is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

boord gedraaid, met wachten erbij. De patrijspoorten waren afgesloten met blindeerkleppan en de passagiers hadden order gekregen, zich geheel gekleed te houden met de zwemvesten in de onmiddellijke nabijheid. Niemand mocht zich gedurende den overtocht in de hutten bevinden. Kinderen moesten bij de ouders blijven. Waardevolle voorwerpen en documenten moesten de opvarenden bij zich steken, daar bij het verlaten van het schip in sloepen, het medenemen van koffers en tasschen niet was toegestaan. De waterdichte deuren waren gesloten. De „Johan de Witt" had eveneens paravanen uitgezet voor zelfbeveiliging.

De „Zwarte Zee" maakte vervolgens nog eenige reizen over de Noordzee met enkele schepen in verband. De paravanen van de „Zwarte Zee" werden tijdelijk door de Marine ter beschikking gesteld. Het aanbrengen van een scheg voor het voeren van de paravanen bedroeg ƒ 3500.—. Later werd deze constructie gewijzigd en een spier aangebracht, terwijl de sleepboot met een echolood werd uitgerust, hetgeen de reeders wederom ƒ 6000.— kostte. Per reia moest voor het vóórstoomen-zelf bovendien ƒ 12.000 worden betaald. Bedroeg de molestpremie bij de eerste reis nog ƒ 7000.—, tijdens de tweede reis moest hiervoor ƒ 14.000 worden betaald. De hooge kosten konden slechts over enkele schepen worden verdeeld, zoodat van het vóórstoomen door de „Zwarte Zee" al spoedig geen gebruik meer werd gemaakt. Wel zoeken nog steeds enkele schepen onderling contact om tezamen de gevaarlijke oversteek te ondernemen, doch de moeilijkheid, schepen van dezelfde snelheden te verzamelen, heeft o.a. het gevolg, dat het in-verband-varen, ook zonder de sleepboot, nog niet algemeen toepassing vindt.

De Commissie Van 't Haaff

Terzelfdertijd, dat de reeders, overtuigd van den ernst van den toestand, in November 1939 besloten de vaart tijdelijk te staken, riepen de werknemers ter koopvaardij de hulp in van de Regeering. Op 21 November werd het volgende telegram verzonden aan den Raad van Ministers:

„Contactcommissie van Organisaties van werknemers ter „koopvaardij, ernstig verontrust door scheepsramp „Simon „Bolivar", vragen dringend onderhoud teneinde maatregelen in „overweging te kunnen geven, die naar haar oordeel in gevaarvolle omstandigheden van thans getroffen moeten worden ter „verzekering van zoo groot mogelijke veiligheid voor opvaren„den van Nederlandsche koopvaardijvloot". Naar aanleiding van dit telegram werd op 24 November de contactcommissie namens den Minister-President door den Chef van den

486