is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 32, 06-08-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

336

Na een dronk van den Burgemeester der stad op den president der republiek en op het welslagen van het congres, wees de heer Petyt voorzitter van de Kamer van Koophandel te Duinkerken, erop, hoezeer in de groote zeeplaatsen het werk der voorafgegane congressen in 't bijzonder gewaardeerd is geworden, en hoe vooral in Duinkerken door de vereende kracht van de spoor- en scheepvaartwegen een vervoer van circa 2'/2 millioen tonnen bereikt is geworden.

De spreker, die een dronk aan de gasten wijdde, werd beantwoord door den heer Guillemain, die op den bloei van Duinkerken dronk.

Den 3en dag, den 20en Juli, brachten de leden een bezoek aan de beroemde hydraulische ascenceurs te Fontinettes. De uitvoerder dezer werken, de hoofdingenieur Gruson en de hoofdingenieur Peslin, gesteund door andere ingenieurs, gaven alle gewenschte inlichtingen. In de nabijheid bevinden zich nog de oude sluizen, waarmede vroeger het hoogteverschil bestreden werd en de congresleden konden hier met eigen oogen den enormen vooruitgang tegenover vroeger aanschouwen. Eene photographie der ascenceurs, opzettelijk voor.de bezoekers vervaardigd, en welke hun werd overgereikt door den ingenieur Cètre, zal den congresleden nog lang een vriendelijke herinnering aan dezen dag zijn. Om 11 uur vertrok men over Saint-Omer naar Calais waar men aan de Kaai door de heeren Boulanger en Bernet, afgevaardigden van het stedelijk bestuur en van de Kamer van Koophandel, werd ontvangen. In rijtuigen, hun door de stad en de Kamer van Koophandel aangeboden, werden de gasten naar den sierlijk getooiden Richelieu-tuin gebracht, waar de congresleden de lunch gebruikten. Aan de eeretafel namen plaats de burgemeester, de president van de Kamer van Koophandel, twee prefecten, de onderprefect, de genoemde afgevaardigden, de presidenten van 't congres enz. Ook hier nam de burgemeester dè heer Dewarrin het woord, om de gasten te verwelkomen. Op hem volgde de heer Dargner president van de Kamer van Koophandel, die met rechtmatigen trots de haven van Calais prees, die een model-haven zou worden. De hoofdingenieur Guillemain dankte de sprekers. Om kwartier over 2 ging men onder geleide van den hoofdingenieur Villart, den haveningenieur Chargéradd en den ingenieur Jüllien de haven bezichtigen. Eenige moedigen maakten, niettegenstaande het slechte weer, een tochtje op zee. Anderen bezichtigden den vuurtoren, enz. Alle hereenigden zich 's avonds aan het diner in 't hotel Meurice. Om 8 uur 25 vertrok de trein met de tochtgenooten weer en kwam, na een kort oponthoud te Amiens, tegen middernacht weer te Parijs aan. Aan de ontwerpers van dezen genotvollen tocht komt ten volle de dank der deelnemers toe.

Precies om 2 uur in den namiddag van den 2Isten Juli had in de met kostbare gobelins versierde feestzaal van het «Paiais de 1'Industrie» de opening van het congres plaats.

De Minister van Openbare Werken, de heer Viette, welke reeds voor drie weken in eene Kamerzitting tegenover de aanvallen van een lid der Kamer het vreedzame doel van het congres had uiteengezet, begroet de vergadering met een geestrijke, opwekkende rede, waarin hij wijst op de groote vorderingen op het gebied van het verkeer en op de groote beteekenis der binnenscheepvaarten hare toepassing in Frankrijk.

