is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Vi&b onSehmda hlmm mn dm eetótm admilaal d&i U\at&tym%m

DOOR F. VOGELS

an de vier hierna afgedrukte, tot nog toe onbekende brieven

van Adrien de Bergues, Meer van uoinam, eeisieu iumuaoi j. ,.i * j„„ w/atorrtPUTon waarvan er drie door mij

_/i . van ue viuui uu m u^^-y-^——,

. , , . j_ 1..,. q-i„:„,,u~ ü,;Vcarr-V,i>f to Rrussel en één in net

ontdekt weraen m nei utiyia>-iit ivijjvoi*,.^—-

Staatsarchief te Wiesbaden — de eenige brieven overigens, welke ik bij mijn onderzoek in alle mogelijke archieven en gedrukte bronnen ooit van dezen historischen persoon vermocht te vinden —, diene een korte toelichting vooraf te gaan.

Jonker Adrien de Bergues, Heer van Dolhain, een edelman uit Artois, treedt in de jaren 1565 en 1566 tijdens de troebelen in de Zuidelijke Nederlanden, sterk op den voorgrond. Hij is in dien tijd een man van ongeveer 35 jaren, een Waal, maar hij spreekt en schrijft ook Nederlandsch.

Nadat hij door Alva is verbannen wijkt hij naar Duitschland uit, waar hij in Augustus 1568 van den Prins van Oranje een brief krijgt voor Koningin Elisabeth van Engeland, waarin om steun aan de zaak van de onafhankelijkheid der Nederlanden verzocht wordt. Einde Augustus 1568 komt Dolhain in Engeland aan en wordt daar al spoedig als het hoofd der Watergeuzen beschouwd. Zijn verzoek om hulp aan de Engelsche regeering, gesteund door het schrijven van den Prins van Oranje, blijft niet zonder resultaat. In Februari 1569 kan hij melden, dat hij twee schepen uitrust. Helaas komt er dan een kink in den kabel, want de Engelsche regeering, vreezend voor de moeilijkheden, die Alva in het vooruitzicht stelt, legt tijdelijk beslag op de schepen. Dolhain echter weet de bezwaren der Engelschen te overwinnen en in Juni 1569 zien wij hem bezig met de uitrusting van een grootere vloot, ondanks bepaalde tegenwerking, waarmede hij te kampen heeft.

Omstreeks dien tijd — de juiste datum is niet bekend — wordt hij door den Prins van Oranje tot admiraal benoemd. Of deze keuze een gelukkige was, mag men betwijfelen. Maar een vooroordeel, zeer verbreid in die dagen, wilde nu eenmaal, dat een edelman tot alles

945