme scheepsmaatschappij en gaat tengevolge daarvan (of om een andere reden?) zijn eigen stelsel weer afbreken, door zijn tweejarige kaderschool der ambachtslui toch weer voor langer aan de Marine te binden. Ik acht dit onlogisch. Men kan het bij uitzondering toestaan, zooals dit bijv. nu al voor de matrozen K. D. bepaald is in Art. 1 5 van hunne regeling. Maar verder ga men niet. Een beperking van het aantal onderofficieren, maar het korps dan ook, behalve noodgedwongen de schrijvers, alleen bestaande uit werkelijke scheeps- en vechtonderofficieren, zal m. i. niet anders dan zeer gunstig werken op hun prestige. Ook zal het hun aangenaam zijn minder rechthebbers op hutten en verblijven aan boord te hebben en zal het gemakkelijker vallen voor dit kleine aantal goede finantieele regelingen te maken.

Wanneer men werkelijk het stelsel van doorstrooming van jonge, versche, goed opgeleide elementen wil, zooals de heer K., dan ook de zaak zoo logisch doorgevoerd. Men moet dan

M. 1915— 1916. 10

Sluiten