is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Qpp&i&md m fftaat^ma%im

Hanttmkemngm op het alühel oan dm qep. Mce~adini%aal d. ten fyioeehe M.oehM'ia

DOOR Prof. Mr J. A. EIGEMAN

De redactie van het Marineblad heeft de zeer gewaardeerde beleefdheid gehad, mij het bovenstaande artikel ter inzage te doen toekomen met mededeeling tevens, dat zij mij gaarne gastvrijheid verleent voor een wederwoord. Met genoegen maak ik van haar aanbod gebruik voor het plaatsen van enkele kantteekeningen, waarbij ik de beschouwingen van mijn geachten opponens op den voet zal volgen.

Ik wil beginnen met een woord van dank aan den gep. viceadmiraal ten Broecke Hoekstra voor de aandacht aan mijn denkbeelden gewijd; het doet mij aangenaam aan, dat juist van deze zijde dit betoog is gekomen. Met begrijpelijke belangstelling nam ik kennis van de denkbeelden van den man, die als oud-commandant van de zeemacht in Ned.-Indië de bezwaren van het vraagstuk aan den lijve gevoeld heeft. Met belangstelling, schrijf ik, wat niet beteekent met instemming. Want het staatsrechtelijk gedeelte van het betoog, waarom het hier in de eerste plaats gaat, is m.i. niet in alle opzichten steekhoudend.

Ik kom onmiddellijk tot de zaak zelf.

Dat de eenheid der staatsmarine, zich openbarende in een te ver gedreven regionale taakverdeeling, practisch zoek is, geeft de schrijver mij toe. Hij meent evenwel, dat mijn betoog wat te sterk gekleurd is.

Ik merk naar aanleiding hiervan het volgende op.

Voor de samenstelling van mijn studie heb ik uitsluitend gebruik gemaakt van officieele gegevens; de door mij vermelde gevallen zijn woord voor woord ontleend aan de Handelingen der StatenGeneraal. Uit deze gegevens heb ik de conclusies getrokken. Wanneer dit alles een sterk gekleurden indruk maakt, ligt dit niet aan mijn betoog, maar aan de feiten, die tot mijn betoog aanleiding gaven.

Ik wil zelfs gaarne bekennen, dat toen ik voor het eerst van deze feiten kennis nam, het mij wonderlijk te moede was. Een comman-

1565