is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

983

zijn rapport: „het duurt gewoonlijk zekeren tijd, vóór de beri-beri zich openbaart. Te Japara zijn daartoe gemiddeld 106 dagen noodig, gerekend van den dag van inhechtenisneming, tot het oogenblik, waarop zij onder behandeling komen; te Modjokerto gemiddeld 110, te Sidoeardjo 114, te Probolinggo 120, enz. enz."

Hoe is dr. V. dan wel gekomen tot het zoo buitensporig aantal geïnterneerden ?

Hij zegt het niet, en wij moeten gissen. Het zal niet al te ver bezijden de waarheid zijn, als ik beweer, dat hij het voetspoor zal gevolgd hebben vandeheeren Pekelharing en Winkler. In hun verslag aan de Regeering (1888) kan men, op blz. 117, lezen, hoe zij de lijders maandelijks in rekening brachten, de gezonden daarentegen dagelijks. Ieder begrijpt, dat op deze wijze het

ziektecijfer 30 a 31 maal te klein werd gemaakt.

Welnu, het schijnt mij toe, dat dr. Vorderman zijn hoog cijfer 281,878 verkregen heeft door de periodieke (b.v. maandelijksche) sterkte-opgaven bij elkaar te tellen.

Wanneer men nu weet, dat het aantal dooden slechts 1 maal in rekening is gebracht, en het aantal zieken eveneens — tenzij -iemand herhaaldelijk door ziekte werd aangetast, — dan blijkt daaruit, dat de zoogenaamde procentische ziekte- en sterftecijfers, zooals dr. Vorderman ze berekende, bij lange na niet den waren toestand aangeven."

Uit de door dr. Vorderman gegeven cijfers trekt de schrijver de conclusie, dat de herkomst der rijst er wel degelijk toe doet, terwijl èn dr. Vorderman èn dr. Eykman uit diezelfde cijfers de conclusie trekken, dat de voeding met uitheemsche gepelde rijst of met inheemschc gepelde rijst weinig invloed heeft op de voeding.

De versleeping van de ziekte door de zieken, door den heer Vorderman als een feit beschouwd, wordt door den schrijver ten sterkste ontkend.

Dat het zilvervliesje voor de rijst een specifiek voor-