is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 47, 19-11-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4.98

Ketels met inwendige vuren.

1. Lancaster-ketel met twee vuurgangen en twee vuren met en \ zonder kunstmatige trekking.

2. Locomotief- of vlampijpketels, zoowel stationair als op rails loopende, met afgewerkten stoom in den schoorsteen geleid. %

3. Cornwall-ketel, ëén vuurgang en één vuur, gewone schoor- ^ steen trekking.

4. Cornwall-ketel met meer vlampijpen, met gewone trekking. ';g

5. Kleine vertikale brandspuitketel met afgewerkte stoom in den schoorsteen. |

6. Vertikale pijpketel, gewone schoorsteentrekking.

7. Pijpketel voor landbouwmachines met gewone keteltrekking. ~

Ketels met uitwendige vuren. a

8. Oliphant-ketel of Fransch type 1 beide met gewone schoor-

9. Waterpijpketel of Root type ) steentrekking. / Met sommige dezer ketels werden economisers ter verwarming van

het voodingswater gebruikt en in dat geval het resultaat afzonderlijk uitgewerkt.

In enkele gevallen werden de proeven herhaald op verzoek van de eigenaars der ketels met andere dan de aangenomen standaardkolen.

De stoomdruk wisselde af van 2i/3 tot 8% Atm.; elke proef duurde 10 uren; de toestand werd aan het einde van elke proef steeds geheel zoo gemaakt als hij bij bet begin geweest was. De ketels en het metselwerk werden zoo noodig een paar dagen vóór de proef verwarmd.

Door proeven werd geconstateerd, dat de steenkool een vermogen had van 15,560 thermel unito per pound — 865 calorien per kilogram en dat de theoretische hoeveelheid lucht, noodig voor de verbranding, bedroeg 10.73 {§ per fg steenkool, of met inachtneming van 3.07 pet. asch, 10.37 fg lucht per pond steenkool.

Eindelijk was het theoretische verdampingsvermogen 16.1 Éë water per fi? kool.

Na afloop van elke proef, die zonder tusschenpoozen gehouden werd, werden uit het op den rooster overgeblevene gezocht de klinkers of onbrandbare stukken, het overige werd in een halfduims zeef verwerkt; wat door de zeef viel, werd als asch bij de klinkers gevoegd, wat er op bleef liggen als niet verbruikte brandstof van de gewogen kolen afgetrokken.

Van de verbrandingsgassen werd gewoonlijk elk uur een hoeveelheid over zoutwater gelaten om de opslorping van C02 te vermijden. De gemiddelde soortelijke warmte werd aangenomen op 0.238. De temperatuur der gassen werd gemeten met een kurkthermometer van 6 voet lang en die gecomprimeerde stikstof boven de kurk bevatte. De bol werd in vuurgassen gestoken en op de schaal kon daarbuiten afgelezen worden. De kolen werden verstrekt in afgewogen zakken van 100 fg met etiketten, die bij het verbruik als controle dienden. Ter bepaling van het verlies door uitstraling werd een voorproef genomen, waarbij men alle uitwegen voor den stoom, ook de veiligheidskleppen, verstopte en dan voorzichtig, zonder watervoeden, gedurende eenige uren stookte om dezelfde stoomspanning te houden. De daarbij per uur verbruikte hoeveelheid kolen geeft de bij dien stoomdruk door uitstraling verloren warmte aan.

Voor bijna alle proeven werd een balans opgemaakt, vermeldende aan den eenen kant de totale warmte aan den ketel verstrekt per ond standaardkool, zuiver en droog ; aan den anderen kant de verruikte warmte, nl. :

1. voor het verdampen van water op het kookpunt.

2. verloren warmte door de verbrandingsgassen.

3. door de vochtigheid der kolen.

4. uitgestraald door ketel- en metselwerk.

5. verloren door onvolledige verbranding of door vorming van kooloxyd.

6. warmte uitgestraald door de vuren.

7. door onbekende oorzaak verloren gegane warmte.

De beschrijving der proeven, als hierboven vermeld, komt voor in «Engineering» van 4 Juli 1890. De resultaten der proeven komen naar volgorde voor in de nummers :

Proef N°. 1 in «Engineering» 18 Juli 1890 bladz. 59

» » 2, 3 » » 1 Aug. » » 120

» » 4, 5 » » 21 Nov. » » 591

» » 6, 7 » » 27 Febr. 1891 » 236

» » 8 » » 15 Mei » » 577

» » 9, 10 » » 2 Oct. » » 375

» » 11 » » 18 Maart 1892 » 346

> » 12 » » 22 Juli » | 115

Weerkundige waarnemingen te Utrecht, 8 uur voormiddag.

niT>rnw I Barometer- „. fl Windkracht, Tempera- Gevallen stand in ,(,.>,«,,,> volgens de tunr.gradenl regen in mtt neming lf|_a ^ Celsius j mM.

11 Nov. 1892. 767.1 O.N.O. 1 6 0

12 » » 764.3 O.N.O. 2 6 3

13 „ _ _ _ _ _

14 , , 762 2 Z.Z.O. 2 6 0

15 „ » 760.4 Z.Z.O. 2 8 0

16 „ „ 759.6 z.Z.O. 2 10 0

17 „ „ 760.6 Z.Z.O. 1 0 1

Rivierberichten.

