is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Het deel sub. a heeft een sterkte van ten minste: 2 kruisers, 8 jagers en

12 onderzeebooten,

onverminderd de mogelijkheid om aan een of meer van deze schepen krachtens Koninklijke machtiging tijdelijk een andere bestemming te geven.

Voor de zeegaande vloot wordt Soerabaja als basis voltooid. De toegangen naar die haven zullen door batterijen met middelbaar geschut aan den wal worden beschermd.

6. De sterkte van het Leger, daaronder begrepen de Europeesche militie, aan infanterie wordt bepaald door hetgeen noodig is voor de vervulling van de sub. la (en 2) bedoelde taak. Voor zoover de infanterie op Java is gelegerd, wordt zij georganiseerd, bewapend en uitgerust, alsmede versterkt met hulpwapens en diensten, voor de neutraliteitshandhaving (met steun van de Vloot) op Java en wel in het bijzonder voor:

a. de verdediging van Soerabaja te land tegen landingsdivisiën van kruiser-eskaders, die in den Archipel kunnen worden verwacht;

b. de bescherming van de haven van Tandjong Priok tegen een actie van enkele schepen, die zich meester willen maken van die haven voor eigen gebruik.

7. Als bij zonder kwetsbare punten bedoeld in het slot van punt 3, worden voor het tegenwoordige beschouwd de plaatsen van opslag en verwerking van zware (stook)olie: Tarakan en Balikpapan.

Te hunner bescherming zal met gebruikmaken van de in die plaatsen aanwezige personen, die ingedeeld zijn bij de Europeesche militie, een troepenmacht van voldoende sterkte ernstig verzet moeten waarborgen tegen gewelddadige pogingen, met beperkte middelen ondernomen, om zich van die voorraden meester te maken, en indien de overmacht daartoe dwingt, de tijdige vernieling van de voorraden moeten verzekeren.

8. Indien Nederlandsch-Indië ondanks het ernstig pogen om buiten den oorlog te blijven, daarin toch betrokken wordt, zal de aanwezige weermacht met de voorhanden middelen zich zoo goed mogelijk tegen elke bezetting van ons grondgebied verzetten, in afwachting van den steun, die ons mocht worden verleend.

—vfS '

1278