is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 17, 1860, no 24, 15-12-1860

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

226

in bas-noten met becijferingen , in alle toonaarden schriftelijk overbrengen , om ze daarna , zonder eenige voorbereiding of eenigen uitleg, voor de vuist te spelen. Dat dit mooi ging , laat zich denken. Na met dit geestdoodend werk een' hoop muzijkpapier te hebben vermorst, kon men die opgaven vierstemmig zetten, waarbij enkel werd gezegd , dat de stemmen niet moesten springen ; ■— en bij 't voleindigen hiervan, was men nog even wijs als voorheen. Dat de toepassing van de accoorden op de koralen hierbij onmogelijk door den leerling zelv' gevonden kon worden, maar alleen door voor te zeggen plaats bad , gevoelt ieder. Later moest men melodiën. boven de exempels zoeken en eindelijk — componeren !! Om kort te gaan , men moest meest leeren door H. te hooren en te zien spelen ; hoewel de accoordopvolgingen , die zich bij 't vele spelen van de exempels vastzetten, en die men in 't spel van H. met de inkleeding terug vond, eenigen steun aan 't geheugen gaven.

Generale bas! — hoe dikwijls dienen nog heden die holle klanken , om een' hoogen dunk van genoten opleiding in de muzijk te geven! En wat is hij anders, die generale bas, dan een middel tot afrigting en eene doode cijferkraam ? Gottschalg noemt hem een' brij voor kinderen, waarvan echter nog wel mannen van't vak likken, 't Is waar, men vindt in de zoogenaamde generale basscholen ook regels aangegeven ; maar deze bepalen zich tot combinatiën van cijfers, die bij elkander behooren , of niet bij elkander passen , en waarmede men zich het boofd kan opvullen. Voorts steunt alles op gebod en verbod, en nergens vindt men een spoor van rationeel onderwijs. Wij hebben op 't oogenblik zulk een boek voor ons. Het begint met de intervallen en hunne onderlinge beweging, en handelt dan

Over de Secunden.

»Bij alle secunden behoort de quart en sext," zegt de schrijver. — Goed, maar nu vervolgt hij: «Wanneer er eene quint boven de secunde staat, dan moet, in 't vierstemmige de quint of de secunde zelve verdubbeld worden." — Best, maar hoe komt die quint er nu boven, en is dit consequent met de eerste stelling , dat bij alle secunden de quart en sext behooren? Zie hier het voorbeeld , waarin de quint verdubbeld is :

Wanneer hier nu niets meer bij verklaard wordt, en niet wordt aangewezen , dat de harmonie niet anders is dan G, D, G, waarbij in den bas eene vertraging van het tweede accoord plaats vindt, dan hebben we al vast te onthouden, dat er, behalve secunde-quart-sext-accoorden, ook secundc-quint-accoorden zijn. Dwaze voorstelling van eene eenvoudige zaak!

Neen , we willen den leerling niet vermoeijen met noodeloos machine-werk; we willen de zaak, op eenvoudige grondslagen gesteund, met kracht van overtuiging behandelen , en den leerling zelv' leeren vinden en zamenstellen.

Of we de becijferingen dan geheel afkeuren?

Geenszins; ze kunnen tot eene soort van snelschrift dienen , 't welk men maar eerst bij 't ontwerpen van eene compositie bezigt; — ze zijn dienstbaar tot een gemakkelijk overzigt van eene partituur; — ze kunnen den

leerling spoedig doen zien, welke accoorden hij heeft, en ook , bij goed en oordeelkundig onderwijs , als opgaven dienen , om te zien , of de leerling de intervallen , door de cijfers aangewezen , goed weet te plaatsen; hoewel ze dan niet als leerstof, maar als leermiddel optreden. Maar ook dit heeft zijne grenzen en dient niet aanhoudend en ook tevens met overleg te geschieden. Zoo zouden we , wanneer de leerling een goed begrip van de drieklanken en hunne eerste omkeering had , en het verband van tonica en dominant wel vatte, het bovenstaande voorbeeld eenvoudig zoo opgeven :

om hem later te zeggen : Breng hier eens eene vertraging in. Maar nog eens : het komt er maar op aan , dat de leerling alles zelf opstelle, nadat het hem oordeelkundig en aanschouwelijk is voorgesteld.

Wij eindigen deze schels over 't onderwijs met den hartelijken vvensch , dat de jonge lieden , welke zich aan de kunst toewijden, zich mogeu beijveren, om van alles een helder inzigt te verkrijgen, ten einde eens waardige onderwijzers te worden.

DE MUZIJKTJITGAVE VAN DEN HEER RIETERBIEDERMANN, IN WINTERTHUR.

[Fervolg van pag. 216).

DERDE EN LAATSTE ARTIKEL.

Christnacht. Cantate für Solo-stimmen und Chor nut Pianoforte , -von Ferd. Hiller. Op. 79.

Dit uit zes nummers bestaande werk is voor zangverenigingen, die bij hare uitvoeringen zich steeds met piano-accompagnement moeten tevreden stellen, eene welkome gave. Want hoewel de componist niet overal evenzeer door de stof geïnspireerd is geworden , vinden wij toch tegen het slot eene climax die niet nalaten kan eenen gunstigen indruk te maken. De nummers 5 en 6 zullen vooral bijval vinden. Dat de geoefende hand van den ervaren meester zich nergens verloochent, behoeven wij niet te zeggen. Het werk levert geene moeijelijkheden op.

Idyllen für das Pianoforte, von Niels W. Gade. Op. 34.

Wie de Novelelteu, Arabesque en Aquarellen van dezen componist weet te waarderen, zal ook met genoegen deze Idyllen spelen. Im Blumengarten, Am Bache, Zugvögel en Abenddamtnerung, zijn de opschriften dezer vier piano-stukken. Neemt de fantaisie geene hooge vlugt, de smaakvolle bewerking, de fijne vorm en edele inhoud verraden den kunstenaar van den eersten rang. N°. 1 en 4 zijn ons wel de liefste.

Prière. Andante pour le piano, par Stephen Heller.

Een ernstig muzijksluk, dat door geoefende pianisten met genoegen zal gespeeld worden, doch op ons den indruk niet kan maken , dieu wij volgens den titel verlangen. Ernstig spreken is geen bidden.

Albumblatter. Neun kleine Klavierstücke von Theodor Kirchner. Op. 7.

Hoe klein van omvang deze muzijkstukken ook zijn mogen, (het grootste beslaat slechts drie pagina's), zoo ziju ze toch zoo belangrijk, dat ware de componist ons niet reeds als een zeer degelijk kunstenaar bekend, wij bij het zien van dit opus eene diepe révérence zouden maken. Een kunstenaar, die hqt zoo ernstig met zijne kunst