is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 45, 05-11-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

473

Het is natuurlijk zuiver toeval, dat groep 7 en 10 in beide jaren I i juist hetzelfde getal ongelukken opleverden. (

De vermindering, waargenomen in groep 2, o en ïó, is van zoo geringe beteekenis, dat men daaruit geen ander gevolg kan trekken, dan uit de tegenstelling tot de sterke vermeerdering m andere groe- , pen voortvloeit: de sterke vermindering in groep 8 en 9 loopt over zulke kleine getallen, dat ook hier aan toeval gedacht moet worden.

De merkwaardige vermeerdering van het aantal ongelukken in groep 15 met 175 pCt., zoude onze aandacht in nog hoogere mate dan thans verdienen, ware het niet dat een cijfer van 20 ongelukken voor alle Nederlandsche gas- en kaarsenfabrieken, olieslagerijen en raffinaderijen, lakstokerijen, eau-de-cologne- en zeepfabrieken, aan eene hoogst onvollediqe aangifte deed denken.

Voor het overige moet het in 't oog vallen, dat, terwijl de vermeerdering in de andere groepen van 20 tot 36 pCt. bedraagt, de bouwvakten van 75 tot 181, d. i. met 114 pCt. gestegen zijn.

Hier ontwaren wij duidelijk den invloed, dien de gedwongen verzekering bij Rijks-, provinciale en gemeentebouwwerken op de nauwkeurige aangifte uitoefent. ,

Op grond der buitenlandsche ervaring hebben wij dit resultaat reeds vroeger voorspeld. . ,

Aangezien de verplichte verzekering voor waterstaatswerken eerst bij beschikking van 31 Maart 1891 is ingevoerd en andere departementen sommige provinciale-, gemeente- en waterschapsbesturen nog later gevolgd zijn, zal het hier waargenomen verschijnsel zich stellig voor het jaar 1892 nogmaals herhalen.

Amsterdam, 22 Sept. '92. w- v- M-

STATEN-GENERAAL.

Onteigening voor vaartverbetering in de gemeente Leiden (No. 191, zitting 1891-92).

Het eenig artikel van het ontwerp luidt:

«Wii verklaren, dat het algemeen nut de onteigening vordert ten name van de provincie Zuidholland, van de eigendommen in de gemeente Leiden, noodig voor het graven van een kanaal door de Hooimarkt te Leiden, ter verbetering van de verbinding van de Haven en de Oude Vestgracht aldaar».

Door de Regeering is het als volgt toegelicht:

«Bij de wet van 16 April 1887 (Staatsblad n°. 52) werd de verbetering van de watergemeenschap tusschen Rijn en Schie en hare aansluiting aan de gemeente 's-Gravenhage van algemeen nut verklaard.

Het plan tot die verbetering had ten grondslag eene andere doorvaart door Leiden dan de tegenwoordige verbinding tusschen Kijn en Vliet met zich medebrengt.

De tot heden gevolgde weg toch, zijnde het binnen de stad gelegen deel van den Vliet, het Rapenburg, Steenschuur en Nieuwe Rijn, bleek niet geschikt te maken voor de grootere schepen, ten wier behoeve de vaartverbetering werd ondernomen. Men koos daarom de doortrekking der zoogenaamde nieuwe trekvaart bewesten de stad tot in het Galgewater, om aan de schepen tot doorvaart door de stad, gezegd Galgewater, de Oude Vestgracht en de Haven (deel van den Ouden Rijn) te bieden.

Behalve de verbetering van de invaart der Turfmarktsbrug, die door de gemeente Leiden zal worden uitgevoerd, is nog eene tweede verbetering noodig van de invaart van de Oude Vest en de Haven, welke, ofschoon tot heden gebruikt door vaartuigen van dezelfde afmetingen, als die waarvoor de verbeterde vaart bestemd is, toch zoo moeilijk is te achten, dat zij bij de te verwachten vermeerdering van het verkeer aldaar hinderlijk zou worden.

De moeilijkheid bestaat in het op zeer korten afstand van elkander passeeren van twee bochten, in elke waarvan eene brug is gelegen.

