is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

en haar werking, wanneer hieraan eenmaal slagkruisers zullen zijn toegevoegd.

Van de vlootbasis hoorden we echter weinig. Hij moge mij veroorloven op dit punt zijn betoog eenige aanvulling te geven. Juist ten aanzien van de vlootbasis bestaan immers nog tal van vooropgezette ideeën, resteerend van vlootplannen en basisdiscussies uit vroeger en later jaren.

Wat echter waar was in 1910, behoeft niet altijd juist te zijn in 1940.

Een der meest verbreide denkbeelden is wel, dat Soerabaja in het algemeen reeds minder geschikt zou zijn voor vlootbasis en totaal ongeschikt voor basis van groot marine-materieel. Tg. Priok zou daartoe o.m. veel meer aangewezen zijn; ook om „strategische redenen".

Wanneer men de historie der opeenvolgende basisplannen, welke beurtelings West- en Oost-Java aanwezen, vergelijkt met de historie der feiten, komt men tot een zeer merkwaardig resultaat.

We kunnen deze beide histories te beter vergelijken, omdat de marine van oudsher en tot ongeveer 1900 een vlootsteunpunt in WestJava, zoowel als in Oost-Java bezat, nl. Onrust-Batavia en Soerabaja. In de plannen reisde de vlootbasis een eeuw lang mede over Java met de centrale reduits en regeeringszetels, zooals men zich die bij een aanval op Java dacht.

De historie der feiten toont een geheel ander beeld. Vaak in tegenphase met de plannen valt nu eens de nadruk op de basis in WestJava, dan weer op die in Oost-Java en zulks niet uit een soort contramine-geest van de marine, maar eenvoudig, omdat de realiteit der vloot- en legerdislocatie geheel andere eischen stelde dan de theorie der defensiestelsels van Java. Nauwelijks was b.v. in 1844 de basisdefensie van Onrust-Batavia gereed of de door den Koning naar Indië gezonden Generaal von Gagern sprak de banvloek uit over dit steunpunt in W.-Java. Niet alleen, betoogde hij, was Onrust niet vanaf den wal te verdedigen, doch bovendien zou immers het leger zich uiteindelijk concentreeren in een reduit beoosten het midden van Java. Hoewel de defensie verder werd verwaarloosd, bleef Onrust als vlootsteunpunt, wat betreft outillage, gehandhaafd. Het steeg daarbij aanmerkelijk in belang sinds de Atjeh-blokkade de vloot aan den West-Archipel bond. Voor de vloot bij Atjeh's kusten lagen uiteraard de voorraden en reparatiegelegenheid in West-Java dichter bij de hand dan die in Oost-Java, vooral voor de langzame schepen van dien tijd. Niet „Onrust", doch Soerabaja raakte deswege op het tweede plan, althans als operatiebasis.

In 1892 maakte een gemengde staatscommissie uit, dat het leger zijn strategisch reduit zou moeten krijgen in West-Java, waar ook de

390