is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 5, 30-01-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

IJsberichten. Januari 1892.

23 24 25 26

Keulen . Lobith . Nijmegen

St. Andries.

Arnhem Vreeswijk

Westervoort Deventer .

Kampen . .

Maastricht. Venlo. . . Grave . . St. Andries. Gorinchem

Schoonhoven

Krimpen Dordrecht . Moerdijk .

Hellevoetsluis Bruinisse . .

Hoek v.Holland

V.

eenis

Va

V. V. V, 7*

vast

blank eenig

7» eenig

7,

eenig

V,

Va

7,

V.

blank

7,

7e

V,

V,

vast

blank

eenig eenig eenig eenig eenig

VlO'

7,

eenig eenig

eenig

7e

7, 7»

vast

eenig eenig volblank

Va

7,

vol

eenig blank

eenig eenig

7.

vast

blank eenig

y.

vol

27

blank

eenig blank blank

vast

7e

eenig

eenig

'll blank

28 29

blank

J üJenig ürntrjs met

vast [ kleine vaste strook

blank blank

boven de brug.

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN.

Omtrent wijlen Jhr. J. Hartsen zij, in aanvulling van 't geen op blz. 41 werd gezegd, nog medegedeeld, dat hij zijne technische opleiding genoot aan de voormalige Kon. Academie te Delft en na de opheffing dezer instelling aan de Polytechnische School aldaar. In 1868 verkreeg hij het diploma van technoloog, ging vervolgens eenige jaren naar Duitschland om de fabrieksindustrie te bestudeeren, en vestigde zich daarna eerst te Amsterdam, en in 1877 te Baarn. Hier kwamen door zijn initiatief tot stand de gasfabriek en de waterleiding, waarvan hij directeur werd, zoomede het sanitorium. Behalve van de maatschappij Electra te Amsterdam was hij de schepper van het Panopticum aldaar.

Op Dinsdag 9 Febr. a.s. zal het Koninklijk Instituut van Ingenieurs

eene vergadering houden in de bovenzaal van het Zuid-Hollandsch Koffiehuis te 's-Gravenhage. Er zal alsdan eene bespreking plaats hebben van de voorgenomen uitgave van eene nieuwe geologische en eene nieuwe hoogtekaart van Nederland, in te leiden door het raadslid E. H. Stieltjes. Als voordrachten staan verder op den oproepingsbrief vermeld: a eene mededeeling van het lid R. P. J. Tütein Nolthenius, over meren en moerassen, die in de vorige eeuw in Frankrijk zijn drooggelegd; 6 mededeelingen van den president J. F. W. Conrad, over de congressen des Travaux Maritimes en de la Nuvigation Intérieure.

Tot voorzitter der Amsterdamsche afdeeling van de Maatschappij tot bevordering der Bouwkunst werd op de dezer dagen gehouden 500ste vergadering herbenoemd de heer J. F. Klinkhamer. Mede herkozen werd het bestuurslid Laarman, terwijl in plaats van het naar elders vertrokken bestuurslid J. C. Spakler werd gekozen de heer Jos. Cuypers.

De door de leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs gehouden verkiezing van 5 leden eener Commissie in zake het onderwijs aan de Polytechnische School heeft tot eindresultaat gehad, dat het lidmaatschap is aangenomen door de heeren A. Huet, F. M. L. Kerkhoff, J. de Koning, R. A. I. Snethlage en E. H. Stieltjes. Deze Commissie is door het Bestuur der Vereeniging in zijne vergadering op 23 Jan. jl. geïnstalleerd en heeft tot voorzitter gekozen de heer R. A. I. Snethlage te 's-Gravenhage.

Aan de Commissie is opgedragen : »Een onderzoek in te stellen of, en zoo ja welke, wijzigingen in de inrichting en het onderwijs aan de Polytechnische School te Delft met het oog op de opleiding van den ingenieur en technoloog wenschelijk worden geacht en der Vereeniging van advies te dienen:

1°. of bij de indiening van het thans door de Commissie tot behartiging van de studiebelangen ontworpen adres, de Vereeniging door een adres van adhaesie van hare instemming moet doen blijken ;

2°. of wellicht c.q. door de Vereeniging een zelfstandig adres aan de Hooge Regeering behoort te worden ingezonden, om op wijziging van de inrichting en van het onderwijs aan de Polytechnische School en in verband daarmede op eene herziening der wet op het Middelbaar Onderwijs aan te dringen, dan wel op welke andere wijze de Vereeniging moet trachten het beoogde doel te bereiken."

Tengevolge van de statutenwijziging is de zetel der Westlandsche Stoomtramwegmaatschappij verplaatst van Amsterdam naar Loosduinen. Als directeur der maatschappij treedt op Jhr. H. G. Verspijck, civiel-ingenieur, wonende te 's-Gravenhage. *

De «Ned. St.-Ct.» van 17/18 Januari j.1. bevat de statuten van de naamlooze vennootschap „Maatschappij tot exploitatie van Tramwegen".

De vennootschap is gevestigd te 's-Gravenhage. Haar werkkring bestaat in het exploiteeren, het aanleggen of op andere wijze in eigendom verkrijgen en het weder vervreemden van tramwegen.

Het deelnemen in andere tramwegondernemingen is geoorloofd.

Het maatschappelijk kapitaal bedraagt f 300,000, verdeeld in 600 aandeelen, elk van f 500, waarvan 200 aandeelen zijn geplaatst.

