is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

gegroeid, dat de onderlinge handelsbetrekkingen voor beide slechts een klein deel van de interessensfeer bestrijken. Het is duidelijk, dat de op autarkie berustende gedachte eener Tolunie daardoor veel minder zin heeft.

Door die eigenaardige proportioneele wanverhouding kan Nederland op de Nederlandsche markt weinig meer voor Indië doen dan reeds geschiedt, doch omgekeerd biedt de Ned.-Indische markt zonder twijfel verschiet voor de Nederlandsche industrie, wanneer aan Nederland niet de gelegenheid benomen, doch deze veeleer vergroot wordt.

Wanneer men het vraagstuk echter ruimer stelt, openen zich voor de economische samenwerking tusschen Nederland en Ned.-Indië perspectieven op nog geheel ander terrein dan die, ter sprake gebracht in de richtlijnen. Voor Ned.-Indië hangen de imperiale belangen en desiderata samen met de consolideering van den afzet. Dat leidt tot beschouwingen, die de verdiensten of de tekortkomingen van het koloniaal kapitaal en van de commercieele outilleering van Indië in debat brengen, en die voor Nederland den aard en de richting van de industrieele expansie aan de orde stellen.

Mijn doel is echter slechts geweest het betoog van den geachten inleider door eenige economische beschouwingen te accentueeren en den rechtsgrond ervan te verstevigen, aangezien in het bijzonder door het sterke economische defensief van Ned.-Indië en zijn imperiale economische politiek der laatste jaren de noodzaak van een krachtige Zeemacht, in staat om eventueel anders dan regionaal ingezet te worden, nog meer naar voren springt.

Ik heb gezegd.

Luitenant ter zee der lste kasse A. J. Bussemaker. Mijnheer de Voorzitter, Mijne Heeren,

Bij het samenstellen van deze lezing, stelde ik mij ten doel, om het slagkruiservraagstuk slechts in groote lijnen te behandelen. Ik behandelde de vraagstukken op practisch terrein, welke met het slagkruiserplan samenhingen, niet. Ik moet U eerlijk bekennen, dat ik hierbij de hoop koesterde, dat wellicht anderen mij deze taak zouden verlichten. Welnu, ik ben niet teleurgesteld; alle betoogen van de debaters zijn even zoovele aanvullingen, terwijl zij tevens mijn stellingen zeer krachtig ondersteunen. Ik ben hen hier zeer dankbaar voor!

Den Schout-bij-Nacht Stöve zij hier medegedeeld, dat ik er zeer gevoelig voor ben, dat hij wel aan de gedachtenwisseling heeft willen deelnemen. Schout-bij-Nacht, wij weten, dat Uw oordeel gebaseerd is op diepgaande studie; — ik zelf mocht mij korten tijd onder Uw leer-

398