is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 21, 01-11-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

En nu de slotsom van mijne beschouwing. Het werk is met consciëntie geschreven door een componist, die met de middelen als een eerst meester bekend is; het verdient alle achting omdat overal soliditeit, veel originaliteit en ook inspiratie aanwezig zijn. Alleen een knap kunstenaar kan zoo iets daarstellen. Maar dit alles vormt nog geen volmaakten Lucifer. De grootsche geniale harmonische en melodische inspiratiën van een Mendelsohn zoude daartoe vereischt worden. Tot dusverre was het dezen en Weber alleen gegeven om de kunstwereld een Lucifer en een Faust te kunnen schenken. Doch deze mannen hebben reeds lang hunne taak volbragt. Van Eyken is nu de eerste, die de pen voor de Lucifer heeft opgevat. Als landgenoot is zulks te meer verheugend; hij verdient daarvoor alle eer en lof van zijne kunstbroeders en landgenooten. Ik heb thans, wei wat laat, met vrijmoedigheid den indruk gemeld, welken dit klavieruittreksel op mij maakte, de toehoorders te Arnhem hebben reeds vroeger uitspraak gedaan.

Het exemplaar is met de meest mogelijke zorg behandeld ; het fonds van Arnold heeft aan al de eischen van onzen tijd ruimschoots voldaan ; het papier, de noten en letterdruk, zoo ook de titel is alles even keurig. Dil werk verdient in al de koor-afdeelingen van onze Maatschappij tot becord. der Toonkunst opgevoerd te worden om daardoor den goeden smaak en de nationaliteit te bevorderen. L, IJ.

DE METHODE POLYPHONIQUE VAN CHARLES DUPART TE PARIJS.

Met belangstelling heb ik voor eenigen tijd deze methode door gezien, en acht het in het belang der militaire muzijkkorpsen vooral, maar ook voor harmoniegezelschappen, welke of in massa, of bij gedeelten onderwijs genieten , niet ondienstig hierover een enkel woord te zeggen en de aandacht van directeuren of kapelmeesters op genoemd werk te vestigen. Het doel dat de heer Dupait zich voorstelt met zijne betrekkelijk nieuwe leerwijze, is eerstens gezamenlijk onderwijs op verschillende instrumenten, die dezelfde stemming voeren, b. v. alle instrumenten in si te zaam , zoo als de b klarinetten saxophones in si V, cornets a pistons si t>, bugles barytons, trombonnes si t>, ophicleides si [? enz.; voor deze is ééne methode of liever 1 gedeelte der complete methode in vioolsleutel geschreven, een ander gedeelte is b. v. geschreven met oefeningen in es voor es clarinet, tertz-fluit, hoorns met es beugel, trompet dito, altos saxophones alles in es. Wederom een ander cahier of gedeelte der methode staat voor C instrumenten geschreven, hieronder de fagotten ophicleide in C. Trombones in C voor de instrumenten in b (si \>) is ook een cahier in bas sleutel (cahier 1 is in viool sleutel geschreven) dat in bas sleutel is evenwel veel verkiesselijker, vooral voor trombones en ophicleides. Rij cahier 1 is een bijvoegsel in G voor fluiten , bobo's saxophones in C en C klarinetten. Alles is zoodanig ingerigt dat een enkele leerling of verscheidene en zelfs allen gelijktijdig onderwijs kunnen genieten. De voordcelen hiervan springen natuurlijk aanstonds in het oog; de zuiverheid, ensemble spel en tijd winst, staan hiervan boven aan. De oefeningen zijn trapsgewijze , 1, 2 en 3 stemmig geschreven ; bovendien zijn voor alle instrumenten afzonderlijke aanwijzingen van applicatur en zijn bij ieder cahier de gamma's gevoegd. De methode is door din heer Duparl sedert 12 jaar toegepast, gewijzigd en verbeterd, alvorens hij ze door den druk bekend heeft gemaakt. In Frankrijk is zij leeds tamelijk algemeen ingevoerd, en ik twijfel niet of de heer Duparl heeft aan

kapelmeesters, die over weinig tijd te beschikken hebben en hoofdzakelijk met eerstbeginnenden te doen hebben , door de uitgave zijner methode eene wezenlijke dienst bewezen.

De methode is uitgegeveu te Parijs bij E. Girod, boulevard Montmartre 16. De uitgave is uitmuntend.

Maürice H&gejun.

BIIV* KIVL, A MIB » C 51E BËRIKTE1V.

EEN MUZIKAAL GESPREK. MET MIJN VRIEND LAURENS ').

soirees , markull , kirciwer , rieter-bjederjiann , dcnkler , van eyken , vondel , 11. j. van bree enz.

L. » Die vermaledijde soiree ! daar heb ik weer voor weken genoeg aan. Denk eens wat genot; de slotaria uit Lucie , het heldenstuk, waarin Edgar zich morsdood steekt, met het fraaije orchest-ritournel; nu ge kent het, dat gezongen door Marie B., getransponeerd voor hare altstem , dat gehuild door die altstem van Marie B. alsof zij dien violist wilde nabootsen , die laatst in het midden van zijn wijnroes zoo lief over den toets van zijn viool henengleed , alsof hij schaatsen reed. Het effect weet ge nog, hij noemde het poême d'amour, hoewel het bijster veel op den zang geleek van de poes van Tante Kee; en dat noemt men dan gevoel; ik meen altijd de dooide altstem van Marie B. gezongene aria: »o mon ange, o ma Lucie!" — Ge kent toch dien blinden clarinettist wel mei dat lieve dochtertje , die op 's heeren wegen in Amsterdam blaast en zoo vibreert dat de boomen er van schudden, die man blaast ook met gevoel. (Volgens 's mans eigene dochter).

R. Wel Laurens! wat draaf je weer door! Het is daarmede als met alle andere zaken. Alle hout is geen timmerhout. Zoo veel onderscheid er tusschen een degelijk concert en de verriglingen in een café chantant bestaat , zoo veel verschil is er ook in de muzijkuitvoeringen op de bijeenkomsten, die men soirees musicales noemt.

L. En waar de muzijk meestal alleen dient als begeleiding tot de praatjes van den dag der dames of lot de beursgesprekken der heeren of ook wel tot het vole declaré , solo of misère der kaartlief hebbers.

R. Niet onwaar, maar er zijn hier toch ook huizen waar de muzijksalon als een echte muzentempel wordt beschouwd en in eere gehouden , waar niet wordt kaart gespeeld , waar het gesnap van een lostongig toehoorder spoedig met het Papageno-lot zou worden beloond.

L. Dat zijn uitzonderingen mijn vriend. En hoe kan het anders? De muzijk, het onmisbaar deel van de beschaafde opvoeding, is dikwijls voor velen het eenige middel om te schitteren!! — Het is er soms na, want vooral op het punt van muzijk en ook nog op vele andere punten waant een ieder zijn uil een valk. Op vele dier bijeenkomsten , waar een ieder wat moet piesteren , waar men het zelfs onbeleefd vindt overgeslagen te worden , waar gastheer en gastvrouw niet ophouden te rekruteren , komen niet allen als talken voor den dag. De meeste hoorders weten dat al lang en daarom hebben die soirees bijster veel van den eflecteu-hoek op

4) Mijn vriend L. wilde alleen onder mijnen vlag varen, van daar de vorm van dit opstel. Welligt breng ik er den warmen muzijklief hebber toe, zijne gedachten zelf op 't papier Ie zetten en die den Redakteur der Caecilia aan te bieden. Dat het geen gefingeerde persoon is, lullen velen, die nero en zijne denkwijze kennen, wel ontwaren.