Tot directeur is benoemd de heer J. M. Vas Visser, waarnemend directeur der IJssel-Stoomtramweg-Maatschappij te 's-G^avenhage en tot commissarissen de heeren: C. J. M. Dijkmans, directeur der Hollandsche Hypotheekbank en der Nederlandsche Verzekeringsbank; Mr. H. C. Hacke, directeur der Nederlandsche Grootboekbank; G. Vas Visser, grondeigenaar en G. M. Titsingh, commissionair in effecten, allen wonende te Amsterdam.

Het Kon. besluit, waarbij de bewilliging op de acte tot oprichting dezer vennootschap is verleend, dateert reeds van 4 November 1890.

In de op 26 Januari j.1. te Leeuwarden gehouden zitting van den Gemeenteraad is behandeld een verzoek van de heeren IJ. O. Faber, J. M. Wieringa en G. J. Heeringa, aan wie bij raadsbesluit van 25 Februari 1890 een jaarlijksch subsidie van f 3000 gedurende tien jaren was toegezegd voor de exploitatie van den Noord-Friesehen locaalspoorweg, om verlenging opnieuw voor den tijd van een jaar, tot 1 Januari 1893, van den termijn, gesteld voor de definitieve aanvaarding der concessie. Burg. en Weths. verklaarden geen bezwaren tegen eene verlenging te hebben, doch deze behoorde, huns inziens, voor het laatst te worden gegeven, en van geen langeren duur te zijn dan tot 1 Augustus 1892, het tijdstip voor de definitieve aanvaarding gesteld door den Minister van Waterstaat, en onder voorwaarde, dat de Gemeenteraad zich volkomen vrijheid voorbehoudt, om, indien vóór 1 Augustus 1892 door derden aanvraag wordt gedaan om vergunning tot aanleg en exploitatie van een tramweg of een locaalspoorweg binnen deze gemeente, die vergunning te verleenen. Met algemeene stemmen heeft de Raad zich met dit voorstel vereenigd.

De Gemeenteraad van Nieuwer-Amstel heeft besloten eene commissie uit den Raad te benoemen, met de opdracht den aanleg van tramwegen in Nieuwer-Amstel te bevorderen, door zich in betrekking te stellen met de Amsterdamsche Omnibus-Maatschappij of andere concessionarissen, en zoo noodig een voorstel tot aanleg van gemeentewege te doen.

Het eerste verslag van den 's-Gravenhaagschen Arbeidsraad is verschenen.

In de allereerste plaats constateert de Raad, dat zijn pogingen om den loonstandaard te verbeteren en te lange werkdagen tegen te gaan, met welwillendheid zijn ontvangen en op verschillende werkplaatsen tot merkbare verbeteringen hebben geleid.

Partieele klachten over laag loon werden door den Raad op voorzichtige en welwillende wijze met bestuurders van werkplaatsen besproken en hadden merkbaar succes.

Eene algemeene klacht over het betalen in bierhuizen en drankwinkels werd door middel van de dagbladen en persoonlijk schrijven onder de aandacht van patroons en architecten gebracht en bracht verbetering in dat kwaad te weeg.

Met genoegen vermeldt de Arbeidsraad, dat het gemeentebestuur in zijne bestekken de bepaling opnam, om aan de werklieden ieder persoonlijk en op het werk te betalen; zeer waarschijnlijk zal die bepaling spoedig door particulieren worden overgenomen, evenals die op het verzekeren van werklieden tegen ongelukken, waarin het gemeentebestuur van 's-Gravenhage aan de andere gemeenten ook het voorbeeld heeft gegeven.

Ook werd een beroep op de patroons en werklieden gedaan, om elkaar zoo mogelijk bij tijds te verwittigen bij voornemen tot ontslag of vertrek.

De Arbeidsraad heeft er altijd rekening mede gehouden, dat het zijne taak is het verbeteren van ongewenschte toestanden langs minnelijken weg te bevorderen, niet alleen omdat hem de macht ontbreekt iemand te dwingen, maar vooral omdat eene toenadering, uit overtuiging geboren, meer levenskracht bezit dan eene die door dwang ontstaat; verbetering, geen verbittering moet het gevolg van zijne bemoeiingen zijn.

Ten slotte doet de Raad een beroep op de hulp in het algemeen van de vakvereenigingen, zoo noodig voor het schoone 'doel: bevorderlijk te zijn aan de goede verstandhouding en verbetering van den toestand van hen. die te 's-Gravenhage het bouwvak beoefenen.

Om een denkbeeld te geven van de uitgebreidheid der vloot, die in de Rotterdamsche havens tijdens de vorst geborgen geweest is, kan dienen dat op 24 Januari 11., aldaar aanwezig waren :

In de Binnenhaven 12 zeestoomschepen, 2 zeezeilschepen, 23 Rijnschepen, 38 binnenschepen en 2 binnenstoombooten.

In de Spoorweghaven 10 zeestoomschepen, 2 zeezeilschepen, 22 Rijnschepen, 47 binnenschepen en 6 binnenstoombooten.

Aan de Nassaukade 2 zeestoomschepen, 2 zeezeilschepen, 12 Rijnschepen, 14 binnenschepen en 5 binnenstoombooten.

Rond het Noordereiland 3 zeestoomschepen, 2 zeezeilschepen, 17 Rijnschepen, 21 binnenschepen en 31 binnenstoombooten.

Aan de Wilhelminakade 2 zeestoomschepen en 30 Rijnschepen.