is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

De regeering, die thans over de vlootplannen een snelle beslissing zal hebben te nemen, weet dat natuurlijk zeer goed.. Wij zien haar beslissing met vertrouwen tegemoet.

Moe men de kiiigbhnndige inzichten mn de huidige iMatine êettliidt

SLAGKRUISERS VOOR ONZE VLOOT Beschouwingen van gep. vice-admiraal Mr. J. C. Jager

Uit de Maasbode van 13 Dec. 1939:

In het „Utrechtsch Nieuwsblad van" 11 en 18 November j.1.*) trekt de oud-chef van den Marinestaf, vice-admiraal b.d. mr. J. C. Jager, wederom op felle en weinig waardige wijze te velde tegen het door hem bij de regeering veronderstelde plan om over te gaan tot den bouw van slagkruisers, d.w.z. van zware artillerie-schepen.

De tendenz van mr. Jager's betoog blijkt al dadelijk uit den kop van het eerste artikel, luidende: „Wie zijn de promotors van den slagkruiserbouw", met als ondertitel: „In zekere kringen neemt men aan: de Minister van Economische Zaken, die achter' zich de groote scheepsbouwmaatschappijen van Rotterdam, Amsterdam en Vlissingen heeft staan".

In het artikel zelve wordt deze aantijging eenigszins nader toegelicht, doordat er beweerd wordt dat allerlei onderdeden van die schepen, zooals zware kanonnen, pantserplaten e.d. uit Duitschland moeten komen, waardoor dat land over voldoende deviezen zou komen te beschikken om onze landbouw- en tuinbouwproducten te betalen.

Het is toch wel bedenkelijk, dat een man van de positie en vooral de gewezen positie van mr. Jager, tot dergelijke insinuaties jegens de regeering zijn toevlucht moet nemen, om zijn stokpaardje van luchtmacht en geen zeemacht te kunnen berijden. Is zulks in gewone tijden al strijdig met het landsbelang, in deze periodes van spanning, waarin de eenheid van het land vóór alles gaat, is zulks bepaald ontoelaatbaar. Heel anders is dan het artikel van mr. A. C. Wiessing, oud-lid van den Volksraad, in hetzelfde blad van 22 November, die een betoog tegen de slagkruisers tracht te leveren, op grond van zakelijke overwegingen, welke wij in een volgend artikel nader zullen beschouwen.

Terugkeerende tot het artikel van mr. Jager, constateeren wij, dat door den schr. geen enkel zakelijk argument genoemd wordt, waarbij hij wellicht uitgaat van de wel juiste opvatting, dat zijne dwaalleeren terzake voldoende bij den lezerskring bekend zijn. Maar dat geeft hem nog niet het recht, de zaken geheel anders voor te stellen, dan zij inderdaad geloopen zijn en daarbij de tegenwoordige leiders van onze maritieme politiek in een verkeerd daglicht te stellen.

Schr. betoogt, dat de quaestie van de slagkruisers wel spoedig in de Volksvertegenwoordiging zal worden ter sprake gebracht en zegt dan: „In afwachting daarvan is er thans wel aanleiding eens na te gaan. hoe het mogelijk was, dat die slagkruisers

*) De belangstellenden in deze lectuur verwijzen wij naar de December-afl. 1939 van het /epertijdschrift „'Het Indisch Militair Tijdschrift", welk periodiek uitsluitend en volledig alle artikelen overneemt, welke tegen de versterking der Marine met kapitale schepen zijn gericht! (Red.)

154