is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 4

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marineblad

Met ulöötplcm

DOOR J. A. DE GELDER, Luitenant ter zee der le klasse

n mijn artikel „Een vlootplan gevraagd" (Marineblad 11e afl. Nov. 1939) schreef ik na mijn conclusie, dat de slagkruiser Jl. onverbiddelijk de kern van onze vloot moet vormen, o.m. „dat dergelijke schepen voor ons alleen waarde hebben, wanneer zij de kern vormen van een harmonisch samengestelde vloot." De door mij gedachte vlootsterkte omvatte globaal:

4 slagkruisers 6 B-kruisers

20 a 24 torpedojagers 30 onderzeebooten

en een evenredige sterkte van den M.L.D.

Naar wat de pers ons daarover berichtte zullen de Regeeringsplannen een vlootsterkte omvatten van: 3 slagkruisers

5 B-kruisers

12 torpedojagers

ca. 26 onderzeebooten

en een evenredige sterkte van den M.L.D.

Hierbij zijn de flottieljeleiders onder de B-kruisers gerangschikt. Ik geloof wel te mogen aannemen, dat deze, onder bijzondere omstandigheden geboren schepen, in de toekomst ook zeker echte Bkruisers zullen worden.

Tusschen beide plannen bestaat dus een verschil van:

1 slagkruiser

1 B-kruiser

8 a 12 torpedojagers

ca. 4 onderzeebooten,

waarbij moet worden vermeld, dat het verschil in torpedojagers grootendeels wordt te niet gedaan door de in aanbouw zijnde 6 convoyeurs, welke in mijn artikel — ten onrechte — niet tot de zeegaande vloot werden gerekend, doch in de Regeeringsplannen wel, waar zij als onderzeebootbestrijders een zeer belangrijk gedeelte van de taak der torpedobootjagers zullen overnemen ]).

*) Ook de motorbooten-onderzeebootjager uit het inmiddels verschenen ontwerp Vlootplan 1940 vullen dit verschil met des schrijvers gedachtengang aan. (Red.).

521