is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

854

blijft, in eigen beheer te rooien, en de overblijvende perceelcn (nl. Tirtasari, Tjintjoeroean, Tjibeureum en West-Tji-bitoeng), welke een aaneengesloten complex vormen met een aanplant van circa 750 bouws uitgezocht kina-plantsoen, voor het proefstation aan te houden.

Op Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid zijn o. a. hooger dan voor 1898 geraamd: de uitgaven voor de tin-exploitatie op Banka ƒ 659,000; de uitgaven voor het onderwijs ƒ 98,000; en de kosten van verkoop van Banka-tin / 67,000.

Daarentegen zijn verminderd kunnen worden: met ƒ 100,750 de uitgaven voor de exploitatie van de Ombiliënkolenvelden; met ƒ 25,600 de kosten van het zoutmonopolie ; en met ƒ 65,000 de uitgaven voor het nemen van eene proef met de briquetteering van zout.

Tot toelichting van de wijziging, die de raming der kosten van het personeel bij 's Lands Plantentuin te Buitenzorg heeft ondergaan, wrordt medegedeeld, dat de vraag, of met de thans in Indië aanwezige deskundigen de belangen der padi-cultuur naar behooren behartigd kunnen worden, door de Indische Regeering, na raadpleging van den directeur van 's Lands Plantentuin, zeer bepaald ontkennend is beantwoord.

Vandaar dat bij deze begrooting gerekend wordt op de aanstelling van een ambtenaar, landbouw-zoöloog, voor het bestudeeren der ziekten en plagen door insecten en andere dieren in de cultuurgewassen veroorzaakt, speciaal met het oog op de rijstcultuur.

Voor het ijkwezen wordt, in plaats van het ten vorigen jarc uitgetrokken bedrag van ƒ 12,450, thans eene som van ƒ 14,400 aangevraagd, in het belang van een scherper controle op de gebruikt wordende meet- en weegwerktuigen in het algemeen en speciaal op die gebezigd door den Staat.

Ten einde tot eene verbetering van den bestaanden toestand te geraken en tevens het verwijt te ontgaan,