is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 10

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Uit de

HA.

Uit de N.R.Crt. van 10-10-39 (avondblad):

Eindelooze vertraging

In het Avondblad van 5 October j.1. hebben wij een uittreksel opgenomen uit het interessante artikel van luitenant ter zee der le klasse J. F. W. Nuboer*), waarin deze schrijver op grond van de feiten met betrekking tot de bruikbaarheid van de verschillende vloottypen en van vliegtuigen tot de onafwijsbare conclusie komt, dat onze vloot in de Indische wateren met zware schepen dient te worden versterkt. Deze conclusie is voor onze lezers niet nieuw; ook wij hebben haar reeds meermalen getrokken uit de maritiem-strategische beschouwingen, waartoe onze positie in den Stillen Oceaan ons aanleiding gaf. Het is echter goed, dat het vraagstuk nog eens van de zijde der praktijk werd benaderd. Het artikel van den heer Nuboer kan de langzamerhand vrijwel algemeen geworden meening, dat Nederland onverwijld den bouw van zware vlooteenheden ter hand moet nemen, een nieuwen steun geven.

Overbodig schijnt het helaas niet, dat voortgegaan wordt op dit aambeeld te hameren. Wij moeten n.1. constateeren, dat het tempo, waarmede dit kabinet de zoo urgente kwestie van de vlootuitbreiding behandelt, ons met groote teleurstelling vervult We hebben hieraan reeds uiting gegeven bij de bespreking van de Troonrede en van de Millioenennota. In dit laatste staatsstuk heette het, dat over de vraag, op welke wijze de versterking van de maritieme defensie van Ned.-Indie zal worden verkregen, nader beslist moet worden, nu het rapport der onder het vorige kabinet ingestelde commissie eerst pas was ontvangen. Waaraan werd toegevoegd: „De gebeurtenissen van de laatste weken hebben het binnenkomen van dit rapport vertraagd". Men zou zoo zeggen, dat er grond aanwezig is, deze vertraging met bekwamen spoed in te halen. Een maand is weer verloopen sinds dit rapport van de technische commissie werd ingediend. Het vorige kabinet stelde zich voor met langer noodig te hebben om de voorstellen voor te bereiden; zij zouden immers tegelijk met de rijksbegrooting worden ingediend. Het is onbegrijpelijk, dat thans, na een maand, nog niets naders is vernomen over de houding, welke het nieuwe kabinet tegenover dit urgente vraagstuk aanneemt. Het zal zich niet mogen verschuilen achter de door ieder bij voorbaat erkende overmaat van arbeid sinds het uitbreken van den oorlog. Want zoo goed als in de afgeloopen vier weken over andere belangrijke aangelegenheden een beslissing is gevallen, had dit het geval kunnen zijn met de vlootuitbreiding.

Wij brachten reeds in herinnering, dat ook namens dit kabinet verklaard is, dat versterking van de maritieme defensie in ieder geval zal plaats vinden. Wij brengen nogmaals in herinnering, dat aan de z.g. technische commissie slechts het antwoord, op het hoe en wat was gevraagd. Welaan, deze commissie heeft een antwoord, naar wij meenen te weten, met algemeene stemmen gegeven. Waarom liet het kabinet, dat zich dus niet als arbiter in technische kwesties behoefde op te werpen, dan opnieuw een maand verloren gaan? Is de commissie voor den nieuwen minister-president

*) Verschenen in de Augustus- en September-aflevering van het Marineblad. (Red.). 1