In naam van de Kamer van Koophandel te Parijs, welke hij vertegenwoordigt, antwoordt de voorzitter van het congres, de heer Cousté, terwijl hij den Minister alsook de Fransche en buitenlandsche ingenieurs bedankt voor hunne ondersteuning en deelneming. Hij hoopt dat de gemeenschappelijke tochten en beraadslagingen tot opheffing van alle hindernissen voor de scheepvaart en tot bevordering, van den handel van land tot land dienstig zullen zijn. Hierop verkrijgt de Pruisische Ministerial-Director, de heer Schdltz, het woord, die in de Fransche taal voor de verwelkoming dank zegt. Duitschland is voor de eerste keer op het congres van de binnenlandsche scheepvaart, dat in het buitenland gehouden wordt, vertegenwoordigd. Men heeft zich in Duitschland van de noodzakelijkheid algemeen overtuigd om de natuurlijke waterkopen te verbeteren en het net der kunstmatige waterwegen uit te breiden en te voltooien. Daarnaast houdt men zich bezig met de vragen tot vermindering der gevaren, welke door hoogwater en ijsgang in 't leven worden geroepen. Zijne Majesteit de Keizer zelf heeft een onderzoek gelast in hoeverre de verbetering der rivieren in 't belang der scheepvaart die gevaren heeft bevorderd. Voortaan zal het Duitsche Rijk naar deze congressen offlcieele vertegenwoordigers zenden. De werkzaamheden van het congres zullen naar hij hoopt tot ontwikkeling en bevordering van het vreedzaam verkeer tusschen de volken bijdragen. De volgende spreker, de heer Courtenay-Boyle, secretaris der «Board of Trade» en vertegenwoordiger van Engeland, wijst er op dat het laatste congres te Manchester leerzaam was en spreekt de hoop uit, dat het tegenwoordige het nog in hoogere mate zijn zal. Algemeen is men van oordeel dat spoorwegen en kanalen tot hun eigen voordeel moeten samenwerken.

Nadat de verdienstelijke organisatie-commissie, die alles voor het congres had voorbereid, tot bureau benoemd was en op voorstel van den algemeenen secretaris van het congres, den hoofdingenieur de Mas, besloten was de vertegenwoordigers der 18 Rijken, welke aan het congres deelnemen, tot plaatsvervangende voorzitters en secretarissen te benoemen, wordt het congres verdeeld in 4 sectiën, ter behandeling der verschillende ingekomen stukken. Dit aantal bedroeg niet minder dan 41, waaronder 3 rapporten van landgenooten, van ons 1, namelijk :

Consolidation des Berges des canaux des Pays-Bas van Ph. W. van der Sleijden.

Taxes et péages sur les voies navigables dans les Pays-Bas, van A. Déking DüRA, en Amélioration de la voie fluviale de Rotterdam a la mer van J. W. Welcker.

Den volgenden middag vereenigden zich de offlcieele vertegenwoordigers der vreemde natiën aan een dejeuner bij den Minister van Openbare Werken en werden alle leden ontvangen in de schoone feestzaal en in den no"schooneren tuin van het Ministerie. Het weêr, dat even te voren betrokken en regenachtig was klaarde op en de met zorg onderhouden en met oude boomen voorziene tuin lag in vollen zonneglans voor de oo»en der talrijke gasten.

Den 23sten en 24sten Juli werd een tocht naar Rouaan en verder naar Havre gemaakt, waar de leden vanwege de stad in het prachtig verlichte stadhuis feestelijk ontvangen werden. Onder we» waren de stuw- en sluizeninrichting te Posen bezocht. In Havre zelf werd een bezoek gebracht aan de electrische en hydraulische machines, scheepswerven, sluizen enz. en daarna met de vloed de Seine opwaarts naar Rouaan gevaren, waar wederom eene begroeting in het gebouw van de Kamer van Koophandel plaats had en gevolgd werd door een vaartocht in de haven.

Op den 26sten Juli, 's avonds om half acht, had vanwege de «Société des Ingenieurs Civils» een feestmaal plaats, waarop genoodigd waren alle vreemde ingenieurs, medeleden van dat genootschap, en alle leden van andere genootschappen, welke de Fransche collega's in hun land hadden ontvangen en op 't oogenblik te Parijs aanwezig waren. De meest gulle hartelijkheid heerschte aan den maaltijd, die om half twaalf met leedwezen werd opgebroken, daar vele gasten den volgenden morgen reeds vroeg op het scheepvaartcongres tegenwoordig moesten zijn.

