is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 8

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

in staat was en dit maakte van Dolhain, die alles, behalve een zeevaartkundige was, het hoofd van de vloot.

Dolhain wordt ons door zijn tijdgenooten beschreven als een lange, magere man, met een kleinen baard, steeds gekleed in een grove soldatenpij met hangende mouwen. Zijn ruw optreden en de wildheid van zijn karakter maken hem niet tot den meest geschikten leider.

Alva, de activiteit der Watergeuzen in Engeland met leede oogen aanziend, verdubbelt intusschen zijn druk op Londen en op 10 Augustus worden Dolhain's schepen opnieuw in beslag genomen. Nu echter gaat Dolhain zelf op audiëntie bij Koningin Elisabeth en hij weet te bereiken, dat hij zijn schepen ten slotte weer vrij krijgt, hoewel hij op 28 Augustus zelfs tijdelijk in hechtenis wordt genomen. Uit dien tijd moet de memorie, die hierna als bijlage I wordt afgedrukt, stammen. (Zie ook: Blok, Geschiedkundig Onderzoek in Duitschland, pag. 293).

Begin September 1569 echter zijn alle moeilijkheden overwonnen, de vloot der Watergeuzen zeilt uit en verschijnt op 16 September voor het Vlie, waar men binnen weinige dagen bijna alle graanvaarders uit Amsterdam, Enkhuizen en andere Hollandsche steden, welke uit de Oostzee kwamen, in handen weet te krijgen. De beste zeilers worden ter versterking van de Geuzenvloot behouden, de andere schepen tegen flinke sommen gerantsoeneerd.

Blinkt admiraal Dolhain dan al niet uit in zeevaartkundige kennis, in zijn hebzucht blijkt hij moeilijk te overtreffen. Binnen enkele maanden ziet hij kans een groote som gelds bijeen te brengen, maar de afrekening met den Prins, die het geld zoo broodnoodig heeft, en de verdeeling van de buitgelden onder de kapiteins en bemanning stelt hij onder allerlei voorwendsels voortdurend uit. Eindelooze twisten, vooral ook met zijn vice-admiraal, jonker Lancelot van Brederode, zijn daarvan het gevolg. (Zie bijlage II). Zelfs de graaf van Bossu, Koning Philips' stadhouder van Holland, krijgt van deze twisten de lucht en meldt dit op 28 September 1569 van Medemblik uit aan Alva. (II y eu quelque dissension entre Dolhain et Lancelot b. de Brederode pour les repartissement du buton — Belgisch Rijksarchief, Papiers d'Etat et de 1'Audience, deel 334, fol. 204).

Tijdelijk wordt ten slotte de twist bijgelegd en de geheele Geuzenvloot zeilt naar de Eems. Op 30 September 1569 komen de schepen daar aan en werpen het anker uit tusschen Emden en Grethe. Evenals op de Engelsche regeering. oefent Alva thans druk uit op de graven van Oost-Friesland en deze verbieden den Watergeuzen aan land te gaan en hun onderdanen, om handel met de mannen van Dolhain te drijven. Nu wendt Dolhain zich schriftelijk tot de graven: Wanneer den lieden van Alva wordt toegestaan om inkoopen op

946