is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 26, 25-06-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

271

Een klein of dun voorwerp dat dus onvermijdelijk snel afkoelt moet veel Si-rijker zijn om grauw m. a. w. grafietrijk te worden dan een groot.

Nieuw nog is het gebruik van Al om grauwe gietstukken te verkrijgen.

Zelfs bij snelle afkoeling worden de stukken bij vastwordinggrauw en wel zeer fijn, dus de C zet zich af in zeer fijne blaadjes. Moet daarentegen een groot gietstuk hard zijn, dan moet het Si-gehalte te lager zijn, naarmate het stuk grooter is en harder moet zijn, of wel, men kan er Mn aan toevoegen om den invloed van Si tegen te gaan.

Zwavel belet grafietvorming zeer sterk, doch is minder gewenscht, daar het dik vloei baarheid van het ijzer veroorzaakt, en daardoor het ontstaan van gietgallen bevordert.

Phosphor verlaagt hetsmeltpunt en verhoogtde dunvloeibaarheid, maakt het ijzer dus geschikt voor vele doeleinden, zooals ornamentgieting, ijzeren potten en alles wat niet sterk behoeft te zijn.

a. Gewoon gietijzer.

Gewoon gietijzer bezit een vrij hoogen weerstand tegen druk, een lage trekvastheid en dus een geringen weerstand tegen doorbuiging; het heeft een zeer kleine modulus van elasticiteit en uiterst weinig taaiheid.

Gietijzer is betrekkelijk zacht en zeer gemakkelijk te bewerken met beitels, boren enz. ; het is totaal onsmeedbaar en bezit als hoofdeigenschappen die van gemakkelijke smeltbaarheid en gietbaarheid, welke in verband met zijn lagen prijs aanleiding zijn tot uitgebreid gebruik.

Voor gietijzer rekent men gewoonlijk een trekvastheid van jr 12 K.G. per □ m.M., hoewel 24 K.G. goed bereikbaar is, zelfs 34 K.G.

Turner toonde door proeven aan, dat door het Si-gehalte te laten stijgen tot +1.8 °/0 en de C niet hooger dan 2 %, de trekvastheid 25 K.G. wordt.

Het maximum van drukweerstand verkreeg hij bij 0.8 % Si n.1. 147 K.G. per □ m.M.

Een drukvastheid van 75 K.G. is zeer gemakkelijk te bereiken.

Gietijzer dat veel bewerkt worden moet — zooals bijv. stoomcylinders — moet vooral niet te hard zijn. Verder hebben gietijzeren gietstukken het voordeel zelfs in onbewerkten staat er netjes uit te zien, de oppervlakte is vrij glad.

Zooals gezegd, is het gebruik van gietijzer nog zeer veelvuldig en wel voornamelijk daar waar het aankomt op drukvastheid, omdat staal hier dikwijls niet beter is en wel veel duurder.

Gietijzer voldoet zeer goed voor kolommen voor kapconstructies, loopkranen enz. Voor brugliggers komt het terecht meer en meer in onbruik, terecht, omdat het door zijn lage trekvastheid niet geschikt is voor het gebruik als «balk» en ook omdat het nooit met zekerheid kan vertrouwd worden. Veelvuldig is het gebruik, voor stoelen voor stoelrails, ook voor gewone granaten, doch zeer terecht minder voor vuurmonden.

Voor vuurmonden is het vrij wel het ongeschikste metaal; de goedkoopte is een zeer slechte richtsnoer voor een werktuig als een vuurmond.

Frankrijk, Italië en Spanje verdedigen nog het gebruik van gietijzeren vuurmonden «omdat ze zooveel goedkooper zijn»; in eerstgenoemd land evenwel gebruikt de privaatindustrie alleen staal.

Zeer groot is nog het gebruik er van voor tal van machinedeelen, vooral voor al het «frame»werk; ook stoomcylinders, stoelen, vliegwielen, enz.; voor buizen, onament, gietvormen enz. enz. Voor hydraulische cylinders, tand- en kamraderen, riemschijven enz. wordt het tegenwoordig met meer succes door staal vervangen. De zeer gecompliceerde samenstelling van gietijzer maakt het zeer moeilijk bepaalde cijfers op te geven voor de meest gewenschte samenstelling voor een gegeven doel.

In algemeene trekken geldt, dat het totale O-gehalte liggen moet tusschen 3 en 3.5 °/0 hoewel zelfs 2 % O nog een goed ijzer geeft (soms wordt aan de cupoloven-lading staal toegevoegd met het idee de sterkte van het ijzer te vergrooten, waarin men zoodoende slaagt omdat daardoor de O verlaagd wordt en dus de grafietafscheiding vermindert.)

De beste combinatie van druk- en trekvastheid wordt verkregen met + 0.5 % gebonden C bij + 2.5 °/0 grafiet; het zachtste ijzer is met 0.15 °/0 gebonden O. De drukvastheid vermeerdert bij grooter gehalte aan gebonden kool, dat dikwijls een of meer % bedraagt.