De eerste toast werd uitgebracht door den heer Büquet, president der «Société des Ingenieurs Civils de France». Spreker bracht, alvorens de gasten welkom te heeten, ter algemeene herinnering, dat het een ingenieur is, die in Frankrijk de eerste plaats bekleedt, en wijdde een woord van eerbiedige hulde aan den ingenieur Carnot, president van de Fransche Republiek; vervolgens bracht hij de betuigingen van leedwezen over van alle collega's, die door afwezigheid verhinderd waren, de bijeenkomst bij te wonen en van den eerwaardigen Vice-Admiraal Paris, wiens leeftijd (86 jaar) belette aan deze «réunion d'élite», zooals hij het noemde, deel te nemen. Hierna betuigde de spreker zijn vreugde over de komst van alle gasten, zoowel van de medeleden der Société met wie reeds een band hen verbond, welke door deze bijeenkomst no^ vaster zou worden, als wel van de andere, die bij verschillende gelegen" heden getoond hadden, hoe hoog bij hen de Fransche ingenieurs stonden aangeschreven. Hij drukte de hoop uit, dat alle aanwezige collega's, door hun kunde, door bewezen diensten in de hoogste maatschappelijke rangen geplaatst, van hun verblijf te Parijs de overtuiging zouden meenemen, dat Frankrijk is gebleven zooals het in 1889 was, vol ijver voor den arbeid, maar kalm en vol vertrouwen in zijn toekomst. Hij sloot zijn rede met de hoop op een weerzien aller gasten op de toekomstige tentoonstelling in 1900.

Onze landgenoot, de oud-inspecteur van den Waterstaat, de heer Conrad, vroeg hierna het woord. Als oudste in jaren meende spreker het voorrecht te mogen hebben, het eerst de toespraak van den voorzitter te mogen beantwoorden. Hij vergeleek deze reünie van ingenieurs van alle landen met ééne groote familie, waarin ieder zijn kind medebrengt, n.1. de door hen uitgevoerde werken en waarin ieder spreekt over de werken die hij nog hoopt tot stand te brengen. Die werken voeren zij uit in alle meridianen; van Brazilië tot St. Petersburg kent men ze en zij achten zich gelukkig heden onder een tusschenmeridiaan vereenigd te zijn en alzoo de gelegenheid te hebben deze familiebanden vaster aan te halen. Spreker bracht daarom zijn toast uit op het heil der ingenieurs van den meridiaan van Parijs, die hier omringd zijn door hunne collega's van verschillende meridianen van de koudste tot de warmste luchtstreek 'toe, en uitte den wensch hen spoedig en nog vóór 1900 weêr te zien.

Hierna nam het woord.de heer Goldschmidt, Keizerlijk Koninklijk bouwraad, lid van den gemeenteraad te Weenen.

Spreker betuigde, dat, waar hij geen officieel mandaat had, om tot de feestgenooten het woord te richten, het hart hem ingaf, om zijn dankbetuigingen te voegen bij die van den heer Conrad. Schoon Oostenrijker van geboorte en in Oostenrijk woonachtig, was hij misschien meer dan één der gasten, in de gelegenheid g«weest, de Fransche ingenieurs te zien werken en te leeren waardeeren. Een onder hen was voor meer dan 20 jaar de eerste, die den strijd tegen de oude Donau aanvaardde, welke niemand had durven beginnen en 't is algemeen bekend, met welk gelukkig gevolg hij en zijn staf het moeilijk vraagstuk oplosten. En nog slechts drie maanden geleden, toen er sprake was van de voltooiing der scheepvaartwerken op dezelfde rivier, heeft Oostenrijkjden raad der Fransche ingenieurs ingeroepen, om in deze zaak licht te verschaffen. Hij was er dus trotsch op, dat relaties van zoo ouden datum tusschen zijn vaderland en de Fransche ingenieurs bestonden, en in zijn dubbele qualiteit van lid hunner société civile en van medewerker aan de groote werken die ze in zijn land reeds hebben uitgevoerd en nog uitvoeren, bracht hij zijn dank aan de gastheeren, en wijdde zijn dronk aan den voorspoed van de Société des Ingenieurs Civils van het schoone Frankrijk.

De heer Timonoff, professor aan de Keizerlijke Russische Polytechnische School, die vervolgens hét woord voerde, betuigde, dat hij eveneens door het hart gedreven werd, zijn vriendschap en dankbaarheid jegens de gastheeren, de Fransche ingenieurs, uit te spreken; hij deed het als ingenieur, als oud-leerling van eene der hoogere scholen te Parijs, en eindelijk ook als Rus, daar hij niet kon nalaten hier aan den nauwen band te herinneren, die zijn vaderland met dat der Franschen verbindt. De tegenwoordigheid van een dier groote meesters der bouwkunst herinnerde hem altijd aan het tijdstip, toen Fransche ingenieurs en geleerden naar Rusland kwamen en er het ingenieurs-