is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 23, 04-06-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236

P. Buitenlandsche aangelegenheden.

Bovendien heeft de tentoonstellings-commissie, daartoe door de Congres-acte gemachtigd, een Board of Lady Managers benoemd, waarvan Mevrouw Potter Palmer te Chicago presidente is en Mevrouw Gale Cocke te Tennessee secretaresse. Deze commissie zal eene tentoonstelling voor vrouwelijken arbeid organiseeren, waartoe een afzonderlijk gebouw, door vrouwelijke architecten ontworpen, zal worden opgericht.

Voor de plaats der tentoonstelling is aangewezen een gedeelte

Situatie. Schaal 1 : 20,000.

van den oever van het Michigan-meer, genaamd Jackson-Park, dat 660 acres of omstreeks 270 H.A. groot is. Gelegen in het zuidelijk deel van Chicago, is dit park 7 mijlen van het centrum der stad verwijderd, doch door spoorwegen, trams en stoombooten daarmede in onophoudelijke gemeenschap. De groote aantrekkelijkheid van Jackson-Park zal gevormd worden door de uitgestrekte lagune, die een met woud begroeid eiland omsluit. Van deze lagune voert zuidwaarts een kanaal voorbij het hoofdgebouw naar een met fonteinen versierd bassin, waaromheen zich de voornaamste tentoonstellingsgebouwen groepeeren, en dat in de aan het meer gelegen haven uitmondt. Deze haven wordt gevormd door een T-vormigen dam of pier, die een aantrekkingspunt te meer voor de tentoonstelling wezen zal en waarop een casino ontworpen is met muziektempel, danszaal en restaurant.

heid hunner vormen. Een overwelfde galerij zal, met het oog op slecht weder, alle gebouwen onderling verbinden.

Het hoofdgebouw, dat aan industrie, kunst en ethnologie gewijd is, overdekt eene ruimte van 240 bij 500 M. Oorspronkelijk was het plan om in dit gebouw, gelijk op den plattegrond is aangegeven, eene binnenplaats open te houden, die slechts in de breedte-as door een hoogen koepel van 112 M. diameter zou worden overdekt. Door de toenemende plaatsbehoefte moest dit denkbeeld echter worden opgegeven, zoodat thans de volle breedte van 250 M. over de geheele lengte zal worden benuttigd. Het hoofdgebouw beslaat alzoo eene oppervlakte van 12 H.A., terwijl dat te Philadelphia in 1876 ruim 8 H.A., en dat te Parijs in 1889 slechts 4.4 H.A. groot was.

Het gebouw is in de lengte-richting verdeeld in een middenschip van 112 M. spanning en twee zijschepen van bijna 33 M., elk met twee nevengalerijen van ongeveer 15 M. breedte. Het middenschip heeft eene hoogte van 62.79 M., dat is bij gelijke overspanning 17.37 M. meer dan de kap der groote machinegalerij op de laatste Parijsche tentoonstelling, welke kap ter vergelijking met stippellijnen in de onderstaande figuur is aangegeven. De zijschepen hebben eene inwendige hoogte van 29.56 M., terwijl de tusschengalerijen 16.17 M. hoog zijn. De geheele constructie zal in staal worden uitgevoerd, terwijl de stijl der Italiaansche Renaissance zal worden gevolgd. De vier hoofdportalen, die in de assen van het gebouw liggen, treden, evenals de vier hoeken, door op krachtige zuilen rustende paviljoens scherp op den voorgrond en worden onderling vereenigd door onafgebroken arcaden, die echter, vooral bij gevels, de vrees voor eentonigheid niet uitsluiten.

Aan de andere zijde van het verbindingskanaal tusschen de lagune en het bassin verheft zich het Electriciteits-gébouw, dat eveneens in Italiaansche Renaissance is opgetrokken en eene oppervlakte van 213.4 M. lengte bij 106.7 M. breedte beslaat. Dit gebouw wordt in de richting der assen doorsneden door twee galerijen van 35 M. breedte en bijna gelijke hoogte, die met zadeldaken bedekt zijn, terwijl de overblijvende ruimten in de vier hoeken 20.9 M. hoog zijn en platte daken bezitten.

Een rij Korinthische zuilen van 1.1 M. diameter en 12.8 M. hoogte, rustende op een 2.6 M. hoogen sokkel, draagt de kroonlijst en het dak, dat met verschillende torens en koepels is versierd. Inwendig zal het gebouw een kolossaal standbeeld van Franklin te aanschouwen geven, terwijl de namen der meest bekende electrotechnici op de muren zullen prijken.

Evengroot als het electriciteitsgebouw is dat voor Mijnen en Metaalbewerking, dat in de onmiddellijke nabijheid daarvan, eveneens aan de zuidzijde der lagune gelegen is.

Dit gebouw is vooral merkwaardig wegens zijne overkapping. Ook hier is eene verdeeling in drie galerijen getroffen, waarvan de middelste uit staal en ijzer, de beide andere uit hout zijn samengesteld, terwijl in aansluiting met de beide vorige gebouwen ook hier de Italiaansche Renaissance voor de uitwendige architectuur is doorgevoerd.

Het middenschip is door twee zuilenrijen wederom in drie deelen verdeeld, waarvan de beide uiterste galerijen 17.50 M. breed zijn, en de middelste doorgang het dubbele dezer breedte bezit. Strooken van 10.50 M. van deze middenruimte zijn door overstekende deelen van de kappen der zijgalerijen overdekt, zoodat er eene tusschenruimte overblijft van 14 M. wijdte, die door een afzonderlijk kapje, aan de eindpunten der eerste spanten vastgeklonken, gesloten wordt.

De zuidelijke gevels der drie beschreven gebouwen liggen in

De verschillende gebouwen, die op het hier beschreven terrein moeten verrijzen, zullen een indrukwekkenden aanblik opleveren, zoowel wegens de stoutheid hunner afmetingen, als om de schoon-

eene rechte lijn, die ééne zijde vormt van een ruim plein, waarvan het oostelijk gedeelte het reeds voormelde bassin bevat, terwijl midden in het overblijvende deel het Administratie-