is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Men kan schrijven:

Tn — Ta — Tn' + Nb . x N£ . y — (Ta' r|- Ab x + A£ y) — n

c. JTV - TA' = n'

attrekken: (Nb-Ab)x + (N£-A£)y ~~~

waarmede een waarnemingsvergelijking verkregen wordt geheel van de gedaante:

Kx + Ly = M (1)

Werden dus in S de hoeken b, c, d, , en n gemeten, dan

luiden de waarnemingsvergelijkingen:

(Bb-Ab)x + (B£-A£)y = b-b' (Cb-Ab)x + (C£-A£)y = c-c'

+ =

(Nb-Ab)x + (N£-A£)y = n-n'

Op Formulier II deze waarnemingsvergelijkingen, geheel overeenkomstig de formules (7) en (8) oplossende, vindt men de waarden van x en y, welke, opgeteld bij de breedte en lengte van S', ons de meest waarschijnlijke plaats van het punt S geven.

Voorbeeld:

In verband met de opstelling van verder dragend geschut voor de verdediging van de mijnenvelden, kreeg de commandant van den te Kali-Minjak-Tanah gestationneerden mijnenlegger opdracht een nieuwe mijnversperring te projecteeren. (Zie Figuur 6).

De coördinaten van de punten (A) Vlaggestok Assistent-Resident, (B) Schoorsteen Raffinaderij, (C) Piek van Sabani en (D) Vuurtoren Tg. Poenteh waren hem bekend.

Gaven deze punten ter hoogte van de oude mijnversperring zeer goede plaatsbepaling d.m.v. snelliusmeting, de nieuwe mijnversperring lag tezamen met de punten (A) t/m (D) practisch op één omgeschreven cirkel, zoodat plaatsbepaling d.m.v. snelliusmeting uitgesloten was.

Het wrak van de „Ayesha Maru" echter vormde een zeer bruikbaar meetpunt, maar de coördinaten er van waren niet bekend. Nadat één der officieren vanaf het wrak de hoeken tusschen (A) en de overige punten gemeten had, (deze hoeken bedroegen: AB = b = 48°20', AC = c= 164°36', en AD = d =193°18') werd op formulier I en II de plaats van het wrak uitgecijferd.

De, ruwweg aan een constructie ontleende gegiste plaats, bedroeg:

„, 09o15/40*S : 102°22/30"E

502