In nauw verband met het te veroorloven gebonden C-gehalte staat het P-bedrag, zoo bijv. wanneer de P is + 0.3 °/0 mag de gebonden O (a O) 1 tot zelfs 1.5 °/0 bedragen, doch is de P 1 % of meer, dan is 0.5 °/0 a C het hoogste, daar de invloed

| van P op brosheid te sterker zich doet gevoelen, naarmate de a O hooger is.

Voor Si gelden bij een C-gehalte van + 2 % O de volgende cijfers bij benadering.

' Grootste hardheid .... Si onder 0.8 °/0. » drukweerstand. . » +0.8 » » buigings » . . » + 1.4 » » trek » . . » -t 1.8 » » zachtheid . . » + 2.5 » , Mangaan moet liefst onder 0.75 °/0 blijven", bijv. + 0.5 °/0; P mag gerust 0.5 % zijn, soms wel 1 of 1.5 % ; S is een nog weinig bewerkt element, 0.15 °/0 kan getolereerd worden. De keuring van gietijzer is zeer moeilijk, aangegoten of spe| ciaal gegoten proefstaafjes geven slechts een zeer benaderd denkbeeld van de eigenschappen van het gietstuk zelve, en de zeer geringe elastische eigenschappen maken proefbelastingen met het l eigenlijk stuk minder gewenscht.

Het beste is daarom gietijzer alleen te gebruiken voor doeleinden, waar het er niet zoo zeer op aankomt en een oppervlakkige keuring op het oog — bijv. breukaanzien — voldoende is.

b. Hard gietijzer.

Zooals de naam aanduidt is dit in de eerste plaats hard, tevens is het nog al bros, doch bezit een hoogen drukweerstand. In verband met de zeer moeilijk bewerkbaarheid leent het zich alleen voor speciale doeleinden, waarvan eenige der voornaamste straks met een enkel woord zullen worden behandeld. In verband met de brosheid is de combinatie van het harde witte ijzer met het zachte grauwe ijzer, de «hartguss» van bijzonder belang.

De groote voordeelen van het hartguss bestaan daarin, dat een uiterst harde doch broze laag wit gietijzer gesteund wordt door een meer elastische laag grauw ijzer en dat de overgang van het een in het ander zeer geleidelijk kan zijn. Die geleidelijke overgang is een essentieel punt voor hartguss.

Verreweg de belangrijkste toepassing van hartguss is die voor pantserplaten, door Gruson tot zulk een hooge trap van volmaaktheid gebracht. Gruson vervaardigt o. a. pantserplaten voor forten van 1 M. dikte of nog meer, die voor + 4 c.M. van buiten hard, wit ijzer zijn en door een overgangslaag van 5—6 c.M. in het grauwe gaan.

Er zijn platen die nog dikker harde laag hebben, doch de hierboven genoemde weegt + 80,000 K.G.; zooals gezegd, is het ijzer bij vastwording te moeielijker wit te krijgen naarmate het gietstuk grooter is, omdat het dan zooveel te langzamer afkoelt en voor witwording snelle afkoeling noodzakelijk is.

Het spreekt van zelf dat voor groote stukken het Si-gehalte laag, bijv. + 0.5 °/0 zijn moet en het ilta-bedrag hoog bijv. 1 o/0.

De op zichzelf zeer goede hardgietijzeren pantserprojectielen, hetzij over het geheele lijf, hetzij alleen aan het ogief wit, moeten nu meer en meer het veld ruimen voor de stalen projectielen, die nog beter zijn.

Ook aambeelden en radbanden worden meer en meer door stalen vervangen, de eerste vooral voor snelstoomhamers, de laatste vooral voor spoorwegwielen ; voor tramways en dergelijke voldoen de hartgussraden zeer goed; Gruson levert deze zoowel als aambeelden in ontzettend groot aantal verschillende modellen.

Ook voldoet het hartguss zeer goed voor tal van soorten van molens, bekken voor breekmachines enz., soms ook voor walsen, hoewel voor dit laatste stalen walsen te verkiezen zijn.

De catalogi van Gruson van hartguss artikelen wijzen op uitgebreide toepassing o. a. ook voor hart- en puntstukken voor spoorbanen en dergelijke.

Het is hier nu niet de plaats lang stil te staan bij het gieten van gietijzer en het vormen der modellen, want dit zijn bijna zuiver practische zaken.

Hoofdzaak bij het gieten is, dat het ijzer de gewenschte giettemperatuur heeft, die alleen door een geoefend oog bepaald kan worden; ook het eigenaardige «spel» aan de oppervlakte van het gesmolten ijzer is voor den gieter van veel nut, omdat eenzelfde ijzer onder dezelfde omstandigheden hetzelfde «spel» vertoont en is de waarneming ervan hoogst nuttig, waar een practisch oog vergelijken kan met vorige keeren.

Toch is ijzergieten bij lange, na zoo moeielijk niet als staalgieten, waar het op de juiste temperatuur nog meer aankomt.

Wat het vormen betreft, ook hier zijn tal van practische zaken in het oog te houden, met het oog op krimping, ongelijke spanning, gasafvoer enz.

Ten einde voor hartguss een gedeeltelijke snelle afkoeling te verkrijgen voor het wit te worden gedeelte, bestaat de vorm