is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 23, 01-12-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mtrttljt, 1 Dwfmkr 1861.

3til)ti«nlrje 3aax$an#. Uo. 23.

ALGEMEEN MUZIKAAL TIJDSCHRIFT

VAN

NEDERLAND.

JSinncnïtind.tchc en lluitenlandscJic Correspondenten t

De HH. J. G. BASTIAANS, C. F. BECKER, J. C. BOERS, F. BRENDEL, FRANS COENEN, J. A. VAN EYKEN, G. J. VANEYKEN, GUST. FLÜGEL, ALBERT IIAHN, RICHARD HOL, J. C. LOBE, MATINO, PHILOKALES, A. G. R1TTER, WILHELMUS SMITS, ALOYS SCHMITT, J. WIEGAND en vele anderen, liedacteur: Dr. F. C. KIST.

De GE ABONNEER DEN zullen den eersten en vijftienden van iedere maand een nommer (minstens één vel druks) van dit Tijdschrift ontvangen. Afzonderlijke Nos. zijn niet verkrijgbaar.

Verhandelingen , Biographi'én, Beoordeelingen, Binnenlandse/ie en Buitenlandsche Berigten, Feuilleton en mededeeling van nieuw uitgekomen Muzijkwerlcen, zullen den inhoud van het Tijdschrift uitmalcen.

Men ABONNEERT zich bij eiken soliden Boek- en Muzijkbandelaar en aan alle Postkantoren tegen den prijs van: Geh. jaar / 6.00, franco per post ƒ7.00 Halfjaar. « 3.50, » » » 4.00

Advertmtiën worden geplaatst tegen 20 Cents de regel en 35 Cents zegelgeld.

Met uitzondering van de gewone Correspondenten zij de inzending franco onder adres van de Uitgevers of van den Boekh. J. Noordendorp te Amsterdam.

V£RHANDELI9rC}£9r.

BEETHOVEN'S LAATSTE QUARTETTEN. Door F. F. Wibeb. [Veroolg van pag. 198).

Het eerste gedeelte iaat in zijnen stroom niets onderscheiden, dat bevreemding zou kunnen verwekken; daarentegen laat het tweede reeds een verschijnsel zien , dat ons als opvallend te geraoet Ireedt. Het is nAllegro vivace," en daarin verstijft de toonstroom twee maal tot eene Fermate. Ecne en dezelfde harmonie duurt op deze beide plaatsen vier malen achtereen voort, en in de vijfde staat dan nog eene Fermate. Hene Fermate is niets opvallends, maar hier vertoont zij zich als iets geheel anders, dan elders gewoonlijk het geval is. Anders beteekent zij een hoogtepunt, waarop de vinding hare vleugelen laat zakken , om eene korte rust te nemen , en de oude , door de Fermate niet afgebrokene vlugt voort te zetten ; maar bier is zij veeleer te vergelijken met eene verstijving van den toonstroom en heeft voor mijn oor eene regtvaardiging noodig. Het gedeelte loopt ook op geheel dezelfde wijze af als eene bron, die zich in hel zand verliest. — Daarop volgt het »Allegro moderato", dat na weinige maten tot een ^Adagio" wordt, — dat na weinige maten eveneens, maar in eene zigtbare verzameling tot sterkte, met eene dominant-septimen-harmonie eindigt en nu in het volgende deel overgaat. En wat beteekenen de toonfiguren, waarmede het deel begint? Niet het minste, en er ontstaat ook niet anders uit — dan een Adagio.

Het volgende ^Andante" is in zijne groote, innerlijke verdeeling reeds aangeroerd; slechts komt het ook hier voor, dat de toonstroom twee maal eene gelijke neiging tot verstijven laat zien, als vroeger in het »4llegro vivace." Dit geschiedt na het »Adagio semplice " voor het )>Allegretto " en dan in dit zelf.

Het vijfde deel is nPresto." Ook hier ontmoeten wij weder heizelfde verschijnsel. Het is geen verstijven van den muzijkalen stroom te noemen, maar ook hier is de neiging om af te breken, te vertoeven, op te merken De pizzicato-plaatsen en de plaatsen, waarboven npoco adagio" en npoco piu adagio" geschreven is, geven daarvan getuigenis. Het korte, zesde deel biedt in zijn inwendige niets dal bevreemdt. Het laatste deel is rijk en zeer belangrijk. Het laatste allegro — en dit is daarin het meest in het oog loopend — breekt zeer plotseling in het ^fortissimo" af en verandert zich tot een npiano," dat in meer dan een opzigt onverklaarbaar schijnt. De zaak zelve verrast, maar het verdere verloop nog meer, want in dit npiano" treedt eene phrase op, die in haar karakter van het voorgaande afwijkt; zij beslaat vier geheele maten en eindigt in lange noten, waarbij nog een nlïitenuto" gevoegd is. Zij beweegt zich over twee harmoniën, in welke, behalve haar, de overige rntizijk klinkt. En dit is nog niet genoeg , — deze toonfiguur herhaalt zich viermaal onveranderd; en de geheel rustende toonstroom beweegt zich dan door gedragene harmoniën van lieverlede tot zijn vroegeren inhoud en zijne vroegere bewogen stemming des gemoeds. Dit verschijnsel herhaalt zich in het laatste gedeelte twee maal.

Wij zien alzoo ook hier de bewogen stemrnjBg_xich tot