is toegevoegd aan je favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

die opdracht werd 8, 9 en 10 Aug. '14 voldaan en verschillende aangelegenheden aanstonds ter plaatse geregeld. Uit bespreking met den algemeen intendant bleek dit overleg met de hoofdintendance van het Leger zeer gewenscht was, hetgeen schriftelijk zeer tijdroovend en mondeling zeer bezwaarlijk was, aangezien de algemeen intendant zich moeilijk van zijn standplaats kon verwijderen.

De hiervoren aangeduide bezwaren maakten meermalen een onderwerp van bespreking uit tusschen den Chef van den Marine-Staf, den Secretaris-Generaal en den Hoofdinspecteur van adm. Eerstgenoemde erkende al spoedig, dat de bestaande toestand verkeerd was. Laatstgenoemde gaf omstreeks Oct. '14 uitdrukkelijk te kennen, dat hij met het oog op de behandeling van zaken bij het Departement een spoedige verandering in den bestaanden toestand zeer gewenscht achtte en opperde het denkbeeld, aan den Hoofdinspecteur van admistratie op te dragen de betrekking van „hoofdintendant der zeemacht' en diens werkzaamheden zoodanig te regelen, dat bij het departement de behandeling van intendance-zaken, waarbij verschillende afdeelingen betrokken waren, meer zou komen in één hand, met dien verstande echter, dat daarbij de Secretaris-Generaal in geen enkel opzicht uitgeschakeld zoude worden. Met dit denkbeeld vereenigde zich de Chef van den Marine-Staf en het vond ook instemming bij den Minister van Marine en bij den Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht.

Als het gevolg hiervan werd dd. 16 Oct. '14 S/B No. 55 door den Minister een voordracht aan de Koningin ingediend, strekkende om aan den Hoofdinspecteur van administratie, geplaatst bij het Departement van Marine, de betrekking van Hoofdintendant der Zeemacht op te dragen.

In verband en als gevolg van deze regeling, ging een deel der werkzaamheden, tot dusver opgedragen aan den inspecteur van administratie te Amsterdam, over op den Hoofdintendant en verviel daarbij de titel van „algemeen intendant der zeemacht".

Bij Min. Res. van 20 Oct. '14, S/B. No. 28, werd o.m. vastgesteld:

le. Een instructie voor den Hoofdintendant der marine.

2e. Eenige wijzigingen in de bestaande instructie voor de intendanten, verband houdende met het vervallen der betrekking van „algemeen intendant" en hunne verhouding tot den Hoofdintendant.

Met dien datum kwam de bestaande instructie voor den Hoofdinspecteur van administratie vanzelf te vervallen.

Tot volledig begrip van de organisatie van den marine-intendancedienst gedurende het grootste gedeelde der mobilisatieperiode, zijn als bijl. 5, 6, 7, 8, resp. opgenomen de instructie van den H.-L: de

84