is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

De maatregelen, in 1916 genomen, zijn de volgende: Contingenteeringen.

De zaak van de „Kim" (zie blz. 1389) was van den 15en September 1915 door het Britsche Prijzenhof behandeld. Het Prijzenhof oordeelde, dat Denemarken een zoo groote hoeveelheid vet onmogelijk noodig kon hebben en de lading van de „Kim" en de andere schepen werd verbeurd verklaard „a cause de sa destination ennemie hautement probable" 59).

Dit was eigenlijk het begin van de contingenteering van de Neutralen. Onderhandelingen dienaangaande met de neutrale Regeeringen waren reeds eerder aangevangen, doch, met uitzondering van die met Zwitserland, mislukt (zie blz. 1388).

Onderhandelingen met particuliere ondernemingen in de neutrale landen waren eveneens reeds eerder aangevangen; de Nederlandsche Overzee Trust (N.O.T.) was reeds den 27en October 1914 opgericht. En de Britsche Regeering had ook wel eenig vertrouwen in deze maatschappij60), doch zij stond huiverig tegenover het onrvangen van garanties van niet-doorvoer naar de Centrale Mogendheden in ruil voor het zenden van goederen, hetgeen ook wel een zeer zwak systeem genoemd moest worden.

Toch was een zeer groot goederenvervoer ontstaan onder auspiciën van de N.O.T.

Schepen, die ladingen ten behoeve der Trust vervoerden, voerden een kegel van 6 voet hoog en 4 voet middellijn en werden niet aangehouden en onderzocht door de oorlogsschepen der Geallieerden.

Onder anderen voorzag de Trust ook Zwitserland en Denemarken van goederen. Doch dit was mede oorzaak dat, ondanks de controle der Trust, het grootste gedeelte der goederen in Duitschland terecht kwam 61).

De eenige onderhandelingen, die de Geallieerden echter met Nederland, Denemarken en de Scandinavische landen konden voeren, moesten geschieden door middel van deze maatschappijen. Hiertoe moesten zij derhalve hun toevlucht nemen.

Het doel dezer onderhandelingen was:

le. het beletten, dat in de neutrale landen een te overvloedige invoer van overzee plaats vond.

De hoeveelheden in te voeren goederen zouden bepaald worden in overleg met de neutrale maatschappijen. «») Guichard. Blocus Naval, p. 50.

60) Deze maatschappijen waren echter vóór alles handel-maatschappijen. Zij waren niet in staat een uitvoer-verbod te doen uitvaardigen of te doen eerbiedigen.

61) Guichard, Blocus Naval, p. 138.

1408