is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 17, 1860, no 21, 01-11-1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

198

algemeen ingevoerden beteren grondslag, zal wel geene vertraging in den voortgang dezer concerten te weeg brengen.

De wekelijksche oefeningen der Haagscbe zangvereeniging van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, hebben reeds eenen aanvang genomen en bereiden, naar men zegt, de uitvoering voor Handei's Samson. Eene blijde verrassing voor hen, die het Arnhemsche muzijkfeest niet bijwoonden, en deze zijn zeer vele, en zeker geen onwelkome ware voor ieder.

Ook de kunstenaars-vereeniging: de Toekomst belooft ons voor haar eerste concert eene muzikale smullerij in Beethoven's Pastorale symphonie, en Mendelssohn's Sommernachlstraum, (ouverture, scherzo, Hochzeitmarsch etc.) Hoe jammer, dat men zich door den valschen smaak van 't publiek genoodzaakt beeft gezien, af te wijken van het voornemen, om in navolging der Caecilia-concertcn te Amsterdam, slechts orcheststukken uit te voeren! Maar een kunslenaars-oudersteunings-fonds wordt door ledige zalen niet gestijfd, en men heeft wel zijne toevlugt tot solt moeten nemen, die, bij het Haagsche publiek ten minste, zilver en goud in de kas doen vloeijen. Waar dit ook echter moge vloeijen, in de theater-kas vloeit het zeker niet. Door het gebrek aan geabonneerden en het uitblijven der losse bezoekers, blijft de kas ledig en wordt de toestand van den ondernemer onhoudbaar. Maar ook welke zang, en welk spel wordt er in den Haag voor het voetlicht gebragl! Niemand, wij zeggen niet die muzikaal gevormd is, maar die slechts goed gecondilionneerde gehoor-zenuwen bezit, kan het, al was het ook slechts e'e'n uur, uithouden te midden van zulk eene kermismuzijk, waar het de ontoereikende slemmiddelen van de forte chanteuse, door het geschreeuw van den fort ténor geheel'en ai worden overstelpt, waar gebrek aan voldoend muzikaal talent doorgaans niet eens door zuiverheid van intonatie en welluidendheid van slem wordt vergoed, in ée'n woord, waar solisten, koor en orchest hun best doen , om het oude afgesleten Fransche répertoire, waai mede men telken jare weder voor den dag durft komen, om het zeerst te radbraken en te vermoorden. Raakte het nog maar voor goed in vergetelheid, wij zouden 't hen nog vergeven; maar indien er geene verandering in den stand van zaken komt. zullen wij nog lang stukken als la Juioe, Robert le Uiable, la Fuvorite, ziellozend over de planken moeten zien slepen. Het is moeijelijk eene vergelijking te maken tussclieu het nieuwe Fransche toneelgezelschap, en dat 'l welk in het vorige jaar zijn kommervol leven eindigde. Slechter kon het bezwaarlijk zijn, maar beter is het ook niet, en zal het ook niet worden, zelfs met het verhoogde stedelijke subsidie, dat voor dit jaar is verleend. De slechte uitvoering van een vervelend en eentoonig re'perloire houdt de bezoekers verwijderd. Slechts een Duitsch opera-gezelschap, waarmede met minder kosten veel betere uitvoeringen kunnen gegeven woiden, en dat daarenboven een uitgebreid en, voor hel Haagsche publiek ten minste, Hagelnieuw re'pertoire ten gehoore kan brengen, kan ons redden uit den onhoudbaren toestand, waarin wij ons thans bevinden. Eene eigenlijke kritiek van ons tegenwoordig Fransch tooneelgezelschap is bezwaarlijk le geven. Slechts tot eene zekere hoogte is kritiek mogelijk. Dit gezelschap, zoo als zoo vele vorige, staan beneden alle kritiek. De enkele personen, die door mindere bekwaamheid dan de overige uitmunten, zijn niet in staat het geheel aan het af keurend oordeel te onttrekken. Wanneer wij er bijvoegen, dat nog steeds nieuwe sujetten, niet minder onbekwaam dan hunne voorgangers, aan het publiek worden voorgezet, en dat de débuts nog niet zijn afgeloopen, zullen wij

wel in geene verdere opmerkingen over de minder goede zamenwerking der leden van dit gezelschap, behoeven te vallen.