In hunne vergadering van 17 November 1891 besloten daarornde Staten van Zuidholland in het werk der vaartverbetering tusschen Rijn en Schie ook op te nemen de verbetering der bestaande verbinding van Haven en Oude Vestgracht te Leiden, door het graven van eene nieuwe verbinding beoosten de bestaande en vervanging der thans bestaande brug aan het einde der Haarlemmerstraat door eene over die nieuwe verbinding, niet minder wijd dan 10 M., met demping van het gedeelte der Heerengracht, waarover gezegde brug thans is gelegen, overeenkomstig door Gedeputeerde Staten in overleg met net Gemeentebestuur van Leiden vast te stellen plan, met bepaling, dat tot dit werk, zoo eenigszins mogelijk, gelijktijdig zal worden overgegaan met de verandering door de gemeente Leiden m 1892 van de Turfmarktsbrug, in dier voege, dat deze aan den Ouden Singel een doorvaartwijdte verkrijge van 'minstens 8 M, met verruiming naar de zijde van de Beestenmarkt tot minstens 9 M. _ ,,„„„„

Om in het bezit der voor de uitvoering noodige terreinen te kunnen geraken, is toepassing der wet van 28 Augustus 1851 (Staatsblad n

12o\er°eenkomstig art. 7 dier wet hebben in de gemeente Leiden d< vereischte onteigeningsstukken voor een ieder ter visie gelegen.

Die ingebrachte bezwaren betreffen geen van alle het algemeen nu van het werk en staan dus aan de toepassing der wet van 28 Augustui 1851 (Staatsblad n°. 125) niet in den weg». .

Het Voorloopig Verslag kwam ons, dank zij de uitnemend genegelü toezending der kamerstukken aan de geabonneerden, nog met n

haDaar' het ontwerp in de vergadering van 25 October jl. der Tweed Kamer zonder discussie en zonder hoofdelijke stemming is aangenomen

eenen wij het er voor te moeten houden, dat ook in de afdeelingen :en bezwaren tegen het ontwerp gerezen zijn (1).

De Tweede Kamer deed in haar jongste bijeenkomst nog eenige ons eds bekende zaken af, nl. de voordrachten tot:

1°. Goedkeuring van internationale overeenkomsten tot bescherming m den industrieelen eigendom. ..■,»» ,

2°. Onteigening voor de afsluiting van de rivier de Maas beneden eusden (1). , , D

3° Verbetering van de Berkel, de Schipbeek en de Kegge Wii hopen daarop nader terug te komen, terwijl wi] voor ditmaal i aandacht nog eens wenschen te vestigen op de onteigeningsvoor■acht voor de Haarlemsche duinwaterleiding,, die wij in no. m in «De Ingenieur» de eer hadden den lezer voor te stellen. Wii zagen toen, dat dit ontwerp niet zonder tegenkanting naar de fdeelin^en werd verzonden en dat bij de bezwaren, welke tegen het i onderzoek nemen geopperd werden, niet onduidelijk de vrees doorgemende, dat op grond van deze wet aan Haarlem ten nadeele van .msterdani een te groot gedeelte der beschikbare duingronden toebeeeld zou worden. v^ionDie vrees klinkt ook in het onlangs verschenen Voorloopig Vei slag n met meer nadruk nog in eene aan dat stuk toegevoegde nota van en Amsterdamschen afgevaardigde Rutgers van Rozenburg. De heer Rutgers zet op heldere wijze de zaak als volgt uiteen: «Gelijk bekend is worden thans Amsterdam en Haarlem door ezelfde waterleiding bediend, welke, aanvankelijk ten behoeve van erstgemelde stad aangelegd, spoedig mede ten bate van laatstgemelde ongewend is, maar, niet opgewassen tegen deze dubbele taak, wel te laarlem, dat veel nader bij de bron gelegen is, en waar de huizen ager zijn, ruim in de behoefte voorzien kon, maar te Amsterdam des ,e meer te kort schoot (zie bladz. 44 en 48 van het verslag der comniss™ van onderzoek in zake de duinwaterleiding van Amsterdam), ïèt gemeentebestuur van Amsterdam was hierdoor gedwongen van ■en bij de concessie hem verzekerd recht gebruik makende, aan den >óncessionaris der waterleiding verlof te weigeren tot verderei uitweiding van zijne leverantie buiten Amsterdam, ten einde de toelemende verergering van den nood in eigen veste althans eenigszins ;e matigen. Inmiddels niet stil zittende heeft het, om voor beide steden rerbetenng aan te brengen, de handen aan den ploeg geslagen eene ;ommissie van prae-advies aangaande den te kiezen weg benoemd, en overeenkomstig den raad van deze bereids den concessionaris de Hitroering van belangrijke maatregelen opgelegd.

