is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

functie kan zijn. Maar daarnaast heeft de zeemacht een ander doel, dat verder ligt. Nog scherper gezegd misschien: de regionale verdediging van het Rijk in Europa, van het Rijk in Azië en van het Rijk in Amerika is een der vele verschijningsvormen, waaronder de imperiale taak van de marine zich openbaart. En deze imperiale taak is regeeringsaangelegenheid.

De moeilijkheid — ik vestigde hier reeds de aandacht op — is de staatkundige verhoudingen zoodanig te regelen, dat binnen haar raam aan de bevoegdheids-conflicten, die wij tot nu toe in zoo ruime mate gekend hebben, een einde wordt gemaakt.

Het departement van koloniën bemoeit zich ook niet gaarne met scheepsaangelegenheden — om het maar zoo ruim mogelijk uit te drukken. In een volgend hoofdstuk hoop ik dit aan te toonen ten aanzien van principieele vraagstukken, waar het gaat om niet meer of minder dan het directe belang van den staat in zijn geheel. Ik wil dit hoofdstuk besluiten met een voorbeeld, waaruit deze negatieve houding blijkt ook ten aanzien van vraagstukken van een veel minder verre strekking.

De gouvernementsmarine in Nederlandsch-Indië is geheel afgescheiden van de oorlogsvaartuigen; zij bestaat uit een twintigtal kleinere stoom- en motorschepen en is belast met de uitoefening van het politietoezicht in de territoriale wateren, met de controle over de bebakening en kustverlichting en met het vervoer van ambtenaren en gouvernementsgoederen. De schepen doen dienst op bepaalde „stations" en staan ter beschikking van de gewestelijke bestuurshoofden.

De taak van deze gouvernementsmarine is dus een zuiver koloniale, een zuiver departementale taak: zij is een Indische civiele marine onder uitsluitend beheer der Indische regeering, en wordt dan ook geheel door Indië bekostigd. Wel kan de gouvernementsmarine in oorlogstijd gebruikt worden voor hulpdiensten bij de oorlogsmarine (communicatie, transport, enz.) onder eigen personeel, maar zij behoort niet tot de officieele marine-reserve.

Men zou denken, dat voor den bouw der schepen — allereerste eisch voor een doelmatige werking van dezen tak van dienst — het departement van koloniën de geheele zeggenschap aan zich houdt.

In een nota, betreffende de regeling van de verhouding van den commandant der zeemacht in Nederlandsch-Indië tot den gouverneurgeneraal en tot den minister van defensie, opgenomen als bijlage CC. van het verslag der commissie-Idenburg, lezen wij evenwel, dat „zelfs ten aanzien van nieuwe schepen der gouvernementsmarine, die in Nederland worden gebouwd, rechtstreeksche correspondentie met den minister van defensie plaats heeft, ofschoon het hier een kwestie betreft

1238