is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Het waren Deensche landbouwproducten, visch en vetten, die Duitschland bereikten, doch dit werd mogelijk gemaakt door via Engeland ingevoerde veevoeders en mest, vischtuig en oliezaad. 32)

De handel van Engeland op Scandinavië nam zoodanige afmetingen aan, dat de Britsche Gezant in Amerika aan zijn Regeering een telegram zond „dat de Regeering der Vereenigde Staten erop opmerkzaam maakte, dat de export van Engeland naar de neutrale Noord-Europeesche landen sinds het begin van den oorlog sterk was toegenomen. Duitschers in Amerika maakten daarvan gebruik door te beweren, dat Engeland de Amerikaansche handel met Europa trachtte te beletten, teneinde deze handel voor zichzelf te reserveeren".

Het antwoord van Engeland is hoogst merkwaardig en toont aan, hoe weinig vaste lijn er in die dagen te bespeuren viel in Engelands handelwijze. Want Engeland antwoordde niet, dat deze handel op de Neutralen onmiddellijk gestopt zou worden. Neen, Engeland constateerde, dat Amerika aan de sterk toegenomen vraag van Scandinavië(!) minstens evenveel, zoo niet meer verdiend had dan Engeland. En ten aanzien van cacao (dat al meer een punt van bespreking geweest was) vermeldde het officieele Engelsche antwoord „dat de Amerikaansche export naar Scandinavië was toegenomen van 12.300 pond in de eerste 5 maanden van 1914 tot 16.016.000 pond in dezelfde maanden van 1915, een toename derhalve van 16.000.000 pond, terwijl de toename van de Engelsche uitvoer 11.500.000 pond bedroeg" 33).

„Deze cijfers," zei het Foreign Office, „spreken voor zichzelf". Inderdaad!

Naar aanleiding van het bovenstaande kan dan ook met zekerheid gezegd worden, dat de maritieme en politieke maatregelen, in deze eerste periode van den Wereldoorlog door de Geallieerden genomen, Duitschland in zijn economisch leven niet hadden kunnen treffen.

Wél had het geweldige materiaalverbruik in den strijd te land in Duitschland indruk gemaakt. Walther Rathenau, de president der A.E.G., wees er reeds in het begin van den oorlog op: „wenn mit einer langeren Dauer des Krieges gerechnet wird, gewinnt die Wirtschaft der Rohstoffe, die zur Verteitigung des Landes dienen, eine Bedeutung, die für den Feldzug entscheidend sein kann".

Spoedig daarna werd de „Kriegsrohstoffabteilung" (K.R.A.) opgericht, in het begin alleen belast met de regeling van het ge-

32) Bowles. The Strength of England, p. 194 vv.

33) Bowles. The Strength of England, p. 186.

1390