is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

954

van Malang, op de helling van de Kawi, zag ik gouvernementstuinen in zulk een deplorabelen toestand, dat men per bouw (1 bouw = + f H. A.) geen 2 picol '125 K G) koffie oogstte, d. i. + ^ van een matige opbrengst. De fout school hier in hoofdzaak in het niet behoorlijk opsnoeien der schaduwboomen, zoodat de zonnestralen niet konden doordringen. Ook werd het doode koffiehout met van den stam verwijderd, en waren de boomen te dicht bij elkander geplant.

Ik wees hier drie gevallen aan, welke met tal van andere de gouvernementskoffiecultuur tot een onding maken. De opbrengst van deze cultuur kan vervijfvoudigd worden, doch de Regeering moet dan in twee hoofdopzichten afwijken van den tot dusverre gevolgden weg: den Javaan zijn product met billijken prijs betalen en .'.. het beheer der cultures onttrekken aan de ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur! Het aantal controleurs kan dan op groote schaal worden verminderd, en voor de daardoor bespaarde gelden krachtige jongelieden worden opgeleid voor de koffiecultuur, na ten opzichte van hun quantum gezond verstand vooraf deugdelijk onderzocht te zijn.

In ruwe trekken geef ik deze hoofdpunten aan, doch ieder gevoelt, dat over dit onderwerp heel wat valt te zeggen. Ik stel mij voor, te zijner tijd hierop terug te komen.

2°. Boschcultuur.

In de residenties Soerabaija, Pasoeroean, Probolinago en Besoeki constateerde ik eene totale absentie van afdoende controle der djattie-perceelen, zoodat Chinees en Inlander om 't hardst de bosschen plunderen! De tallooze Chineesche meubelmakers, die in elke plaats met Chineesche wijken zijn te vinden, verwerken bijna uitsluitend gestolen djattiehout.

Ook bij deze cultuur is het toezicht aan Inlanders onder verschillende ambtsbenamingen overgelaten, terwijl