is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 16, 15-08-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

151

carnatus wordt allerschoonst uitgedrukt door een koor zonder andere begeleiding dan een accoord van blaasinstrumenten aan het slot van iedere zinsnede. Nu komt de Crucifixus, adagio G-mineur, een meesterstuk van expressie ; de woorden crucifixus en pussus worden beurtelings op het treffendst door de solo-stemmen herhaald , terwijl de woorden : etiam pro nobis sub Pontio Pilalo , voor het koor bestemd blijven. Die plaats is boven allen lof' verbeven. Het Resurrexit is in majeur, zoo als men veronderstellen kon, doch het mouvement blijft adagio, hetgeen men voorzeker niet verwachten mogt. Dit verklaart zich niet, te minder daar men aldus een effect middel verstoot, dat zich zoo natuurlijk aanbiedt, namelijk het contrast tusschen de woorden : resurrexit et ascendit in coéluirt met de crucifixus, passus et sepultus est, die vooraf gaan. Ofschoon er in de partituur, op deze plaats, niets van eene verandering van mouvement te lezen staat, is het te denken dat de meeste directeuren bij het resurrexit zich genegen zullen voelen het eerste mouvement moderato molto maestoso te nemen , te meer omdat men er dezelfde passages en bewegingen in terug vindt. Sunctus. Andante 9/8. Eene zeer schoone melodie, eene meesterlijke bewerking onderscheiden het begin van dit stuk. Nu en dan een doffe slag van de groote trom duidt het Deus Sabaoth aan. Wie zou nu niet denken dat na zoo veel opeenvolgende langzame mouvementen , en wetende dat er nog te wachten zijn voor het Benedictus en het Agnus Dei, wie zou niet denken dat de schrijver, bij het Pleni sunt coeli et terra, deze monotonie met een flink allegro zou afbreken ? Dit gebeurt echter niet, deze woorden blijven andante, gevolgd door een largo , waarbij de eerste Sanctus wordt herhaald, tot en met hosanna in excelsis. Daarop volgt onmiddelijk de Benedictus, adagio. Wil men niets aan de bekende traditiën toegeven; zoekt men niet de gemoederen door contrasten op te wekken , het zij zoo; echter, wat men minder of in het geheel niet toegeven kan , is eene verkeerde interpretatie der woorden. Met regt heeft men altoos Pleni sunt coeli et terra gloria tud. Hosanna in excelsis, in een geanimeerd mouvement gesteld; deze woorden vorderen dit. Hoe schoon dan ook , als bewerking en op zich zelve beschouwd, die opeenvolgende langzame mouvementen mogen zijn, is het niet te ontkennen dat zij iets slepends, eentoonigs medebrengen , aan het geheel eene sombere tint geven , wat men vooral in eene feestmis behoorde te vermijden. Agnus Dei. Andante moderato l2/„. Een voor het orchest rijk bewerkt stuk en treffend van expressie, doch blijkende tot het einde in hetzelfde mouvement, waardoor men het opwekkende van het dona nobis pacern missen moet. Deze woorden in eene bevallige, gracieuze melodie uitgedrukt, hebben iets troostelijks, brengen eene soort van genoegen mede. Zoo begrepen het de grootste meesters, en zij hadden gelijk.

Niettegenstaande onze hier boven gemaakte aanmerkingen , die welligt voor anderen niet geheel zonder nut zullen zijn, bezit onbetwistbaar deze mis, als kunstwerk, eene hooge waarde , en verdient plaats te nemen onder de schoone compositiën van onzen tijd.

De executie was volmaakt, dank zij den ijver en de kunde van den bekwamen directeur, den heer F i s c h e r , kapelmeester van de Hoofd-kerk. Alles werd met zorg en oplettendheid ingestudeerd , zoo als dit trouwens gebeurt met alle groote muzijkwerken in de hoofd-kerk uitgevoerd. Brengen wij dus deze hulde den heer Fischer toe, wil men niet onregtvaardig en ondankbaar zijn.

