is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De levensmiddelenvoorziening, enz.

beleg verklaarde grondgebied te ontzeggen en daaruit te verwijderen, of, indien de mogelijkheid daartoe niet bestaat, hen in bewaring te stellen.

Art. 73 der Onteigeningswet van 28 Augustus 1851, Stbl. no. 125, maakt het mogelijk o.m., dat voorraden in beslag genomen worden op last van de hoogste militaire autoriteit ter plaatse.

Art. 32 en 33 van de Inkwartieringswet van 14 Sept. 1866, Stbl. 138, zooals deze wet sindsdien herhaaldelijk is gewijzigd en aangevuld.

Art. 32 luidt:

„Naarmate van de behoeften van Onze legers en verdedigingswerken, waarin niet op een andere wijze voorzien is, rust in geval Ivan oorlog of oorlogsgevaar op de gemeenten en de inwoners de „verplichting tot het doen van leveranties van allerlei aard, ten behoeve „van den krijgsdienst. Deze verplichting bestaat alsdan ook ten aan„zien van paarden, rund- en ander vee, enz.'

Art. 33.

„Ingeval van oorlog of oorlogsgevaar kan aan den opperbevelhebber van het veldleger, doch alleen voor zoover betreft de landstreek, waar dat leger of afdeelingen daarvan zich bevinden, alsmede „aan den opperbevelhebber eener in staat van oorlog of beleg ver„keerende linie, vesting of sterkte, doch alleen voor zooverre betreft „de landstreek, waarover de staat van oorlog of beleg zich uitstrekt, „machtiging verleend worden, om op zoodanige wijze in de behoefte „aan inkwartiering, onderhoud, transporten en leveranties van allerlei „aard (ook aan paarden, rund- en ander vee) te voorzien of door zijn „ondergeschikten te doen voorzien, als hem, op zijn verantwoordelijkheid, het meest geraden voorkomt, hetzij door het benoodigde, na ,,een voorafgaande vordering van zijnentwege te doen verstrekken of "in dringende omstandigheden, zonder voorafgaande vordering in ".gebruik of eigendom te doen nemen, hetzij door goedkeuring van "hetgeen te dien opzichte, zonder zijn last, in het belang van den „krijgsdienst is verricht."

Verder vestigen we nog de aandacht op de art. 11 en 13—35 van het Inkwartieringsbesluit 1892.

BIJLAGE 4.

Op 31 Juli 1914, nadat door de zorg van den Marine-Staf verschillende telegrammen en brieven betreffende de opening van een crediet bij de Nederlandsche Bank verzonden waren, werd door den hoofdinspecteur van adm. op verzoek van den Chef Marine-Staf bij

235