is toegevoegd aan je favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

„om onze artillerie te brengen op het hooge peil, dat het thans „bereikt heeft: Competities werden ingevoerd, teneinde interesse te prikkelen en aangemoedigd door belooningen. Bovendien werd het geheele personeel in het vertrouwen genomen door het „bureau voor schietoefeningen", waardoor „team spirit" werd gekweekt en enthousiasme voor de artillerie ontstond bij officieren, zoo goed als bij de geheele bemanning. Tevens kwamen allen onder den indruk van de overtuiging, „dat wij als nooit tevoren ons doelbewust voorbereidden ten oorlog langs juiste en vaste lijnen". In 1907, juist vóór een deel der slagvloot haar reis om de wereld maakte, werd op instigatie van Sims de „Fire control board" geïnstalleerd, welke de verdere technische ontwikkeling der artillerie-vuurleiding actief ter hand nam.

Onwillekeurig vraagt men zich af: hoe stond onze Nederlandsche Marine in deze periode er voor met haar artillerie?

Het antwoord wordt ons op duidelijke wijze gegeven in het Rapport der z.g. Schietcommissie, ingesteld bij Min. Res. 15 Dec. 1905, met de opdracht „de geldende voorschriften omtrent oefeningen van officieren en manschappen in de exercitiën en het vuren met geschut te herzien." De toenmalige luit. ter zee le kl. (later ViceAdmiraal) W. A. Mouton, was van deze commissie de stuwende kracht. De resultaten der voorafgaande jaarlijksche schietoefeningen kunnen moeilijk anders dan als treurig worden gequalificeerd en het is dan ook geen wonder, dat men ook in Nederland gewekt wordt door de gepubliceerde trefferpercentages en onloochenbaar veel betere resultaten in andere Marines.

Hoe de hoogste artillerie-autoriteit nog in die dagen dacht over het gebruik der artillerie in den modernen oorlog blijkt uit meerdere kantteekeningen. Zoo vindt men naast de meening der Commissie, dat men in een toren niet aan een luit. ter zee kan opdragen het meten (schatten) van den afstand, stellen der richtmiddelen, richten en afvuren en dat deze taken over meerdere personen verdeeld moeten worden, de kantteekening „aan boord „De Ruyter" niet noodig geacht." De Commissie beveelt nieuwe schietmethodes en voorschriften aan en houdt aan het slot een warm pleidooi voor het inrichten van vuurleiding-installaties, al lag dit buiten haar bevoegdheid. „Geschiedt dit niet," zoo zegt zij, „dan heeft Nederland niet alleen een kleine, doch tevens een slecht-geoefende zeemacht". Uit de Amerikaansche „Ships and Gundrills" 1905, waarin de ervaringen der voorafgaande jaren waren geconsolideerd, vinden wij naast vele andere aanbevelingen, het doel aangehaald, dat Sims steeds bij al zijn handelingen voorop stelt. „The primary object of a man of war, especially a battleship is to fight with her guns;

454