is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 41, 08-10-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR.

Orgaan

7e Jaargang. DEK 1892. — «N2 41.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS. - ~

MMail OTi aan toMM tUjTmm m Optorn WerleiYlmii

427

Prijs per laargang:

Franco per post.

Voor Nederland / 8-_

Voor het Buitenland met vooruitbetaling ... - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met / 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 cents.

Verschijnt eiken Zaterdag.

Abonnementen, stukken en mededeelingen, boeken brochures, enz. te richten aan de Eedactie: Sundastraat No. 6, te 's-Gravenhage.

Advertentien uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Administratie van dit Blad, Paveljoensgracht No. 19, te 's-Gravenhage.

's-Gravenhage, 8 October.

Prijs der Advertentien:

Per regel / 0.25

G-roote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Bij eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bij abonnement op Advertentien wordt het blad gratis toegezonden

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage.

"inhoudT

Lijst der werken vanwege de Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs uitgegeven en voor het publiek beschikbaar gesteld. — Eenige cijfers omtrent kwelwater m polders. - Uit het verslag betreffende de Polytechnische School, cursus 1890(91. Staten-Generaal. — Aanteekeningen uit technische Tijdschriften : Engineering, Juni 1892, bewerkt door I. I. W. van Loenkn Martinet. — Opgaaf van de belangrijnse artikelen uit Technische Tijdschriften (vervolg van blz 403).- Statistieke Mededeelingen. — Weerkundige waarnemingen. — Eivierberichten. — Binnen- en Buiteulandscne Berichten. — Benoemingen, verplaatsingen enz. ^^^^^

LIJST DER WEEKEN

vanwege de Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs uitgegeven en voor het publiek beschikbaar gesteld.

Repertorium der literatuur van den Waterstaat van Nederland, bewerkt door P. H. Kemper, L. V. B. I.; uitgegeven in 1883 bij Martinus Nijhoff te 's-Gravenhage. Prijs f 1.

Tarief voor reis- en verblijfkosten ten behoeve van Technici; uitgegeven in 1887 bij Gebr. Belinfante te 's-Gravenhage. Prijs f 0.25.

Honorarium-tabel voor technischen arbeid van Ingenieurs en Architecten; uitgegeven in 1892 bij Gebr. Belinfante voorheen A. D. Schinkel te 's-Gravenhage. Prijs f 0.10.

Algemeene administratieve voorschriften voor het uitvoeren en onderhouden van werken ten behoeve van besturen en particulieren; uitgegeven in 1892 bij Gebr. Belinfante voorheen A. D. Schinkel te 's-Gravenhage. Prijs ƒ 0.60.

Eenig-e cijfers omtrent kwelwater in polders.

Jmtrent, de resultaten van kwelwaarnemingen in polders

' zijn weinig cijfers gepubliceerd. Deze overweging leidt > ons er toe eenige uitkomsten van ons en van anderen

mede te deelen.

1. Waarnemingen in Over-Betuwe.

Het polderdistrict Over-Betuwe is ten Noorden, ten Oosten en ten Zuiden omgeven door den Rijn en de Waal; de dijkslengte is 50 K.M., de oppervlakte voor zoover deze boven Hemmen op de Linge lost 13,800 H.A. De Linge loopt in de richting Oost—West midden door het polderdistrict.

In zijn «Verslag omtrent het onderzoek der grondsoorten in de Betuwe», 's-Gravenhage 1881, pag. 71, onderscheidt dr. F. Seelheim in de Lingelanden vier soorten van kwel :

1°. de kwel door de ondergronden van de hoofdrivieren naaide Linge (rivierkwel) ;

2°. de kwel door de waterdrukking van beneden naar boven in het land (landkwel);

3°. de kwel die door de bovenste doorlatende lagen van het terrein zijdelings uit de rivier plaats heeft (oppervlaktekwel);

4°. de kwel door ondichte dijken (dijkkwel).