Waterhoogten in Meters + A.P. 8 uur voormiddag.

, _

10.„ Keulen. I Nlj . Wester- Maas-

1892. 7 uur Lobith. ^B "n- yoort VenlQ Qrave

'sm. ' ' 'zelfr'pl' (Dru£)-

12 Nov. 38.21 10.97 8.64 8.76 9.34 42.52 10.35 6 18

13 „ 38.13 10.91 8.58 8.71 9.29 42.45 10.40 6 18

14 „ 38.05 10.82 8.51 8.65 9.23 42.40 10.37 6 20

15 „ 38.01 10.74 8.41 8.57 9.16 42.33 10 17 6 09

16 „ 38.03 10.68 8.36 8.52 9.12 42.46 10.16 6 03

17 „ j 38.06 10.67 8.33 8.50 9.10 42.24 10.24 6 05

18 „ j 38.01 10.69 8.35 8.50 9.13 42.43 10.11 6.00

Keul. Lob. Nijm. Arn». Y^e£°°rt Wcht Venlo Grave p" i bmg-

Nul der oude schaal. 35.85 13.91 6.22 6.95 _ 7.37 42.20 — 4.85

Laagste stand bij open water te Keulen en te Maastricht, met daarmede overeenkomende standen.... 36.85 9.37 6.87 7.51 8.02 7.87 41.70 8.85 4.85

Standen overeenkomende met 1.50 M.

-I- peil te Keulen . . 37.35 9.79 7.60 7.88 8.38 8.21 — — _ Gem. zomerst. (1 Mei

tot 1 Nov.) 1881—90. 38.66 11.25 8.72 9.00 9.53 9.38 42.87 10.13 6.04

Merk III. (Verbod

van stoomvaart). . . 43.65 15.70 12.62 12.71 Hoogste stand bij

open water 45.36 16.68 13.50 13.28 13.92 13.57 46.95 18.33 11.26

Men zie verder „De Ingenieur" 1891, No. 1.

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN. Hulde aan den ontwerper van den Rotterdamschen Waterweg.

Bij gelegenheid van de aftreding van den heer P. Caland als hoofdinspecteur van den waterstaat, hebben een aantal ingezetenen uit Rotterdam, Vlaardingen en Maassluis gemeend, dien hoofdambtenaar, als ontwerper van den Nieuwen Waterweg, erkentelijkheid te moeten betuigen voor de vele gewichtige diensten, door hem aan den lande bewezen.

Op hun verzoek had de heer Mesdag zich welwillend bereid verklaard eene schilderij te vervaardigen, welke dezer dagen den heer Caland als huldeblijk werd aangeboden, vergezeld van een album met de namen der contribuanten.

De heer S. J. R. de Monchy, voorzitter der commissie, sprak den heer Caland op hartelijke wijze toe en wees er op, dat bij diens aftreden door de Kamer van Koophandel te Rotterdam een schrijven tot hem werd gericht, om hem dank te zeggen voor hetgeen hij voor Rotterdam gedaan had. Men was — zoo vervolgde de spreker — de Kamer daarvoor dankbaar, doch niet voldaan, en had gemeend eene zuil of een monument te moeten stichten, om daarmede den naam van Caland voor het nageslacht te bewaren. Toch waren daaraan bezwaren verbonden, met het oog op den Waterweg, die, hoewel reeds geheel aan het doel beantwoordende, toch nog niet geheel voltooid was; en daarom moest men op andere wijze trachten van zijne erkentelijkheid blijk te geven. Het resultaat is geweest, dat thans het bovenvermelde geschenk den heer Caland werd aangeboden als een bewijs van erkentelijkheid voor de gewichtige diensten, aan de Maassteden bewezen.

De heer Caland beantwoordde den spreker in gevoelvolle woorden, waarbij hij zeide het geschenk op hoogen prijs te stellen, hoewel hij voor zich het gevoel had slechts zijnen plicht gedaan te hebben. Wel heeft hij verscheidene oogenblikken doorleefd, dat de gedachten bij hem opgekomen was, wat hij eigenlijk wel begonnen was, doch de wetenschap dat het werk, waarmede hij staan of vallen zoude, berustte op een degelijken grondslag, heeft hem steeds moed doen houden om zijne taak ten uitvoer te brengen.

Het gecombineerd college van het waterschap van de Berkel heeft het maken van een ontwerp voor de verbetering van de Berkel en de

uitvoering daarvan opgedragen aan de ingenieurs Van Hasselt en De Koning te Nijmegen.

Nederlandsche Vereeniging van Werktuig- en Scheepsbouwkundigen.

Op Woensdag den 16 November jl. hield de Nederlandsche Vereeniging van Werktuig- en Scheepsbouwkundigen hare 13e gewone driemaandelijksche vergadering te Delft.

Na afdoening der huishoudelijke zaken in verband met de intrede van een nieuw vereenigingsjaar, hield de heer F. C. Düfoür uit Amsterdam een voordracht over de inrichting van centraalstations voor elee-