is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Marinebegrooting

Er moet coördineerend tusschen land-, zee- en luchtmacht worden gewerkt. Spr. vertrouwt, dat het defensie-stelsel in evenwicht zal zijn.

De Minister van Koloniën, de heer Weiier, acht zich niet competent een oordeel uit te spreken over het denkbeeld van den heer Bajetto om het aantal bommenwerpers te beperken en luchtkruisers aan te schaffen. Echter: het luchtwapen is zeer veranderlijk.

Onder de propaganda was er een, blijkens de mededeeling van den heer Bajetto, die zeide dat bommenwerpers geruischloos waren binnengebracht. Dit is echter onmogelijk.

De opmerkingen van de heeren Stokvis en van Poll over de slagkruisers gingen in dezelfde richting. Aan hun opmerkingen zal de noodige aandacht worden geschonken bij de voorbereiding van het ontwerp. De heer de Marchant et dAnsembourg vergist zich: uitbreiding van de vloot ressorteert onder den minister van defensie. Spr. is slechts voor een tiende verantwoordelijk. De heer De Visser is er niet in geslaagd de regeering van haar voornemen af te brengen. (Gelach).

De regeering heeft reeds verklaard, dat zij erkent, dat deze zaak spoedeischend is. Spr. verwijst hiervoor naar het antwoord op de vragen van het Eerste Kamerlid prof. De Savornin Lohman, ook ten aanzien van het hooren van een Volksraad,

Het hoofdstuk wordt z. h. s. aangenomen met de communisten en C. D. U. tegen. Z. h. s. en zonder debat worden de overige hoofdstukken aangenomen.

Gmi&ickt EeUte Kam&i

DE VERDEDIGING VAN CURACAO EN SURINAME Vergadering van Dinsdagavond 6 Februari

Uit de N. Rott. Crt. :

Jhr. De Savornin Lohman heek pas de West bezocht. Hij heeft met eigen oogen gezien, dat aan de verdediging van Curacao en Suriname wel iets hapert. Dit beseft ook minister Weiter, in het bijzonder voorzoover het Curacao met Aruba en Bonaire betreft. De minister heeft dan ook niet stil gezeten; nog kortgeleden is voor rekening van het moederland twee millioen besteed voor kustbatterijen op Curacao en Aruba. En tevens heeft hij op 6 December aan het Tweede-Kamerlid Van Poll, die verdere uitgaven voorzag, ronduit ten antwoord gegeven: „Ten aanzien van andere voorzieningen zullen nog meer fondsen noodig zijn". Juist met het oog daarop bevindt zich thans majoor Giebel van den generalen staf van het Nederlandsch-Indisch leger, tevens vlieger, op Curacao, ten einde in samenwerking met den gouverneur een schema uit te werken voor de organisatie van de verdediging van Curacao.

Vertrouwd mag intusschen worden, dat het welvarende Curacao, dat in tegenstelling met Ned.-Indië zoomin de kosten van de landmacht als het gros der exploitatiekosten van de zich in zijn wateren bevindende oorlogsschepen voor zijn rekening behoeft te nemen, eerlang een grooter vrijwillige bijdrage zal willen verleenen dan de thans uit eigen beweging aangeboden ƒ 240.000.

Curacao met zijn groote oliebelangen (die op Aruba van Amerikaanschen aard zijn) moge het meest blootgesteld zijn — de christelijk-historische afgevaardigde is van meening, dat toch ook Suriname niet geheel buiten de gevaren-zone ligt. Wat zich met de „Graf Spee" heeft voorgedaan, zou z.i. ook in de Surinaamsche wateren kunnen geschieden. Op heel Suriname waren slechts drie mitrailleurs, waaraan thans zes toegevoegd worden, die ook tegen vliegtuigen gebruikt kunnen worden. Daarnaast zou de christelijk-historische afgevaardigde echter mijnversperringen en een klein oorlogsschip, speciaal voor Suriname wenschen, mitsgaders een opdracht aan

443