is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De levensmiddelenvoorziening, enz.

De munitieschepen werden allen buiten dienst gesteld, terwijl van de kolenschepen slechts die in bedrijf bleven, welke bestemd waren ter voorziening van de torpedovloot. Ze kregen ligging op diverse reeden. Van de hospitaalschepen bleef in de Noordzee slechts één bedrijfsklaar, hetwelk onder de vlag van het eskader kwam.

De overige tot den tros behoord hebbende schepen, werden over de vloot verdeeld en kwamen t.a.v. „verplegingsaangelegenheden" onder het commando van den commandant van het „Werkstattenschiff", hetwelk ligplaats kreeg aan den Boven-Elbe.

Ad. II. Voorziening der Oostzee-vloot

In dit bestek vallen tot 1915 over deze aangelegenheid geen bijzonderheden te vermelden. Aangeteekend zij, dat voor groote vlootondernemingen, als het optreden tegen de Baltische Eilanden, alsmede tegen Finland, telkenmale trossen geformeerd werden.

Na Mei 1915 zijn de voorzieningen vermeldenswaard, omdat daarmede die voor het leger gecombineerd werden en de successen in het Oosten voor een belangrijk gedeelte behaald konden worden, dank zij de toen gestichte „zee-etappenlijn".

De oorzaak tot het inrichten hiervan, was het onvoldoende en uitermate kwetsbaar zijn van de toevoerwegen van de legerafdeeling „Lauenstein", toen deze verder voortrukte na de inneming van Libau, als gevolg van een gemeenschappelijke actie van leger en vloot.

In verband met een en ander richtte de „Feldeisenbahnchef des Oberbefehlshabers Ost" een desbetreffend verzoek tot de „Seetransportabteilung" v.n., die de zaak onmiddellijk zeer energiek ter hand nam.

Bij het verder voortdringen van het Njemen-leger onder Generaal Otto von Bülow en het bezetten van grootere vijandelijke gebieden, werden de eischen, aan dezen aan- en afvoerdienst gesteld, steeds hooger, zoodat het onmogelijk bleek, het bedrijf vanuit Berlijn te blijven leiden.

Uit dien hoofde ging men over tot het instellen van een afdeeling .watertransporten" in Libau, onder leiding van een marine-officier. In Memel, Königsberg en Stettin werden agentschappen opgericht. Teneinde eenig idee te krijgen van den omvang van het bedrijf, zij vermeld, dat maandelijks 40.000 tot 50.000 ton verscheept werden; de transportvloot bestond uit 52 schepen.

Uiteraard werden de verschillende transporten steeds geconvoyeerd, waarbij in het bijzonder van de diensten der hulpkruisers gebruik gemaakt werd 1S).

w) Later werd het arbeidsveld van de , Schiffahrtabteilung" aanmerkelijk uitgebreid onder leiding van den „Feldeisenbahnchef", door deze te betrekken in de verzorging

227