Dat de door die commissie aanbevolen werken ontworpen zijn met inachtneming van de behoeften en belangen van Haarlem op gelijken voet met dfe van Amsterdam, blijkt uit het geheele verslag der cc>mmissie, meer in 't bijzonder op bladz. 80 en 95 ; er.tevens bink.daaruit fbladz 94 en 95), hoe onderzoek en berekening hebben geleid tot de conclusie, dat hetzij de twee steden ^^^^^^^ voorzien worden, mits voor Haarlem, ter voorkoming van waterverspilhng aWaar èene drukregeling wierd toegepast, hetzij voor elk van bPefde geene afzonderlijke lefding" kon worden bestemd met verdeehng van de voor prises d'eau beschikbare duinen m evenredigheid tot ïedei s behoeften en bevolking, in welk geval aan Haarlem een gebied van 1010 hectaren toekwam. . . , „„„

Hoezeer men mag aannemen dat de Regeering het onmiskenbaar verband tusschen de watervoorziening van de eene en die vanJe andere stad in het oog gehouden, de bestemming der tot hiertoe niet geëxploiteerde duingronden tot prise d'eau voor beiden erkend, en op de in dezen tevens betrokken belangen van anderen dan Haarlem gelet heeft, blijkt dit toch niet op zoodanige wijze, dat daaromtrent ae Kamér behoorlijk zelve een oordeel vormen kan ; en gebleken zou dat eerst zijn indien bij de toelichting ware aangetoond op welke oppervlakte van het duin het wetsvoorstel eigenlijk betrekking heeft. Thans nsTe oppervkkte niet anders aangeduid dan met de mededeehng, dat de mee^t nabij Haarlem gelegen duingronden onder de gemeen e Bloemendaal in de eerste plaats in aanmerking komen. Kwamen die gronden «Heen in aanmerking, daarmede kon reeds een groote-deel der beschikbare duinen gemoeid zijn, dan by eene evenredige repartitie voor de behoeften van Haarlem te bestemmen wane; en dat, dit bij de aangehaalde omschrijving in dubbele mate het geval worden kan spreekt vanzelf. Wil de^amer in staat zijn een grondig oordeel over de voorgestelde onteigening zich te vormen, zij zal van de Regeering alsnog dienen te ontvangen eene opgaaf van het ^gebied^geprojecteerde prise d'eau, m. a. w. van de oppervlakte, waaraan met behulp van de ontworpen duinkanalen of dnains, venmoedehjk wate. zal worden ontleend. e . , . mmste

Dat Haarlem een eigen waterleiding aanlegt heeft n'et bet mms e bezwaar, en is naar het oordeel der Amsterdamse!»; —e (ine haar verslag bladz. 95, ad II) zelfs doematig,; maar een' *«J~P *™ schen die stad en Amsterdam, wie het grootste en beste deel van^de voor prise d'eau in aanmerking komende ^»e" £S eveSi^te niet geopend worden ; en een greep in den blinde behoort evenmin te

"toTanfdTRegeering nalaat aan te toonen, dat niet krachtens^ voorgestelde wettelijke verklaring ten behoeve van eene stad _van, 50£00 zieleS de belangen en rechtmat.ge aanspnaken eenen stad van mee.

(1) Ook de Eenste Kamen nam deze wetsontwenpen aan (verg. van 28 October).