is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

In den dienst toonde de model-luitenant grooten moed en tact. Als piepjong officier dempte hij met onverschrokkenheid een ernstige muiterij zonder bloed te vergieten7). Zijn schip was onder hem, als eerste officier, het eerst uitgerust en om door een ringetje te halen. Waar hij een janboel vond, schiep hij in een ommezien discipline en een goeden geest, en was hij belast met een opleiding, dan leverde hij keur-artilleristen en uitstekende kweekelingen af8).

Geen wonder, dat zijn oud-chef Van Kinsbergen den jongen overste koos tot zijn adjudant-generaal.

Door die functie kwam hij veel in contact met het Prinselijk Hof en hij toonde zich, echt naar zijn aard een toegewijd dienaar van den Prins, hoewel hij verre van blind was voor de zwakheid der omgeving van den stadhouder. Hij was het, die ondanks onoverkomelijke moeilijkheden alles in het werk stelde om den Prins te Scheveningen enkele fregatten ter beschikking te stellen, maar het even onderbroken vriesweer kwam sneller terug dan beslissingen ten Hove konden worden genomen en zoo verlieten de Prins en zijn gevolg het vaderland op visscherspinken, door Verhuell uitgerust.

Diep ontroerd nam hij op het Scheveningsche strand afscheid van zijn kapitein-admiraal, maar wel overtuigd, dat veel anders en beter had kunnen zijn, als van de Oranjepartij meer kracht was uitgegaan en eeuwige verdeeldheid niet haar kenmerk was geweest.

Toch veroorzaakte dit inzicht geen conflict in het gemoed van den soldaat Verhuell. Hij verliet als overtuigd oranjeklant den dienst, na voor zijn gevangen genomen chef Van Kinsbergen met kracht en succes in de bres te zijn gesprongen.

Als patriarchaal heereboer maakte hij zich daarna bij de Geldersche plattelanders weldra even populair als bij het scheepsvolk, maar de geboren zeeman kon zijn oude vak niet vergeten. Ondanks de groote waarschijnlijkheid, dat hij nooit meer zou varen, hield hij de studie der zeevaart- en zeekrijgskundige wetenschappen bij en verdiepte zijn kennis.

Hij liet evenmin de zaak van Oranje los. Zoolang de dynastie nog een kans had op herstel, zat hij op het vinketouw, bepaald tegen beter weten in, want hij geloofde niet in het nut van terugkeer tot het versleten systeem der Unie van Utrecht, terwijl bovendien de atavistische afkeer van den zeeman zijner dagen van de arrogante Engelsche heerschzucht ter zee, hem in den Brit niet den waren helper deed zien.

Niettemin, hij lag onder den eed aan den stadhouder en daarom leende hij het oor aan de conspirateurs, die in 1798 den tijd voor een omwenteling gekomen achtten, welke de Bourbons in Frankrijk en de Prins in Nederland zou restaureeren. Wel nam hij in het vol-

346