is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

838

vele behoeften heeft verkregen, b.v. behoorlijke kleeding, petroleum, lucifers en andere voorwerpen van dagelijksch' gebruik, zoo beplant het zijn sawahs niet, dan wanneer de rijst begint op te raken,' dat is ééns in de twee of drie jaar.

Voorwaar een idyllische toestand, die men vroeger ook in ons rechtstreeksch gebied hier en daar heeft aangetroffen en waarvan men nog den overgang vindt in de streken, waar men na den oogst geen moeite meer doet om tweede gewassen of wel voor de tweede maal rijst op de sawahs te planten, dan wel vischvijvers of tabaksvelden daarvan te maken.

En dat is echt oud-inlandsen, om dat woord waar te maken: werken naar de hoogst noodige behoefte, leven van dag tot dag.

Met de meerdere beschaving en de meerdere behoeften komt echter nog een groote factor daarin verandering brengen, n.1. het verlangen naar gebruiksvoorraad om in de harde tijden een appeltje voor den dorst te hebben, dan wel naar kapitaal, waarvan men zich het onmiddellijk genot ontzegt, om het weer voor de voortbrenging aan te wenden.

Voorzeker, niemand zal de meening willen bestrijden, dat die neiging een uitstekende zaak is. Zij behoedt de volken bij misgewas of andere rampen voor geheelen of gedeeltelijken ondergang, zij doet het arbeidsvermogen, dat anders bleef sluimeren, ontwaken en tot haar recht komen. Want men zegge niet, dat het gros der inlanders zich inspant zooveel het kan. Zooals hun spreekwoord zegt: „een andere kolk, andere visch, andere weiden, andere sprinkhanen"; bij de verschillende volken onder ons bestuur is dat niet gelijk, maar, omdat de twee voor productie noodige elementen aanwezig zijn en we kunnen zeggen, in Indië nog overal aanwezig zijn, behoeft de toeneming van behoeften vooralsnog geen ongerustheid te wekken, maar is zij, zooals boven werd aangetoond , de voorname spoorslag tot de welvaart.