is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

oorlogsschepen is aldaar een belangrijk detachement mariniers gestationneerd, waarover in een der volgende radio-toespraken de Kolonel, chef van het Korps, ongetwijfeld het noodige zal vertellen. Ik doe hier dus verder maar het zwijgen toe, hetgeen geenszins wil zeggen, dat de verdediging van de West de Marine minder na aan het hart zou liggen dan die van Oost-Indië en van het moederland aan de zeezijde. Wat dit laatste betreft, hierover zal ik evenmin verder spreken, om het gras niet weg te maaien voor de voeten van andere sprekers als van den Kolonel Hekking, die den mijnendienst in Nederland en van den Overste Hetterschij, die de Marinekustwacht aan onze kusten op een der volgende Zondagen zal behandelen.

Tenslotte wil ik alleen nog dit opmerken. In deze tijden van onrust in Europa dreigt voor Nederland het gevaar, dat de aandacht zóó door de gebeurtenissen in dit werelddeel wordt in beslag genomen, dat men dat deel van ons Rijk, dat overzee ligt, vergeet.

Dit gevaar moet worden afgewend. Het ongerept voortbestaan van den band van Nederland met de Indiën is van te groot belang voor de bestaansmogelijkheid van het Nederlandsche Volk in de toekomst, dan dat de beveiliging van de belangrijke gebieden overzee een oogenblik uit de gedachten mag gaan.

Als na de donkere periode, die wij hier doormaken, de zon weer mag doorbreken, moeten de maatregelen, die noodig zijn om onze overzeesche gebieden te beveiligen, reeds genomen zijn. Slechts dan kunnen wij nog bijtijds gereed zijn, slechts dan staan wij vrij en sterk, ook in het ongunstigste geval, wanneer door de repercussie van het gebeuren in Europa op de algemeene constellatie, getracht zou worden, eischen op economisch of op politiek gebied aan ons te stellen.

Het zou struisvogelpolitiek zijn de oogen te sluiten voor symptomen eener mentaliteitsverandering als blijkt uit artikelen, als dat van den Franschen Professor Bousquet, die in het bekende tijdschrift „Pacific Affairs" van December 1939 niet meer of minder durft te schrijven, dan dat de kosten — der verdediging van NederlandschIndië door de Britsche en Fransche vloten — in rekening gebracht moeten worden aan de Nederlanden en c.q. voldaan door middel van compensatie op koloniaal gebied. Wij willen den Professor ernstig opmerken, dat niet de Britsche en Fransche vloten, maar de Nederlandsche vloot Nederlandsch-Indië zal verdedigen en dat er dus van „compensaties" geen sprake zal kunnen zijn. Wij zullen zelf onze eigen moeilijkheden oplossen, we zullen zelf ons vaderlijk erfdeel beschermen, hier en overzee, getrouw aan het devies van ons geëerbiedigd Koningshuis: „Ik zal handhaven".

370