is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 31, 30-07-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

327

De „Mordey-Victoria" wisselstroom machine.

Van de in het nummer van 11 Maart voorkomende «Mordey-Victoria» wisselstroommachine zijn de belangrijkste gegevens de volgende :

Vermogen 250 Kilowatt, 2000 Volt spanning.

Aantal omwentelingen per minuut 300.

20 poolprojecties, 40 ankerspoelen . 100 poolwissehngen per seconde. Gewicht ronddraaiende magneten en

hoofdas 15 ton.

Gewicht van de geheele machine . 20 ton. Daling, der spanning bij toename van

belasting nul tot volle belasting 4X % bij constante opwekking. Stijging der spanning bij afname van

volle belasting tot belasting nul hy2 %• Vermeerdering der opwekking in

Ampères om constante spanning te

houden bij verandering van belasting nul tot volle belasting. . . 12 %• Opwekking bij geopenden stroom-

keten . . 2800 Watt of 1.12 "Zo-

Opwekking bij volle belasting. . . 3650 Watt of 1.5 %. Nuttig effect bij volle belasting . . 97 °/c. Gegarandeerd commercieel nuttig

effect 93 °/0.

Grootste breedte van iedere ankerspoel 180 m.M. Breedte van de ankerwinding. . . 17 m.M.

Bijzondere zorg is besteed aan de smeerinrichting. Details hiervan en van den dynamo zelf komen voor in het genoemde artikel.

Het gebruik van petroleum als beweegkracht.

De petroleum-motors worden in de nommers van Maart uitvoerig behandeld, vooreerst naar aanleiding van een voordracht van prof. Unwin over dit onderwerp in eene zitting van het «Institution of Uvil üngeneers», en van een reeks van vier lezingen over toepassingen van petroleum in machines en in ketels door prof. Robebtson; wij geven uit beide voordrachten een en ander in het kort weder:

In alle petroleum-machines wordt deze vloeistof met lucht vermengd eu dit mengsel daarna aangestoken. Dit kan op drie wijzen geschieden : Volgens de eerste methode wordt de petroleum door middel van een luchtstroom in een met lucht gevulde ruim gespoten en het mengsel daarna in een ruimte gebracht, die door de verbrandingsproducten wordt verwarmd. Een voorbeeld van dit soort van machines is de Priestman petroleum-motor. De petroleum wordt hierdoor tot een drukking van 0.28 a 0.7 K.G. per c.M2. samengeperste lucht in de ruimte gespoten, waar zij met lucht vermengd en daarna verwarmd wordt. De in de machine tredende lucht wordt door een filter gezuiverd en de verhouding van de te mengen hoeveelheden lucht en petroleum geregeld door een regulateur, die op een as werkt, waaraan zoowel de luchtklep als de inlaatklep voor de vloeistof bevestigd zjjn-1" £en 5 H.P.-motor bedraagt de temperatuur van het mengsel + 2o» rahr., in machines van ± 1 H.P. ongeveer 170°. De temperatuur der verbrandingsproducten bedraagt soms 600° F. De samendrukking is in tiet

begin met meer dan l.7t> tt-.w. per c.ivi^.; maaiii men heeft er condensatie in den cylinder plaats. Eenige condensatie neett altijd plaats, maar dient tot smering van den zuiger. In de Priestmanmachines wordt het mengsel aangestoken door een electrische v°nk-

Een tweede wijze om het mengsel te vormen wordt aangewend in de «Trusty»machines. Hier wordt lucht in den cylinder gezogen en daarna in een bijzondere ruimte samengeperst, waardoor zij een hooge temperatuur verkrijgt. Daarna wordt de petroleum ingespoten en het mengsel aangestoken. De compressie is hier grooter dan in de Priestmanmachines, ongeveer 3.4 K.G., waardoor bezuinigd wordt.

