is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 2, 15-01-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Utttcty, 15 3annaxij 1861.

ALGEMEEN MUZIKAAL TIJDSCHRIFT

VAN

NEDERLAND.

Jlinncnlatul/fche en Jtuilenlandsche Corresponden ten,:

De HH. J. G. BASTIAANS, C. F. BECKER, J. C. BOERS, F. BRENDEL, FRANS COENEN, J. A. VAN EYKEN, G. J. VANEYKEN, GUST. FLÏJGEL, ALBERT HAHN, RICHARD HOL, J. C. LOBE, MATINO, PHILOKALES, A. G. R1TTER, WILHELMUS SMITS, ALOYS SCHMITT, J. WIEGAND en vele anderen. Redacteur: Dr. F. C. KIST.

De GEABONNEERDEN zullen den eersten en vijftienden van iedere maand een nommtr (minstens één vel druks) van dit Tijdschrift ontvangen. Afzonderlijke N°s. zijn niet verkrijgbaar.

Verhandelingen , Biographicn, Beoordeelingen, Binnenlandse/ie en Buitenlandsche Berigten, Feuilleton en mededeeling van nieuw uitgekomen 'Muzijkwerken, zullen den inhoud van het Tijdschrift uitmaken.

Men ABONNEERT zich bij eiken soliden Boek- en Muzijkhandelaar en aan alle Postkantoren tegen den prijs van: Geh. jaar / 6.00, franco per post / 7.00 Halfjaar. » 3.50, « » » » 4.00

Adverttntiën worden geplaatst tegej 20 Cents de regel en 35 Cents zegelgeld.

Met uitzondering van de gewone Correspondenten zij de inzending franco onder adres van de Uitgevers of van den Boekh. j. Noordendokp te Amsterdam.

VEBIIjIMBELHSGEM.

GESCHIEDFNIS VAN DE PIANO-VIRTUOSITEIT'). Door Dr. Adolph Kdllak.

Wanneer de aesthetische kennis van het sclioone eene philosophische ontleding van de objectief-subjectieve eigenschappen van het schoone bevat , beweegt zij zich in de oniniddelijke en algemeene verschijning van haar object. Een verder voortgezet indringen in zijn wezen , leidt tot de historische behandeling. Zij dringt door in eene soort van nieuwe onderscheidingen , die in het object gelegen zijn, en veredelt eensdeels het aesthetisch genot, dat tot de vereisebten der aesthetiek behoort, anderdeels vervult zij de noodzakelijke eischen der objeetieve wetenschap. Historische en philosophische kennis moeten altijd zamen gaan. Dientengevolge volgt hier nu een historisch overzlgt van de ontwikkeling van het piano-spel.

Natuurlijk moet zij zich aansluiten aan de groote meesters, die in spel en compositie den weg en de rigting aanwijzen , welke de algemeenheid der tijdgenooten moest inslaan, omdat het voorbeeld der meesters gevolgd wordt door de leerlingen.

Aan de geschiedenis van de practische zijde van het piano-spel, zoo als het zich vertoont in het persoonlijk voorbeeld der meesters, zal zich moeten aansluiten een

<) Die Aesthetik des Klavierspiels von Dr. Adolph Knllak. Berlin. 1864.

historisch overzigt van de in het licht verschenen methodes der piano-behandeling. De geschiedenis der praktijk en theorie behooren uit hun aard bij elkander, wanneer het te doen is, om een historisch beeld voor oogen te hebben.

De geschiedenis van de praktische zijde van den ouderen tijd heeft hare bekende zwarigheden. Ten eerste berigten de tijdgenooten weinig meer dan algemeene zaken over het spel der meesters , en bovendien dikwijls zonder genoegzame duidelijkheid; ten tweede kan men aan hun oordeel slechts eene betrekkelijke geldigheid toekennen , in zoo verre als de oudere tijd het uit een geheel ander oogpunt beoordeelen moest, dan de onze.

Wanneer iets nieuws zich een weg baant, zal de werking de rust van het objectieve oordeel altijd min of meer te kort doen. Slechts van het toppunt van eene volmaakte ontwikkeling kan zulk een oordeel op vertrouwen en erkenning aanspraak maken. Evenwel is het altijd zeker, dat de geestige zijde eerder haar regt zal verkrijgen , misschien juist nog te weinig op den voorgrond gesteld is, wanneer men bedenkt, dat zelfs bij de tegenwoordige beschaving slechts een langzaam zich ontwikkelende vooruitgang in het begrijpen varj_ejyieri Bach en Beethoven plaats heeft. De teclmispfaq jfijde i£, echter zeker overdreven geworden, daar /eensdeels ,4je% instrumenten van vroegeren tijd ze slechts 'eêuzydig kon; den opwekken , anderdeels door de berigtgejvers- jpp zaken gewigt gelegd werd , die tegenwoordig tot de^zjHsiaTi^g^ elementaire vereischten behooren. _

Het is natuurlijk beter gesteld met de gBs^auedenis-' van den nieuweren tijd, daar deels de eigene aanseïou-