is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 37, 10-09-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

387

hoofdingenieur van Noord-Holland wijzigingen zijn voorgesteld in de wijze, waarop in de belangen van scheepvaart en afwatering zou worden voorzien.

De aldus voorgestelde werken, waarmede belanghebbenden zich in hoofdzaak hebben vereenigd en welke ook voor dit ontwerp, behoudens kleine, wijzigingen zijn aangehouden, bestaan voornamelijk uit:

a. een kanaal van Kolhorn tot Medemblik, breed 25 M. op den waterspiegel bij Kolhorn en 40 M. bij Medemblik, met eene diepte van 3 M. onder A.P.

Van Kolhorn tot de Geestmerambachtssluis volgt dat kanaal den boezem van Geestmerambacht, terwijl van daar tot Medemblik een nieuw kanaal langs den Westfrieschen dijk, tusschen kaden hoog 1 M. + A.P., moet worden gemaakt, dat te Medemblik in de binnenhaven eindigt en aldaar door eene schut- en uitwateringssluis wordt afgesloten.

Dit kanaal neemt bij het beginpunt het water op van het Kolhornerdiep en bij Aartswoud dat van Raakmaatsboezem. In het belang van de afwatering dient het peil op ongeveer 0.40 M. -r A.P. gehouden te worden bij Aartswoud. Wegens het verhang op het Kanaal zal bij grooteren waterafvoer een lageren stand nabij Medemblik onderhouden moeten worden, waarvoor eene bemaling wordt vereischt.

In het ontwerp was daarom op een stoomgemaal van 200 P.K. te Medemblik gerekend.

b. een kanaal breed 20 M. op den waterspiegel, diep 2.10 M. onder A.P., door den Anna-Paulownapolder, van de duikersluis van de Wieringerwaard tot de van Ewijcksvaart waardoor de afwatering van den boezem van de Wieringerwaard op de van Ewijcksvaart kan plaats hebben.

c. een kanaal, 30 M. breed op den waterspiegel, diep 2.50 M. onder A.P. van de van Ewijcksluis, gedeeltelijk door de ontworpen indijking en verder langs en door Wieringen tot nabij het dorp Den Oever, alwaar een schut- en afwateringssluis, alsmede eene haven was ontworpen. Door dit kanaal kan de afwatering van de van Ewijcksluis, alsmede van een duiker nabij die sluis en van een gedeelte van Wielingen op de Zuiderzee (voor dit ontwerp op de afgesloten Zuiderzee) plaats hebben.

Tijdens de constructie van het kanaal onder c genoemd zal in de afwatering en scheepvaart door de van Ewijckssluis voorzien worden, door het kanaal langs den Balgdijk, tusschen de Ewijcksvaart en het Noord-Hollandsch kanaal, daartoe in te rich ten.

Hierdoor wordt na de droogmaking tevens binnendoor eene gemeenschap verkregen tusschen Nieuwediep en de afgesloten Zuiderzee bij Wieringen.

De kosten der werken waren geraamd op f 1,668,571.

Wanneer de Zuiderzee eerst wordt afgesloten, dan zullen enkele der door de commissie ontworpen werken minder kostbaar zijn, zooals de schut- en uitwateringssluizen aan de einden der' kanalen, terwijl ook de lengte van het kanaal door Wieringen korter wordt.

Hiertegenover staat echter, dat, volgens het rapport van den hoofdingenieur van Noord-Holland, eenigszins ruimere afmetingen wenschelijk zijn, terwijl ook het stoomgemaal te Medemblik krachtiger zal moeten zijn en bovendien gerekend moet worden op de vervanging van enkele windmolens door een of meer kleinere stoomgemalen.

Op grond hiervan zijn voor dit ontwerp de kosten dier werken niet lager geraamd maar in ronde cijfers op f 1,900,000 gesteld.

Bemaling en werken in de indijking.

Op de plaat van de droogmaking is aangegeven de verdeeling in polderafdeelingen, met de daarbij behoorende zomerpeilen. Voor de bemaling van de indijking is noodig een gezamenlijk vermogen van 1330 P.K. Voorts is in het schetsontwerp de wijze van afwatering aangegeven.