Als voorbeeld van een derde type van petroleum-machines kunnen de Hornsby- en de CAPlTAlNE-motor beschouwd worden. In deze wordt de petroleum in een warme ruimte gespoten, waar zij vervluchtigt; de ingespoten hoeveelheid is zeer gering, daar echter de vloeistof ontleed wordt, zetten zich teerachtige bestanddeelen in den cylinder at ; deze moet dus zoodanig ingericht zijn, dat die producten gemakkelijk verwijderd kunnen worden.

'Petroleum-machines worden reeds veel gebruikt, vooral daar waar steenkolen duur zijn en de petroleum goedkoop is of waar het m de eerste plaats aankomt op kleine ruimte door de machine in beslag genomen. , ...

In plaats van lichtgas kan in gasmachines ook vetgas georuiiu worden uit petroleum bereid. Eenige dergelijke installaties bestaan in Engeland, waar op verschillende wijzen het vetgas verkregen wordt; de beste is de Pintsch-gasbereiding. Ook hier kan deze methode alleen van voordeel zijn bij zeer hoogen kolenprijs; waar de steenkolen goedkoop zijn is het voordeeliger DowsON-gas te bereiden.

Eindelijk wordt hier en daar petroleum gebruikt als brandstof voor stoomketels. De eerste proef in dezen geest werd genomen op den «Great Eastern Railway». Hier werden petroleum en lucht opgezogen met oververhitte stoom door middel van een injecteur van Holden, eeheel als met een gewonen injecteur; om echter te verhinderen dat de straal van petroleum het inwendige van de vuurkist zou beschadigen, wordt de opening van den injecteur nog met een ring voorzien, waardoor stoom geblazen wordt, die de intredende petroleum verspreidt. Op den rooster ligt een dunne laag steenkolen en kalk, de eerste branden langzaam weg. De petroleum wordt gemengd met twee deelen koolteer en de machine kan evengoed met steenkolen gestookt worden,

zonder dat hiervoor eenige verandering noodig is. Later werd de injecteur verbonden met de buis van den vacuumrem, waardoor het luchtledige steeds onderhouden kon worden zonder meerder stoomverbruik. Ook in Rusland werden dergelijke proeven gedaan. Een machine, die aldaar per K.M. ± 20 K.G. kolen verbruikte, had niet meer dan 10 K.G. petroleum per K.M. noodig. Op de Great Eastern verkreeg men volgend resultaat: met petroleum gestookt verbruikte de machine 3 K.G. van deze vloeistof en 2.7 K.G. steenkolen; met steenkolen alleen gestookt was het verbruik 8.6 K.G. per locomotief-kilometer. Op den Argentijnschen Great Eastern Railway waren deze cijfers: 8.5 K.G. steenkolen bij uitsluitend gebruik van deze en 5.5 K.G. petroleum; daar hier de kolen + f50 de ton kostten, bedroeg de besparing bij een machine in een jaar ± f 5600.

(«Engineering», 4, 11, 18 en 25 Maart.)

80-tons hydraulische bok te West-Hartlepool.

De lengte van de voorste boomen van dezen bok bedraagt 32 M. en de hoofdtakel heeft een horizontale vlucht van 15 M., waarvan 3.5 M. binnenwaarts van de verticaal en 11.5 M. buitenwaarts van deze. De hoofdkettin" loopt over zes schijven, maar daarnaast is nog een enkele ketting aangebracht voor kleine lasten. De bok wordt in verschillende standen o-ebracht door den achtersten boom langer of korter te maken; dit o-eschiedt door een stalen schroef van 280 m.M. middellijn, die in een 'schroefgang uit kanonmetaal bestaande, loopt en door conische raderen gedreven wordt. De schroef bevindt zich geheel in het binnenste van den boom en is dus tegen stof of regen beveiligd.