De landkwel en de dijkkwel kunnen volgens zijne waarnemingen bij de berekening van het waterbezwaar buiten beschouwing blijven.

De rivierkwel vertoont zich in Over-Betuwe ook bij standen ver beneden de zeer hooge, in belangrijke mate. Zij vertoont

zich bi] de dijken sterker dan m het midden van het district.

hetgeen o.a. blijkt uit plaat IX van het werk van Seelheim, welke doet zien, dat het verhang van den grondwaterstroom bij de dijken zeer aanzienlijk is en geregeld afneemt naar het midden toe, hetgeen beteekent, dat die grondwaterstroom zelf naar het midden toe afneemt, of met andere woorden, dat deze zich allengs aan de oppervlakte ontlast alvorens de Linge te bereiken.

Deze bewering wordt door de uitkomsten der metingen bevestigd. Zoo werden af voerbepalingen gedaan op 27 Febr. 1890; het buitenwater was van 12.40 M. + A.P. op 1 Febr. te Arnhem geleidelijk gedaald tot 8.33 M. + A.P. aldaar, regen was sedert 31 Jan. niet gevallen. Het buitenwater stond niet meer tegen de dijken aan, zoodat de afvoer der slooten vrij wel uitsluitend als rivierkwel was te beschouwen.

Wanneer men aanneemt, dat de weteringen (aldaar zegen genaamd) van een even groot oppervlak het kwelwater afvoeren, als dat, waarvan zij het regenwater opnemen, dan gaf deze meting de volgende uitkomst:

No.

Naam der Zeeg.

Oppervlakte van Afvoer in Liters,

het regengebied der - , xm

zeeg in H.A. totaal. pj A

954 87 92

1077 90 83

1400 324 231

700 180 257

2113 400 189

13800 1850 134

Broekzeeg.

Herveldsche Leigraaf. Elder zeeg. Drielschje zeeg. Verloren zeeg. Linge te Hemmen.

Deze cijfers toonen aan, dat de zegen 3, 4 en 5 een hoeveelheid kwelwater afvoeren twee- tot viermaal zoo groot als de zegen 1 en 2, terwijl de afvoer per 1000 H.A. van de Linge een gemiddeld cijfer bedraagt.

Een blik op de kaart maakt deze verhouding zeer begrijpelijk. Ongeveer langs alle dijken, op een afstand van 0.5 tot 2 K.M. van deze, loopen watergangen; het is zeer begrijpelijk, dat deze watergangen een onevenredig gedeelte van het kwelwater opnemen, daar zij :

1°. in den kwelwaterstroom insnijden ;

2°. gevoed worden door watergangen, die het gedeelte nabij de dijken doorsnijden.

"Watergangen nu, die tusschen deze parallelwaterloopen en de Linge aanvangen, voeren uit den aard der zaak minder kwelwater af, omdat vóór hunnen aanvang de hoofd-kwelwaterstroom onderschept wordt. Tot deze soort behooren de Broekzeeg en de Herveldsche Leigraaf, terwijl de Elder-, Drielsche- en Verloren zeeg tot de eerste categorie behooren. Er zijn dus kwelgebieden van een uiteenloopend watergehalte te onderscheiden en het is zeer waarschijnlijk, dat een reeks van waarnemingen onder gunstige omstandigheden de grootte dezer kwelgebieden zou kunnen bepalen en tevens de verhouding, waarin het watergehalte van het eene tot het andere staat. Dat de Linge die ' van al deze kwelgebieden het water afvoert, een middencijfer aangeeft, behoeft geene nadere verklaring.

F.en tweede reeks van waarnemingen op kleinere weteringen

bevestigde geheel de eerste. Zij geschiedde op 13 Nov. 1890 op

3e Vereeniiiae m BnreerlilKe incEnieurs stelt zich in leenen deele verantwoorden)}; voor de denöieelden in de onlerscneidene Midrasen ontwiltlceld of toegelicht.