De afwateringskanalen kunnen tevens voor de scheepvaart worden ingericht, waartoe zij van hooge of beweegbare bruggen dienen te worden voorzien. Voorts zijn geprojecteerd, behalve de noodige beweegbare en vaste bruggen 2 gekoppelde schutsluizen tot verbinding der ringvaarten met de kanalen en 3 enkele schutsluizen ter verbinding der polderkanalen onderling.

De scheepvaartkanalen liggen in elke afdeeling met het polderpeil gemeen, zoodat de kleinere vaartuigen langs de tochten alle deelen van den polder kunnen bereiken.

Uit de begrooting van kosten volgt hieronder een uittreksel.

Omschrijving. Bedrag.

A. Werken ten behoeve van de belangen van afwatering en scheepvaart der omliggende landen.

Voor het maken der ringvaartkanalen met de bijbehoorende werken en het stoomgemaal te Medemblik f 1,900 000

B. Meer dijk.

De dijk van Wieringen tot Medemblik is lang 19,600 M.

Per strekkende meter zijn gemiddeld noodig : Voor grondwerk in den dijk, gerekend in de middelen

van vervoer, 270 M3., waarvan: hoofdzakelijk zand, 210 M»., ad f0.40 . . . f 84,00 en klei ter bekleeding, 60 M3. ad f 100 . . » 60,00 Voor verlies wegens inzakking en afslag wordt

gerekend in de middelen van vervoer, 60 M3.

ad f 0.40 » 24,00

Zinkstukken tot verdediging van den teen en

de buitenglooiing, 20 M2. ad f 2.50 ...» 50.00

Steenglooiing, 2.85 M*. ad f 5.00 » 14.25

Steenstrook, 1 M2. ad f 3.00 » 3.00

Bezoding en bekramming, 50 M1. ad f 0.20 . » 10.00 Tijdelijke verdediging van de binnenglooiing

en ter afronding » 44.75

per M. te zamen . . f 260.00 of over 19,600 M1 f 5,096,000

C. Stoomgemalen, droogmaking en drooghouding. 1°. Stoomgemalen van 1330 P.K. met inbegrip van

tijdelijke inrichtingen gedurende de droogmaking ad

f 1200 per P.K f 1,596,000

2°. Droogmaking en drooghouding te zamen gedurende

4 jaren:

a. droogmaking f 99,000

b. drooghouding » 216,000 f 315,000

f 1,911,000

D. Werken binnen de indijking. 1°. Afwaterings- en scheepvaartkanalen te zamen lang 53 K.M. :

Grondwerk in profil, 1,900,000 M3 ad f 0,40 f 760,000

6 beweegbare bruggen » 60,000

20 vaste bruggen » 120,000

2 schutsluizen tusschen de ringvaart en

den polder » 120,000

3 schutsluizen binnen de indijking. . . »120,000

f 1,180,000

2°. Verkaveling:

22,000 H.A, ad f 120 » 2,640,000

f 3,820,000

E. Toezicht, onderhoud, onvoorzien en ter afronding f 1,273,000

Recapitulatie.

Afdeeling A f 1,900,000.

» B . » 5,096,000.

» O » 1,911,000.

» D » 3,820,000.

» E » 1,273,000.

Te zamen . . f 14,000,000.

Indijking van het Zuidoostelijk gedeelte.

' (Muiden—Ketel.)

De dijk loopt van Muiden noordwaarts over het Muiderzand en daarna in ongeveer noordoostelijke richting over een lengte van ongeveer 40 K.M., om ten slotte westwaarts om te buigen naar de Vossenwaard, op enkele K.M. afstand van den Uselmond. De totale lengte bedraagt 59,400 M. Muiden is buiten de indijking gehouden, met het oog op de goede afwatering van de Vecht en op het belang van die haven voor de scheepvaart. De dijk sluit niet aan den zuidelijken leidam van den Ketel, maar eenige kilometers zuidelijker, met het oog op rivierbelang en op het belang van de scheepvaart.

Uit de berekening van de waterstanden op de Zuiderzee na afsluiting is gebleken, dat de hoogste waterstand nabij den Ketel zal zijn 1.30 M. + A.P. en bij Muiden 0.90 M. + A.P. Is echter het zuidoostelijk gedeelte ingedijkt, dan zal bij zuidwestelijke stormen de afwaaiing bij Durgerdam eenigszins grooter, doch daarentegen de opwaaiing nabij den Ketel wat kleiner worden, terwijl bij oostelijke stormen de opwaaiing bij Durger-