De hydraulische machines zijn dubbel werkend en omkeerbaar, zij zijn twee in getal en kunnen voor zeer zware lasten gelijktijdig werken. Iedere cylinder heeft een excentriek, dat een coulisse in beweging brengt ■ op deze coulisse kan het einde van een stang heen en weer bewogen worden; het andere uiteinde dezer stang manoeuvreert de inlaatklep. , nnn

De cylinders hebben 110 m.M. middellijn, de slag bedraagt 300 m.M., de boring is met kanonmetaal bekleed. De klep is ontlast door een zuiger, die zich in een kleinen cylinder beweegt. Aan het einde van de "groote cylinders bevindt zich eveneens een zuiger, verbonden aan een veer, waardoor de schok en het geraas gedempt worden. De druk bedraagt + 50 atmosfeeren.

De machines kunnen tot 150 omwentelingen per minuut maken; de machinist heeft zes handels te bedienen: 1°. voor het in werking brengen van de groote of van de kleine ketting; 2°. voor het verstellen van de schroef in den achterboom ; 3°. voor de rem; 4°. voor het naar beneden laten van den last; 5°. voor het omkeeren van de bewegingsrichting der machine, en 6°. voor het regelen van den watertoevoer. , . ,

Sinds 3 jaren doet deze bok dienst zonder tot nu toe eenige herstelling van belang te vorderen.

Buigbare metalen buizen.

De uitvinder van deze buizen is een juwelier, die jaren geleden armbanden en halssnoeren maakte door strooken goud en zilver in elkander te draaien. Hij kwam op het denkbeeld ook andere metalen te gebruiken en de voeg te dichten met een strook rubber. Strooken van

verschillende doorsnede werden beproera, totdat emaenjK een vunu gevonden werd, waarmede het gelukte buigbare buizen te vormen, die een uitwendigen druk van 210 atmosfeeren gemakkelijk uithouden. De voegen worden nu eveneens met metaal gedicht, rubber wordt niet meer gebruikt. Voor een buis van 20 m.M. middellijn zijn de strooken 14 m.M. breed en 0.6 m.M. dik. De lengte waarin de buizen vervaardigd kunnen worden is beperkt, daar tot nu toe de strooken niet lano-er dan + 2100 M. verkregen kunnen worden en voor 1 M. buislengte een strook van 10 M. noodig is. Men hoopt echter door electrisch soldeeren spoedig langere buizen te kunnen maken.

De geheele bewerking van af de oorspronkelijke strook tot de afgewerkte buis, wordt met ééne machine volbracht.

Het gewicht der buizen varieert van 100 gram per M. bij 8 m.M. middellijn de dunste buis, tot 510 gram per M. met een middellijn van 38 mM. («Engineering» 25 Maart 1892.)

De ontworpen inter-continentale spoorweg in Amerika.

Volgens een verslag van de commissie voor dezen spoorweg zal dit spoorwegnet, waarvan de voltooiing en misschien zelfs wel de aanvang nog eenigen tijd op zich zal laten wachten, de volgende staten doorkruisen. De lijn wordt op de grens van Guatemala en Mexico aangesloten aan de Mexikaansche spoorwegen en volgt de kust van den Stillen Oceaan tot Santa Lucia, om daarna door San Salvador en Honduras naar Nicaragua te loopen. Van af Chmandegua wordt de reeds bestaande spoorweg van Corinto naar het Managuameer gevolgd en van de stad Managua de ook reeds aangelegde lijn naar Masaija. Bij Rivas wordt het geprojecteerde Nicaraguakanaal overschreden en de baan langs de oevers van het Nicaraguameer gelegd tot Majuëla ; van daar over San José naar Columbia.

In dezen staat overschrijdt de spoorweg de westelijke Cordillera's, en gaat van Antiochie naar Popaijan en Pasto. Het gedeelte tusschen deze beide laatste plaatsen biedt vele moeilijkheden voor den aanleg. De republiek Venezuela wordt door een zijtak met de hoofdlijn verbonden die daarna Ecuador, Peru en, Bolivia doorloopt. Te Huanchaca wordt 'de lijn in verschillende zijtakken verdeeld, gaande naar Chili, de Argentijnsche Republiek, Brazilië, Paraguay en Uruguay.