is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 50, 10-12-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

526

rijk gewijzigd. Was het vroeger alleen de bedoeling een kanaal te maken tot ontlasting van de Dommel met de Ley, thans is het een kanaal geworden dat in staat moet zijn den maximum aanvoer van deze riviertjes benevens dien van de Aa bij hooge winterstanden te kunnen afvoeren. Hierdoor zijn echter de kosten tot zulk een hoog bedrag gestegen dat het zeer twijfelachtig is of die kosten wel geëvenredigd zijn aan het nut dat het kanaal zal stichten, te meer daar het hoofddoel van het kanaal, voorkoming van overstrooming van het tegenwoordige inundatie-

volharden, wanneer hetzelfde doel op eene voor den Staat voordeeliger wijze zou kunnen bereikt worden ? Het is toch ook hun belang dat de Staat geen tonnen gouds besteedt, die blijken kunnen een onnoodige uitgave te zijn geweest.

In elk geval heeft de Regeering zich, wat het maken van het kanaal betreft, niet aan tijd gebonden en had zij met een gerust -geweten met den aanleg kunnen wachten.

Zooals wij boven reeds met een enkel woord aangaven, be-

gebied om 's Hertogenbosch door Dommel- en Aawater, er slechts gedeeltelijk door bereikt wordt.

Wel zal door de hooge d,,ken, die langs het kanaal ontworpen zijn, de geheele streek tusschen het kanaal, de Maas en de Dieze voor goed tegen overstrooming met Dommel- en Aawater behoed worden, maar voor de landen ten Noorden en ten Zuiden van den Bosch met name de polders, de Beneden Aa en de Beneden Dommel, zal zulks alleen het geval zijn zoolang de waterstand op de Dieze te 's Hertogenbosch beneden het peil van 4 M. + A. P. blijft. Wordt dit peil echter bereikt dan beginnen de kaden langs het benedendeel van de Aa en de Dommel over te loopen en worden genoemde polders geïnundeerd. Dat dit des winters bij grooten afvoer van de Boven-Maas gebeuren zal is zonder twijfel, maar ook in den zomer zullen er zich gevallen kunnen voordoen waarbij dit zal plaats hebben. Zoodra toch de rivier aan den beneden mond van het kanaal een stand heeft bereikt van 3.14 M. + A. P. dan zal bij het aangenomen flauwe verhang op het kanaal van 4.43 c.M. per Kilom. (de lengte van het kanaal is 19.4 Kilom.) aan den bovenmond op de Dieze een stand bereikt zijn van 4 M. + A. P. Stijgt de rivier dus boven het peil van 3.14 M. + A. P. dan zal de overstrooming van genoemde polders plaats hebben. En dat nu in den zomer geen standen hooger dan 3.14 M. + A. P, op de nieuwe rivier zullen voorkomen zal wel niemand kunnen verzekeren, daar dit zeer wel mogelijk is, bij grooten afvoer van de Boven Maas gepaard met hooge laag waterstanden te Keizersveer, tengevolge van langdurige westenwinden.

Zelfs een in alle omstandigheden afdoend middel ter voorkoming van overstrooming der landerijen om den Bosch gedurende den zomer zal het kanaal dus niet zijn en dan is de vraag dubbel gewettigd, of niet met eene minder kostbare verbetering zou kunnen worden volstaan.

Nu is weliswaar de Regeering door de voorwaarden waaronder de Provincie en het Waterschap subsidie hebben te verleenen, min of meer aan een nieuw uitwateringskanaal gebonden, maar waarom zouden de besturen dezer lichamen in dien eisch blijven

staan er echter nog andere redenen waarom het gewenscht is den aanleg van dit kanaal uit te stellen,

Het is onzen lezers bekend dat het Beersche Maaswater thans eene afleidin°- vindt over den linker Diezedijk en met het water, dat over den Bokhovenschen overlaat stort, langs den Baardwij kschen overlaat door het bed van het Oude Maasje wordt afgevoerd.

Na het tot stand komen van bedoeld kanaal zal echter die afvoer door den rechter kanaaldijk worden afgesneden. Het gevolg hiervan zal zijn, dat het Beersche Maaswater en het water van den Bokhovenschen overlaat, geen uitweg meer vindende, wordt opgestuwd en tot eene vroeger nooit gekende hoogte zal rijzen en° alzoo het Land van Heusden en Altena aan de grootste gevaren voor dijkbreuk zal blootstellen.

Nu ligt het wel in de bedoeling der Begeering om den linker Diezedijk te verhoogen en ook den Bokhovenschen overlaat door een bandijk te vervangen, zoodat overstorting van het Beersche Maaswater over eerstgenoemden dijk en van Maaswater over den Bokhovenschen overlaat niet meer kan plaats hebben, maar dan moeten deze werken toch in elk geval de voltooiing van het kanaal vooraf gaan. En nu mogen deze ook van eenvoudiger, aard zijn, het laat zich aanzien dat de totstandkoming daarvan veel tijd zal vorderen, zoowel met het oog op de onteigening der daarvoor benoodigde gronden als met het oog op de onderhandelingen, die daarover met Gedeputeerde Staten der provincie Noord-Brabant en met de besturen van de belanghebbende polders gevoerd moeten worden.

De vervanging van den Bokhovenschen overlaat door een bandijk moet gepaard gaan met den bouw van een groote inlaatsluis tot irrigatie van de terreinen tusschen de Dieze en den Baard wij kschen Overlaat, maar de onderhandelingen met belanghebbenden omtrent de plaats en de inrichting dier sluis, in verband met het te maken irrigatiestelsel, moeten nog gevoerd worden en kunnen veel tijd vorderen en de uitvoering vertragen.

Verder zal ook de verhooging en verzwaring van den