is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 42, 15-10-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

440

Iets over Waterleidingen.

(Vervolg van bladz. 221.)

In 1888 besloot de Raad van Dortmund om het pompstation nabij Schwerte uit te breiden en kocht hij daartoe een stuk land gelegen aan deze zijde van de Ruhr, dus tegenover het oude station, .zoodat de drukleiding niet onder de Ruhr door gelegd behoefde te worden.

Tot zuivering van het water waren filters ontworpen, welke begroot waren op 350,000 mark. Het terrein, waar de prise d'eau aangelegd moest worden, ligt 2.5 M. boven den laagsten en 0.5 M. beneden den hoogsten waterstand van de Ruhr.

Bij het oorspronkelijk plan was aangenomen, dat drie compound-machines met een effectief stoomverbruik van 11.5 kilo 10 kubieke meter water per minuut zouden oppompen en waren deze machines voor den prijs van 56,700 mark aangeboden. Hierbij gerekend de kosten voor machinekamer, ketelhuis, pijpen etc. zou het pompstation, d. w. z. enkel de machines, die het water uit de Ruhr op de filters brengen, ongeveer 68,000 mark kosten.

De directeur van de waterleiding te Dortmund toonde toen met cijfers aan, dat de kosten van aanleg veel geringer zouden worden, wanneer de filters dieper gelegd werden, dat wil zeggen zoo diep, dat het Ruhrwater van zelf op de filters kan loopen en ook van zelf naar de pompen kon stroomen.

val op de filters zou loopen, van daar naar het bassin waar het water van de filters zich verzamelt en tot rust komt en uit dit bassin nog steeds door verval naar de pompen liep, zoodat dus de tusschen machines met gebouwen enz. geheel konden wegvallen.

Wenschte men evenwel, dat deze aanleg met zekerheid ook bij den droogsten zomer goed zou werken, dan was in het oog te houden, dat de bodem van het bassin, resp. van de machinekamer op ten minste — 3 meter aangelegd werd en dat om het geheele werk een muur opgetrokken werd van ongeveer + 3.5 M., opdat het werk bij hoogwater niet verdrinken kon.

Met deze voorwaarden tot grondslag is dan het nieuwe pompstation bij Schwerte gebouwd. De machines om het water op de filters te brengen zijn bespaard, maar groote sommen zijn door de uitgraving en door den bouw van den dekmuur verslonden en al kan men ook door cijfers aantoonen, dat de aanleg ongeveer 50,000 mark minder gekost heeft, dan wanneer hoogliggende filters gemaakt waren, ik geloof stellig, wanneer Dortmund nogmaals een pompstation bouwen moest, de Raad der gemeente niet weer tot zulk eenen aanleg zijne toestemming zou geven.

Niet alleen is het schoonmaken der filters zeer lastig en kostbaar, maar is in November van het jaar '90 het grootste gedeelte van het bespaarde aanlegkapitaal door een ongeluk, welke het waterwerk trof, verslonden. Door het verbazend hooge water

Dit project, dat dan ook uitgevoerd is, was een gevolg van de uitkomsten der boringen, welke de directeur op het nieuw aangekochte terrein had laten uitvoeren. Die boringen hadden namelijk het volgende resultaat gegeven: Op gemiddeld 1.5 meter onder de oppervlakte van het terrein was een uitmuntend vaste bouwgrond en op 4.5 meter onder terrein een zware blauwe leihoudende kleigrond gevonden. In dezen zwaren kleigrond werd eene boring tot op 2.94 meter uitgevoerd, maar bleef de substantie dezelfde, waarop de boring gestaakt werd, omdat op het terrein daarnaast gelegen eene boring van 60 meter diep met hetzelfde gevolg gedaan was.

Men durfde dus gerust aannemen, dat wanneer het pompstation diep gelegd zou worden, het grondwater geen last kon veroorzaken.

Noemt men nu den laagsten waterstand van de Ruhr nul, dan ligt de oppervlakte van het terrein, zooals reeds gezegd op 2.5 meter boven nul; 4.5 meter beneden terrein lag de kleilaag, dus gemiddeld op 4.5 — 2.5 = 2 meter beneden nul, dus op minus 2 meter.

Nu heeft de ondervinding aan het oude pompstation geleerd, dat op — 2 meter steeds, ook in de droogste zomers, voldoende water toevloeit en was er volstrekt geen bezwaar om uit de kleilaag nog 1 meter uit te graven, waarom de directeur voorsloeg het pompstation zoo aan te leggen, dat het water uit de aan te leggen putten aan de Ruhr door natuurlijk ver¬

werden niet alleen de machinekamer en het ketelhuis onder water gezet, maar stortte door den grooten druk een gedeelte van den dekmuur in. Juist bij mijn bezoek werd deze muur weer opgebouwd en kon men zeer goed zien, dat de werkzaamheden verscheidene duizend mark kosten zullen.

Een ongeluk kan weliswaar altijd plaats hebben, maar wanneer het pompstation niet uit eene misrekende zuinigheid beneden nul gelegd was, dan had dit ongeluk niet plaats gevonden.

Maar laat ik liever, op gevaar af van langdradig te worden, den bouw van dit bijna alleenstaande project een beetje meer technisch beschrijven ; later kan ik dan in een kort overzicht de kosten van dezen aanleg met eenen met filters en machines boven nul vergelijken.

Voor ik daartoe overga, wensch ik eerst nog te doen opmerken, dat het werk zoodanig uitgevoerd is, dat het later zonder groote moeilijkheden verdubbeld kan worden.

Een terrein van ongeveer 170 meter lengte en 70 meter breedte werd op de vroeger reeds aangegeven diepte van 3 meter uitgegraven en om dit bassin een dekmuur tegen het hoogwater opgetrokken van 6.5 meter hoogte, waarvan de basis — 3 meter ligt en de kruin + 3.5 meter. In dit bassin nu moest het geheele pompstation gebouwd worden en wel als volgt:

In het gedeelte, dat het verst van de Ruhr verwijderd ligt, zouden de machines met ketels enz. opgesteld worden; dan kwam het reservoir, waarin het water bezinken kon en vervolgens