is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De imperiale taak der Kon. Mar. en het vraagstuk der vlootversterking

om ons te kunnen overweldigen, voorts omdat hij talrijke punten moet beschermen. Bij wijze van spreken moet hij bij ieder convooi één a twee slagschepen voegen. Maar vóór hij hiertoe overgaat, zal hij zich ernstig moeten afvragen of onttrekken van deze schepen aan zijn hoofdmacht wel politiek en militair verantwoord is. Het antwoord zal praktisch altijd ontkennend zijn, omdat het op een dusdanige wijze verzwakken van de slagvloot in eigen wateren, onaanvaardbare risico's voor hem schept. Men vergete hierbij niet, dat zelfs de grootste mogendheden over slechts weinig slagschepen beschikken. Afgezien van den nieuwbouw heeft Amerika er thans 15 en Japan 9! Stel eens, dat de agressor deze hoofdmacht in twee gedeelten wilde splitsen, zou dan deze verdeelde hoofdmacht niet het lokaas zijn voor een andere Pacific-Mogendheid om haar kans te wagen? Het is de strategisch meest-uitgezochte gelegenheid den vijand verdeeld te slaan! Daar onze slagkruisers 's vijands zware kruisers uitrangeeren, en het zenden van slagschepen voor hem practisch nimmer mogelijk zal zijn, volgt hieruit, dat inderdaad de aanbouw van slagkruisers het middel is, om een zoodanige preventie te verkrijgen, dat Indië veilig wordt gesteld.

M. de V., hoewel ik met het voorafgaande mijn zwaarste argument ter tafel heb gebracht, zij het mij vergund het vraagstuk nog van een andere zijde te belichten.

Men zou zich b.v. de vraag kunnen stellen, of de vlootversterking niet op een andere wijze zou kunnen worden verkregen. Ik noem:

le. belangrijke uitbreiding van het aantal vliegtuigen;

2e. idem van het aantal onderzeebooten;

3e. idem van het aantal torpedomotorbooten;

4e. idem van het aantal kruisers;

5e. verdubbeling der huidige vloot.

Het bovenstaande zou kunnen leiden tot interessante en tevens uitgebreide krijgskundige beschouwingen. Ik zal U hier thans niet mee vermoeien, maar dit alles toetsen aan de drie elementen: preventieve werking, slagkracht en „uithoudingsvermogen".

Na afbouw van de huidige vloot bezitten wij hier in Indië een zoodanig aantal vliegtuigen, onderzeebooten en torpedomotorbooten, dat een vijand reeds voortdurend met aanvallen van deze eenheden moet rekening houden. Hiervoor heeft hij, laat ons zeggen, per convooi een bepaald aantal eenheden noodig, bestaande uit kruisers, torpedobootjagers, vliegtuigen c.q. ander licht materieel. Dit aantal moet voldoende zijn voor het pareeren van aanvallen. Opvoeren van het aantal onderzeebooten, vliegtuigen, T.M.-booten maakt, dat de vijand veelvuldiger zijn afweer in actie moet laten komen ....

379