is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Marinebegrooting

van de inzichten kan spr. thans om redenen van internationalen aard niet noemen.

Een absoluut pacifisme is nooit spr.'s standpunt geweest; wel vervanging van de nationale verdediging door een stelsel van collectieve veiligheid. Niet alleen de ontwapenaars zien slechts daarin een mogelijkheid tot het redden van de wereld.

Het stemmen tegen dit begrootingshoofdstuk heeft spr., het laatst als eenling, volgehouden tot Februari 1939. Er waren bij spr. toen ook financieele bedenkingen. Zijn vroegere opvattingen acht spr. niet onjuist. Bij democratische staatsinstellingen is vrijheid van inzicht een belangrijk ding. Doch wat spr. reeds 15 jaar geleden vreesde, een totalitaire oorlog, is dat een sprookje gebleken? Het is niet de schuld van spr. c.s., dat men in ons land met allerlei maatregelen laat is. Vele vrijz. democraten wezen steeds op de financieele bezwaren. Spr. beroept zich ook op „Kerk en Vrede". Maar er zijn andere levensbeschouwingen opgekomen, welke niet langs ons heen gaan.

Tegen zoo groote bedreiging van oude vrijheid en vernietiging van geestelijke waarden is verdediging geboden. Men mag dit verschijnsel niet ontwijken. Ruimte laten voor bruut geweld beteekent oorlog in permanentie.

Spr. is geen bekeerling. Het aanbevelen van collectieve verdediging tegen agressie heeft steeds op gelijken grondslag berust. Spr. wijst op verschillende gebeurtenissen in de wereld, in verband met het wezen van den Volkenbond. Men bedenke eens, hoeveel goeds er dienaangaande verspeeld is. Het sanctie-stelsel is thans geheel geschorst, en daarmede is de neutraliteit herleefd. Spr. herinnert aan het op 9 Augustus 1939 — toen de oorlog nog niet onvermijdelijk scheen — door hem bij de wijziging der dienstplichtwet in deze Kamer gesprokene.

Dan was er verleden jaar nog het financieel bezwaar, dat spr. toen tegen de begrooting deed stemmen. Dit is thans anders, in oorlogstijd zal men zelfs geneigd zijn, de financieele grens nog verder te verleggen. Spr. wijst op de ervaringen betreffende Tsjechoslowakije en andere kleine staten. De regeering heeft meer dan eens toegegeven, dat het ondenkbaar ware, dat wij alleen zouden blijven staan. De gebeurtenissen schenen weldra dit tot een illusie te zullen maken. Zoo werd het aspect in Februari 1939 bij de behandeling van dit begrootingshoofdstuk. Spr. respecteert elk inzicht op het nationaal belang, doch spr. vraagt hetzelfde te zijnen opzichte, en daar heeft het bij sommige Kamerleden wel eens aan ontbroken. Spr. verwijst naar het voorloopig verslag.

De situatie in Europa is nu grondig veranderd. In Maart 1939 ging Engeland over tot een nieuwe politiek, toen het aan drie landen bijstand toezegde. Dit heeft geleid tot onze zelfstandigheidspolitiek. Dezelfde overwegingen gelden voor België. Spr. moet dus den vroeger beganen weg verlaten.

De Minister van Defensie aan het woord

De Minister van Defensie, de heer Dijxhootn.

Spr. sluit zich van ganscher harte aan bij de gesproken waardeerende woorden. Met deernis denkt spr. aan hen, die in dienst van het vaderland zijn gevallen. Spr. denkt in het bijzonder met weemoed aan hen, die aan boord van de „O 11" den dood hebben gevonden en aan de nagelaten betrekkingen.

Spr. dankt voor de waardeering voor zijn beleid en is verheugd voor de zoo verdiende hulde aan dr. van Dijk gebracht.

Viel ten aanzien van de weermacht een groote achterstand in te halen, dit is mogelijk geweest, daar wij zes maanden daartoe de gelegenheid hebben gehad.

Een weermacht stampt men nu eenmaal niet uit den grond en vele in het buitenland geplaatste orders konden niet worden uitgevoerd. Hiermede dient ernstig rekening te worden gehouden. Van een goede weermacht kan een groote preventieve werking uitgaan. De schietoefeningen hebben de volle aandacht van de leger-

439