is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Groote veranderingen hierin zijn niet te verwachten.

In het voorgaande werd reeds bij eenige punten gesproken over den schuivenmotor. Hoewel de algemeene bouw van een schuivenmotor natuurlijk overeenkomt met een kleppenmotor, biedt de schuivenmotor toch vele voordeelen boven klepmotoren, hoewel dit natuurlijk door de fabrikanten der laatste wordt tegengesproken.

Reeds in 1914 werden eenige ontwerpen van schuivenmotoren met waterkoeling beproefd, uitgevoerd met dubbele schuiven. De resultaten waren niet erg gunstig. In 1926 werd de ontwikkeling van den schuivenmotor wederom ter hand genomen en diverse soorten beproefd, met twee en met één schuif, rechtlijnig bewegende schuiven, roteerende schuiven en schuiven met een gecombineerde rechtlijnige en gedeeltelijk draaiende beweging (niet geheel rondloopend). Hoofdzakelijk in Engeland, waar ook in 1914 de proeven plaats vonden door Ricardo, werd de ontwikkeling van den schuivenmotor met luchtkoeling ter hand genomen. Na langdurige proeven vond men, dat de cilinder met enkele schuif met gecombineerde rechtlijnige en draaibeweging het meest geschikt was voor luchtkoeling. Pas in 1934 werd de eerste motor van 500 pk naar dit principe gebouwd als stermotor, nadat men ongeveer 35000 proefdraaiuren met ééncilindermotoren achter den rug had en de voornaamste moeilijkheden, zooals smering en juiste materiaalkeuze voor de schuiven overwonnen had.

Hierna werd de verdere ontwikkeling ter hand genomen.

Als voornaamste voordeelen vond men:

le. Het aantal onderdeden van een completen cilinder is veel

minder en veel eenvoudiger dan bij kleppen (fig. 3); de

motor is overzichtelijker. 2e. Bij goede uitvoering is daardoor de schuivenmotor minder

kwetsbaar.

3e. De lengte-afmetingen van den completen cilinder met schuiven zijn bij hetzelfde slagvolume bij schuiven kleiner, dan bij klepmotoren; hierdoor worden de totale afmetingen van den completen motor kleiner, fig. 4.

4e. Geen groote temperatuurverschillen in den cilinder en minder groote temperatuurverschillen in den zuigerbodem.

5e. Door het onder sub 4 genoemde kan men zonder bezwaar een hooger compr. voud en hooger gemiddelde drukken toepassen, dan bij een klepmotor, daar detonatie minder gauw zal optreden.

518