is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

maken. Wanneer een Staat in zijn buitenlandsche politiek een bepaald doel nastreeft, kan men de verhouding tusschen het belang, dat hij er bij heeft om dat doel te bereiken, de macht, die hij daartoe inzet en het recht, dat ik liefst zie als de op gelijkwaardigheid steunende ordening zijner verhoudingen tot andere Staten, op eenvoudige wijze aldus teekenen:

belang is drijfveer,

macht is middel,

recht is maatstaf, die aantoont of en in hoever het motief en het gebruik van het middel in de samenleving der Staten als oorbaar worden erkend.

Deze voorstelling is, naar het mij voorkomt, voor zooveel betreft het neutraliteitsrecht en zelfs voor het oorlogsrecht, dat er zoo nauw mede samenhangt, bruikbaar.

Bij het aanleggen van de maatstaf moeten standaard-maten worden gekend: de rechtsbeginselen en rechtsnormen. Heel zuiver zijn deze standaard-maten niet en gemakkelijk te hanteeren zijn ze ook niet, maar we moeten het er mee doen. Eén ding moet ons vooral duidelijk zijn: als standaardmaten zijn niet bruikbaar, belang en macht.

Rechtmatigheid wordt niet verkregen door afmeting van belang tegen belang, evenmin als door die van belang tegen macht of van macht tegen macht. Ik wil daarmede niet zeggen, dat zoodanige afmeting of afweging niet nuttig kan zijn, maar ter bepaling van wat recht is en wat niet, kan ze niet dienen. En toch wordt dat zoo dikwijls gedaan met name op het gebied van de neutraliteit. Het is verklaarbaar, maar het is verkeerd.

Verklaarbaar, omdat de opvatting, die omtrent het wezen van het recht veelal is en wordt verkondigd daartoe aanleiding geeft. Die opvatting weeft de begrippen belang en macht zoodanig met het begrip recht samen, dat foute en zelfs valsche meting menigmaal niet dadelijk in het oog valt. Velen toch verstaan onder recht niet anders, dan het geheel van in een samenleving geldende regels ter beveiliging van zekere belangen, welker naleving door machtsmiddelen wordt afgedwongen.

Verkeerd, omdat die opvatting er toe leidt, om compromissen tusschen partijen, die tegenstrijdige belangen voorstaan en wederzijds ofwel eenzijdig alle oorbare en niet-oorbare middelen inzetten om een regeling in hun voordeel te verkrijgen, als rechtsregeling te aanvaarden, terwijl ze in werkelijkheid niet anders zijn dan uit krachtmeting ontstane en daarna gestolde verhoudingen.

Alzoo bekeken is met name het neutraliteitsrecht niet van hoog gehalte. Over het karakter van dat recht bestaat weinig verschil van

310