Den 21. Julij werd in de Hoofd-kerk eene mis van

den heer Benoit, en in den namiddag een Te Deum van den heer Lassen uitgevoerd, twee merkwaardige compositiën, die wij later zullen bespreken , willende liefst deze reeds uitgebreide mededeeling sluiten met een kort verslag van de dezer dagen door het conservatoire gehouden concoursen.

De fugue in A-mineur, van J. S. Bach, uit te voeren; een Gregoriaanschen zang en een gecijferden bas, a prima vista, te harmoniseren, alsmede eene improvisatie, waren de proeven waarop de concurrenten voor het orgel werden gesteld. Zij speelden allen de fugue met veel correctheid , doch van de zeven concurrenten was er slechts één, die zich goed uit den gecijferden bas wist te redden, bij de anderen was het soms wat heel erg. De improvisatiëu waren behagelijke stukken , in goeden kerkstijl. Wij gingen zeggen geschreven , niet denkende dat men improviseerde. Wtj veronderstellen dat niemand er lust in vinden zou , om te onderzoeken of het wel degelijk ex tempore geschiedde. De blaas-instrumenten waren in het algemeen goed; nu en dan een gedistingueerd solist, de meerderheid bekwame orchestleden. De omstandigheid dat er in de klasse van den heer Servais eene jonge dame was , die als violoncelliste naar den prijs zou mededingen , wekte de nieuwsgierigheid op. Zij verscheen als zoodanig met een zeer innemend voorkomen ; hare houding en haar uiterlijk spel waren ten hoogste modest, ook verwierf' zij algemecnen bijval. Zij herinnerde aan eene bekende schilderij , de heilige Ceciiia met eene violoncel voorstellende. — De piano klassen leverden brillante resultaten op; correctheid, schoonen stijl vond men bij al de concurrenten ; bij eenigen zelfs virtuositeit. — De klasse voor de interpretatie van klassieke muzijk , scheen ook met ijver te hebben gewerkt. — Op twee uitzonderingen na, een leerling van den heer Meerts , die veel belooft, en een van den heer Léonard, die reeds een uitmuntend violist is, hebben de vioolklassen weinig belangrijks opgeleverd. Een nieuw concerto van Vieuxtemps , expresselijk voor deze gelegenheid gecomponeerd, was het concoursstuk voor de klasse van den heer Léonard. Niet onaardig word het bekende thema van Grétry : oupeut-on étre mieux ... in den loop van het stuk gebragt, doch men vindt in de vroegere concerto's van Vieuxtemps meer bevalligheid en grootheid.

N. .1. S.

FE UI li E ET OW.

In een onzer vorige nummers hebben wij met eeu woord gewag gemaakt van des heeren Gregoir's voornemen om zich met het verzamelen van materialen voor een biographiseu werk betreffende Nedeil. toonkunstenaars onledig te houden. Thans zal men uit het onderstaande zien dat genoemde schrijver zich op een uitgebreider terrein wil begeven. Onder den titel n.l. van Essai sur Vhistoire de la Musique et des musiciens en Hollande zal van den heer E. G. J. Gregoir een deel in 4°. Lij inschrijving in het licht verschijnen, het volgende programma bevattende:

1. La Société pour 1'encourageuient de 1'Art musical, depuis sa fondation, (Maatschappij tot bevordering der Toonkunst),

2. Les concours de compositions musicales, ouverts par la Société pour l'encouragement de 1'Art musical.

3. Le chant populaire et sa moralisation. i. La musique militaire.

5. La musique dramatique-théatrale.

6. Les ietes musicales, festivals, concours de chant el d'harmonies.

7. Poésies musicales hollandaises.

8. La biographie des artisles musiciens hollandais morts et vivants, au nombre de 400,

Mijmegen. In de vergadering van feestgedeputeerden uit de verschillende liedertafels alhier gehouden, is besloten dat het