Het publiek heeft trouwens dan ook den staf over de Fransche opera gebroken; het vermijdt den schouwburg en getroost zich liever de moeite om te Rotterdam in, de in den regel goede en soms uitmuntende voorstellingen van het Hoogduilsche opera-gezelschap aldaar, eene vergoeding te gaan zoeken voor hetgeen het te huis moet missen. De extra nachttreinen maken het den bezoeker trouwens gemakkelijk en lokken dan ook vele, zeer vele Hagenaars om wekelijks het booge kunstgenot te gaan smaken dat het gulle, ijverige Rotterdam biedt.

Hoe lang zal 'sGravenhage nog blijven klaploopen op de gastvrijheid van hare buurvrouw Rotterdam? En hoe lang zal men nog het dwaze, en thans door de daad wederlegde argument moeten hooren , ten voordcele eener Fransche opera te 's Gravenhage: dat het Haagsche publiek geen Hoogduitsche dramatische muzijk op zijn tooneel wil zien opvoeren?

ROTTERDAM. Hoogduitsche Opera.

De achtervolgende voorstellingen van Don Juan , Figaro's Hochzeit, Freyschütz, Martha, die Hugenoten en JVorma hebben ons in staat gesteld ons opera-personeel naauwkeuriger te leeren kennen en daaromtrent meer in bijzonderheden te berigten. Het verheugt ons dat wij nu ons vroeger berigt, dat zeer gunstig luidde, zoowel wat betreft de bekwaamheden der uitvoerders als den bij val en de ondersteuning van het publiek , in allen deele kunnen bevestigen. Inderdaad bezitten wij een ensemble van zangers, dat gewis de verwachtingen heeft bevredigd, ja ver overtroffen en dal , zoowel wat de hoofdpartijen als wat de nevenrollen betreft, zich in staat heeft getoond de beste dramatische producten , met name ook die der klassieke Duitscbe school, op eene waardige wijze te vertolken. Eene nadere beschouwing zal dit ook den lezers van dit Tijdschrift duidelijk maken. Het personeel telt in de eerste plaats in de dames Bertram Mayer en Kainz P r a u s s e twee zangeressen van groole verdiensten. Eerstgenoemde bezit een fraai en uitgebreid orgaan, eene goede school en eene voordragt vol kleur, leven, vuur en gevoel; eigenschappen, welke zij, vooral in de rollen , die tot haar emplooi als eerste dramatische zangeies belmoren, op eene wegslepende wijze ontwikkelt. Daarbij kenmerkt zij zich door eene veelzijdigheid, die haar in staat stelt ook in coloratuur- en soubrette partijen uitstekende diensten te bewijzen. Donna Anna (Don Juan), Agatha (Freyschütz) en de gravin (Figaro) vertegenwoordigde mev. Bertram Mayer met zoo veel uitdrukking, als Nancy (Martha) ontwikkelde zij zoo veel geest en leven in spel en zang, als Margaretha (Hugenooten) spreidde zij zoo veel virtuositeit ten toon , dat zij telkenmale een triumf behaalde. Maar in Norma overtrof zij zich zelve en toonde zij zich eene tragédienne van groote bekwaamheid. Echler is het, in haar eigen belang vooral, raadzaam dal zij haar vuur en krachtsaanwending, die wel eens aan effectbejag doen denken , leere matigen , daar wij vreezen dat zonder die oeconomie hare middelen al ligt spoedig onder hare vermoeijende verrigtingen zouden lijden.

Mevrouw Kainz, die zoowel le dramatische als coloratuur-partijen vervult, en die in het bezit is van een bij uitstek fraai geluid en van eene voortreffelijke methode , weet die spaarzaamheid beter in acht te nemen. Nu en dan zou men daarentegen in hare voordragt nog wel